Advies Lucia de B. is `niet bruikbaar'

Het openbaar ministerie en het gerechtshof in Den Haag vinden het psychiatrisch onderzoek van Lucia de B. door het Pieter Baan Centrum (PBC) niet bruikbaar. Dat bleek gisteren tijdens de 21ste dag van het hoger beroep van de 42-jarige verpleegkundige, die wordt verdacht van de moord op dertien patiënten en vijf pogingen daartoe. De rechtbank achtte eerder vier keer moord en drie pogingen tot moord op patiënten bewezen en veroordeelde haar tot levenslang.

Het OM zag ,,geen andere mogelijkheid'' dan dat de rapportage van het PBC ,,niet in deze zaak moet worden meegenomen''. Volgens advocaat-generaal C. Strack had De B. ,,een aantal tests gemanipuleerd'' en waren die daardoor door het PBC ,,onjuist geïnterpreteerd''. Het OM werd daarin ondersteund door twee deskundigen die op aanvraag van de advocaat-generaal een second opinion van het onderzoek hadden uitgevoerd.

Het PBC had in een advies aan het hof geconcludeerd dat zij lijdt aan ,,extreme zelfhaat'' en ,,primitieve woede'', maar dat er ,,anders dan in de ten laste gelegde feiten geen aanwijzingen zijn dat deze stoornis in haar gedrag tot uiting is gekomen''. Het had daarbij de door de rechtbank bewezen geachte moorden (en pogingen daartoe) buiten beschouwing gelaten. Het PBC verklaarde haar in het advies volledig toerekeningsvatbaar.

,,Als het PBC er niet van uitgaat dat de feiten gepleegd zijn, dan hebben we eigenlijk heel weinig aan het advies'', concludeerde voorzitter Von Brucken Fock van het gerechtshof. De rechter gebruikt adviezen van het PBC over de toerekeningsvatbaarheid van een verdachte alleen als hij een verdachte schuldig acht. Dat gebeurt aan het eind van het proces.

Tijdens de zitting speelde het hof met de gedachte om Lucia de B. opnieuw aan een psychiatrisch onderzoek te onderwerpen, met als uitgangspunt ,,de hypothese dat de feiten bewezen zijn verklaard''.

Nadat de advocaat-generaal had aangegeven zo'n onderzoek alleen te ondersteunen als het niet door het PBC zou worden uitgevoerd, en de verdediging alleen medewerking van De B. toezegde als het het PBC het onderzoek wél zou uitvoeren, besloot het hof uiteindelijk geen aanvullend advies te vragen.