WAO weer hervormd

Na lang voortmodderen met de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) heeft het kabinet vrijdag dan eindelijk dit hoofdstuk afgesloten door grotendeel het advies over te nemen van de Sociaal-Economische Raad. Uitgangspunt is dat niet langer de arbeidsongeschiktheid centraal staat, maar juist wat zieke werknemers nog wél kunnen: de arbeidscapaciteit. Dit verstandige uitgangspunt is niet nieuw en gold ook voor de WAO-hervorming van 1992. Volgens die wet zouden WAO-kandidaten moeten blijven werken als ze onder andere geschikt waren voor het kweken van bonsai-boompjes. Na een daling steeg het aantal WAO'ers opnieuw. Wel nieuw is dat de WAO alleen geldt voor mensen die geheel arbeidsongeschikt zijn. Vervolgens wordt alle energie gestoken in werk voor de gedeeltelijk arbeidsongeschikten, voor wie een eventueel inkomensverlies deels buiten de WAO om kan worden bijverzekerd. Dit was ook al de lijn die bijna drie jaar geleden werd ingezet door de commissie-Donner. Het is terecht dat daarbij voor de gelijkheid en de solidariteit met nieuwe gevallen sommige oude WAO-gevallen niet worden gespaard.

Het is onwaarschijnlijk dat minister De Geus (Sociale Zaken, CDA) met zijn nieuwe wet ,,het monster van de WAO'' heeft bedwongen, zoals in lofzangen werd opgemerkt. Het kabinet had niet zo lang hoeven dralen. De praktijk blijkt altijd weerbarstiger dan de onderhandelaars zich hebben voorgesteld. De SER en het kabinet hebben lang gesteggeld over de strengheid van de keuringscriteria, maar de uiteindelijke macht ligt bij de keuringsartsen en de arbeidsdeskundigen. Als een keuringsarts zelf vindt dat iemand niet in staat is om te werken, kan hij zijn diagnose aanpassen aan de strengere criteria. Een ander obstakel zijn internationale verdragen en Europese wetgeving die niet kunnen worden opzijgezet door Haagse compromissen. Tegen de succesvolle Wet verbetering poortwachter, waardoor WAO-keuringen kunnen worden uitgesteld en die werkgevers en werknemers verplicht verzuim tegen te gaan, zijn de eerste juridische beroepen ingesteld.

Terecht ziet het kabinet af van volledige privatisering van de uitvoering van de WAO. Het Centraal Planbureau stelde dat het onderbrengen van de uitvoering bij verzekeringsmaatschappijen meer geld zou kunnen kosten dan centrale publieke uitvoering. Marktwerking in de sociale zekerheid heeft misschien voordelen, maar is niet per definitie goedkoper. De vraag is of de concurrentie die het kabinet wil toelaten voor de verzekering van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid zo begrensd blijft als wordt beoogd. Zodra concurrentie door private partijen wordt toegelaten, schrijft Den Haag niet meer de regels maar Brussel. Het zou niet de eerste keer zijn als de praktijk anders blijkt dan de wet voorschrijft.