Zwerfvuil

Er hangt een gemoedelijke rust in het opvangcentrum voor daklozen aan de Leeuwarder Zuidergrachtswal. Mensen staan te biljarten, kijken naar de televisie, of slapen op een bank. De begeleiders zitten achter een borduurwerk en praten met de gasten, van wie de meeste druggebruiker zijn. De alcoholverslaafden zitten in een andere dagopvang. Meestal hangen de daklozen hier een groot deel van de dag rond, een broodje kroket etend en wachtend tot het tijd is om een plaats voor de nacht te zoeken. Sinds enkele maanden kunnen de daklozen ook gaan werken. Een experiment van twee jaar met als doel de mensen een zinvolle dagbesteding te geven en de mogelijkheid te bieden voor maatschappelijke participatie, zo heet het, om zo eigenwaarde en zelfvertrouwen terug te krijgen. Daarnaast, vertelt coördinator Fred Voet, draagt het sociale activeringsproject bij aan het verminderen van de overlast in de stad door zwervers.

Vandaag doen Godfried, Abdul, Sander en Wim mee. Ze krijgen een stalen grijper en een vuilniszak. Gestoken in oranje hesjes trekken ze de Leeuwarder Oranjewijk in. Tegen een vergoeding van vijf euro per middag rapen ze zwerfvuil op. De vier mannen zeggen verschillende redenen te hebben om eraan mee te doen. Godfried zegt dat hij vooral vijf euro wil verdienen om een slaapplaats te kunnen betalen en de nacht niet te hoeven doorbrengen in de muziekkoepel van een stadspark. Kordaat grijpt hij een op straat belande puzzel en gooit de stukjes in de zak. Abdul haalt diep adem en zegt de frisse buitenlucht te waarderen. Voor Sander is het belangrijkste van dit werk dat het de verveling en onprettige gedachten verdrijft. Als een gemeentelijke vuilniswagen langskomt, zegt hij op langere termijn best naar zo'n reguliere baan te willen doorstromen. Wim wijst op het nut van het werk, want het is ongelooflijk wat mensen allemaal weggooien.

Het project is volgens de begeleiders een succes. Bewoners steken geregeld een duim op en maken de werkers een compliment. Een bewoner schiet op de mannen af en vertelt dat hij schoonmaakmiddagen organiseert in de omgeving van de Menno van Coehoornschool waar hangjongeren blikjes weggooien, maar dat hij sinds kort weinig meer op te ruimen heeft. Dat hebben de daklozen al gedaan. Hij vertelt dat omwonenden wel eens klagen over de rotzooi die zwervers achterlaten, maar dat deze rotzooi meestal afkomstig is van jongeren die hun in de binnenstad gekochte etenswaren op straat mieteren. De daklozen knikken.

Niet iedereen vindt het eenvoudig om ineens als papierprikker de straat op te gaan, zegt begeleider Fred Voet. Maar de reacties maken veel goed. Een sportschool biedt de schoonmakers weleens een kopje koffie aan. Daardoor voelen de deelnemers zich gewaardeerd, niet meer louter gezien als bron van overlast, maar als mensen die iets kunnen, tevreden dat ze bijvoorbeeld een pakje shag kunnen kopen met geld dat ze zelf hebben verdiend.