`Ze hebben ons voorgelogen'

Tot zaterdagavond laat was de bareigenaar in de Madrileense wijk Lavapiés niet van plan te gaan stemmen. Toen bekroop hem het gevoel dat de regering hem had voorgelogen en ging hij toch.

De eerste mensen verzamelen zich al om negen uur voor het stembureau in de Madrileense wijk Lavapiés. Het is verkiezingsochtend, maar het is ook de ochtend na de avond waarop Spanje ervan overtuigd raakt dat het terreurnetwerk Al-Qaeda verantwoordelijk is voor de aanslagen van afgelopen donderdag, waarbij 200 mensen om het leven kwamen.

Die wetenschap leidde de vorige avond en nacht al tot een opgewonden, haast revolutionaire sfeer in de stad. Een urenlange demonstratie voor het partijkantoor van de regerende Partido Popular verplaatste zich rond middernacht naar de centrale Puerta del Sol. Daar verzamelden zich tienduizend mensen die premier Aznar beschuldigden van leugens over het onderzoek naar de terreurdaad. De demonstranten meenden de afloop van het weekend al te weten: ,,Morgen gaan we stemmen, morgen gooien we jullie eruit.''

Die laatste gedachte geldt de volgende ochtend in Lavapiés niet voor iedereen: een groepje oudere stemmers windt zich er vooral over op dat `links' de straat op is gegaan in wat eigenlijk `de dag van reflectie' had moeten zijn. Bovendien storen ze zich aan de teksten tegen de regering die op muren in de buurt geschilderd zijn en die de tientallen Spaanse vlaggen met rouwlinten concurrentie aandoen.

Wat de meeste vroege stemmers in Lavapiés nog niet weten, is dat het onderzoek van de politie niet alleen in de richting van het islamitisch terrorisme wijst, maar ook naar hun eigen wijk in het oude centrum van de stad. Daar wonen behalve veel Zuid-Amerikanen en Aziaten, ook veel árabes, meest Marokkanen. Een van de drie op zaterdag gearresteerde Marokkanen drijft een telefoonwinkel in de kleine Calle de Tribulete: Nuevo Siglo. Daar heeft zich een aantal cameraploegen bij de gesloten rolluiken verzameld. De buren staan de pers te woord, al weten ze niet veel meer te vertellen dan dat de eigenaars van de winkel vriendelijke mensen waren en dat de telefoonkaarten (die waarschijnlijk bij de aanslagen zijn gebruikt) er erg goedkoop waren.

,,Ik dacht donderdag al dat het die van hier waren'', vertelt de eigenaar van Bar Julifer een paar straten verder aan zijn klanten. Hij is net wezen stemmen. ,,Tot gisteravond tien uur was ik niet van plan om te gaan stemmen. Toen zag ik minister Ácebes [Binnenlandse Zaken] op televisie, die nu ineens wel naar Al-Qaeda wilde kijken. Ze hebben ons dagen lang voorgelogen door naar ETA te wijzen.'' Dus is hij toch maar gaan stemmen, op de socialisten. Dat hebben ook zijn klanten gedaan, die premier Aznar verantwoordelijk houden voor de aanslagen. ,,Wij hebben burgers, vrouwen en kinderen gedood in Irak, dus gebeurt dat nu hier. Het zijn onze eigen bommen.'' De eigenaar verwacht dat de aanslagen de verhoudingen in de buurt zullen veranderen, sterker, dat hoopt hij zelfs: ,,Het wordt tijd voor een schoonmaak'', zegt hij, wel wat zachter dan eerst.

Bij allochtone ondernemers in de buurt is de bezorgdheid merkbaar. De eigenaar van slagerij Tanger, heeft een groot rouwlint op zijn deur getekend en wil graag praten, tot de term Al-Qaeda valt. Dan beroept hij zich op zijn gebrekkige kennis van het Spaans en beperkt hij zich tot de constatering dat alle terroristen beesten zijn, ongeacht hun afkomst. Bij de buren, een kapper met de naam Los Amigos, wil men best wat zeggen: ,,U komt eens bij de Marokkanen vragen waarom wij terroristen zijn?'' Mohammed Baysar (26) gelooft niets van de regering. ,,Niet toen ze zeiden dat ETA het had gedaan en niet nu ze het over Al Qaeda hebben. Iedereen kan een bandje met koranteksten in een busje leggen'', zegt hij, verwijzend naar een cassettebandje dat werd gevonden in het busje dat waarschijnlijk door de terroristen is gebruikt. ,,Als de aanslagen daadwerkelijk door islamieten zijn gepleegd, zal dat voor ons veel veranderen. We worden nu al met een scheef oog bekeken.'' Werk heeft hij niet: ,,Dat zal niet makkelijker worden. Ze zien me aankomen: een Marokkaan met een rugzak.''

Lavapiés, waar de politie ook de afgelopen jaren al onderzoek deed naar mogelijke leden van Al Qaeda, geldt als een relatief rustige, multiculturele wijk. Wilfredo Contreras, Peruaan en lid van de het 'Platform van immigranten in Lavapiés' maakt zich niet veel zorgen over de toekomst van de buurt. ,,Men heeft respect voor elkaar. Op het plein hier zie je iedereen zitten: Dominicanen, Arabieren, Spanjaarden, zonder problemen. Zie je dat affiche daar, in het Arabisch? Daar staat `No al terrorismo'. Er zullen wellicht wat incidenten komen met extreem-rechtse jongeren, maar dat gaat wel weer voorbij.''

Bij het tellen van de stemmen `s avonds laat al snel blijken dat de socialisten een ruime overwinning behalen. In Lavapiés leidt dat niet meer tot uitzinnige reacties, de aanhangers van lijsttrekker José Luis Zapatero verzamelen zich elders in de stad bij het hoofdkantoor van de socialistische partij. ,,Woensdag lagen we ver achter'', zegt Ana, een jonge vrouw. ,,Gisteren lagen we gelijk en vandaag hebben we ineens gewonnen.'' Een vreemde overwinning is het wel, in zekere zin dankzij het terrorisme. Als Zapatero even later om een minuut stilte vraagt voor de slachtoffers van de aanslagen, staan de drieduizend aanwezigen dadelijk muisstil met hun handen in de lucht. ,,Eigenlijk hebben we niet zoveel te vieren.''