Authenticiteit lokt toeristen naar Montenegro

Wat hebben Montenegro, Angola en Guadeloupe gemeen? Ze staan in de toptien van snelst groeiende reisbestemmingen. Als regio trekt het Midden-Oosten de aandacht.

De sprotjes aan het Montenegrijnse lunchbuffet verspreiden een penetrante rookgeur, in de salade met rodekool zit een gallig smakend kruid verstopt en de geserveerde honingdrank is zoeter dan zoet. Tot concessies aan het flauwe smaakgemiddelde van de West-Europeaan was de goedgemutste kok uit Montenegro niet bereid. Authenticiteit, zegt minister van Toerisme Predag Nenezic op de toerismebeurs van Berlijn, is hét handelskenmerk van zijn land. Wie het lekker en leuk vindt zit gebakken en anders maar niet, is zijn redenatie.

Het kleine land aan de Adriatische Zee heeft er succes mee: de World Travel and Tourism Council zet Montenegro (dat samen met Servië een republiek vormt) in haar tienjarige groeiprognose op de eerste plaats van alle toeristische bestemmingen. Bij de beste staan verder India, China en Vietnam, respectievelijk op de plaatsen twee, drie en vier, gevolgd door Angola, Laos, Tsjaad en Guadeloupe. In absolute termen zinken Montenegro en de andere kleine landen in het niet bij de grote. De inkomsten voor de Montenegrijnen uit toerisme worden voor dit jaar geraamd op 199 miljoen dollar, tegen 25 miljard dollar voor China. Maar niemand kan tippen aan het groeicijfer van wereldkampioen Montenegro: 10,3 procent per jaar tussen nu en 2014.

De branche-organisatie WTO presenteerde in Berlijn cijfers over aantallen (internationale) toeristen, met een deels verrassende uitkomst. Dat de Noord-Amerikaanse markt de afgelopen drie jaar zware klappen opliep was genoegzaam bekend, maar de sterke opkomst van het Midden-Oosten niet. Juist in deze regio, die vaak synoniem is met problemen en oorlog, steeg het aantal internationale bezoekers het sterkst: van 24 miljoen toeristen in 2000 tot 30,4 miljoen in 2003, een toename van 27 procent. De WTO verklaart dit uit een forse toename van de intra-Arabische mobiliteit.

Wereldwijd liepen de toeristenaantallen in 2003 terug met 1,2 procent, het grootste verlies ooit, door toedoen van de zwakke economische conjunctuur, de oorlog in Irak en de plotselinge opkomst van het sars-virus. De inkomsten uit toerisme liepen over de hele linie terug met 2,7 procent. De meeste economieën zijn in de tweede helft van 2003 weer op gang gekomen, de koopkracht en de bereidheid om te consumeren keerden terug. ,,2004 zal het jaar van het herstel zijn'', zei de WTO voorafgaande aan de beurs in Berlijn én vóór de aanslagen in Madrid. Nu zal de `wait and see'-houding weer boven komen drijven.

Eén tendens zal blijven bestaan, denken ondernemers: de groei van reizen en toerisme binnen de eigen regio, die juist wordt aangewakkerd door angst voor lange reizen naar `onbekende' gebieden. Michael Ball, de topman van SRS Worldhotels, spreekt over vier geografische cirkels. ,,Binnen Europa, Azië en het Midden-Oosten is het regionale verkeer sterk toegenomen. Voor Noord-Amerika geldt dit nog sterker, de Amerikanen blijven alleen nog in hun eigen land en komen nergens meer.''

Ook bij SRS, een reserveringssysteem waarbij wereldwijd 410 kleinere hotels zijn aangesloten, was het Midden-Oosten de afgelopen jaren de grootste groeimarkt. De gezamenlijke SRS-hotels boekten over 2003 een omzetstijging van 13 procent en verwacht voor dit jaar ,,verdere mondiale expansie'' en groei. Maar die verwachting werd uitgesproken vóór `Madrid'. Ball houdt vol dat hij ,,optimistisch'' is voor dit jaar, maar geeft toe dat hij zichzelf ook vooruit schreeuwt met dergelijke peptalk. ,,Als je je somber uitlaat, gaat je `business' sowieso naar beneden.''

Bij alle negatieve effecten van de terreuraanslagen zien de grote toeristische organisaties ook een voordeel: de nadruk op het belang van reizen en toerisme in de samenleving en de toename van investeringen daarin. De World Travel and Tourism Council onderstreept het grote belang van kapitaalinjecties. Finland en Rusland komen hier het beste uit de bus, Nederland scoort slecht. In bedekte termen levert de WTTC – die er doorgaans voor waakt landen of bedrijven voor het hoofd te stoten – stevige kritiek op Nederland, waar alle toeristische indicatoren in 2003 rood uitsloegen. ,,De overheidsbestedingen verliezen terrein'', constateert de WTTC in haar rapport.

Commentaar van secretaris-generaal Frangialli van de WTO: ,,In moeilijke tijden als deze realiseren regeringen zich hoe belangrijk het toerisme is en dat investeringen onontbeerlijk zijn. Onze branche moet niet slechts kijken naar de korte termijn. De toerisme-industrie vergt een visie voor een lange periode'', aldus Frangialli.