Afscheid van de jonge honden van Nymph

En zo wordt er stiekem, in een hoek van de kiosk, weer een tijdperk afgesloten. Nymph houdt er mee op. Niet dat Nymph zelf een epoche makend blad was waar nieuwe stromingen werden opgericht, vlammende polemieken gevoerd en literatuurhistorici al in rotten van drie voor het archief staan. Maar toch: het verscheiden van Nymph symboliseert het verdwijnen van het jonge literaire tijdschrift op papier. Het blaadje dat door jonge honden werd volgeschreven, uitgeprint, gekopieerd, aan elkaar geniet en in levende lijve aan de man gebracht. Zulke blaadjes worden schaars. Jonge honden hebben internet.

Niet dat Nymph het niet probeerde. Het blad begon in 1990 als `Mededelingenblad voor het Instituut voor Neerlandistiek' aan de UvA, en werd, met ups en downs, ambitieuzer. Daardoor eindigt het nu als `literair tijdschrift', uitgegeven door een echte uitgeverij, het jonge 521. Ook heeft de huidige, vijfkoppige, redactie carrière gemaakt in de letteren. Twee van de redacteuren hebben in totaal drie romans gepubliceerd, een redacteur is recensent bij de Volkskrant, een is er redacteur bij Prometheus en een, zo begrijp ik, heeft het zowaar geschopt tot `secretaris' van A.F.Th., al kan dat heel goed een grap zijn, want zowel met Nymph als A.F.Th. weet je het nooit zeker.

Maar is dat genoeg? De redactie waagt het te betwijfelen en de lezer twijfelt met hen mee. Nymph was aardig, recalcitrant, maar had net te weinig smoel om op te vallen. Al wilde de redactie best, zo blijkt uit het laatste nummer, dat is gevuld met afscheidsbijdragen van zo'n twintig redacteuren en medewerkers. Daaruit wordt duidelijk dat bij Nymph de noodzakelijke alcohol-besprenkelde redactie-avonden wel plaats vonden, maar ook dat daar geen echte koers uit voort kwam. Nu is dat niet eens zo'n bezwaar: het leuke aan zulke bladen is juist dat ze altijd de belofte in zich blijven dragen dat er ooit iets groots kan gebeuren. En daarvoor is een redactie nodig die gezamenlijk het `blaadje maakt', met alle obstakels van dien. Niet voor niets houdt redacteur Martien Bos in dit nummer onder de titel `Literatuur moet kunnen branden' een betoog vóór het papieren- en tegen het elektronische tijdschrift. Zijn argumenten, onder meer: ,,E-zines zien er meestal niet uit'' en ,,het lezen van een scherm blijft verrot''. Maar daarbij vergeet hij de belangrijkste: dat een computer uitnodigt tot alleen zijn. In die zin valt het te prijzen dat Nymph niet voor de elektronische snelweg heeft gekozen. Maar daarmee is het blad wel weg – en nu maar hopen dat een paar andere jonge honden weer iets nieuws oprichten.

Nymph, jaargang 14, nr. 4. Uitg. 521. 64 blz. Prijs 5,00.