Pokerspel komt bij Nationale Toneel te langzaam op gang

Twee tribunes zijn in Poker tegenover elkaar gezet en ertussen staat het restaurant waar de personages elkaar ontmoeten. Aan de ene kant is het kookdeel waar kok Ronnie kruiden hakt terwijl de kelners Flipper en Frenkie uit hun neus vreten. Aan de andere kant staan de gedekte tafels waar baas Stephen zit te rekenen, of kibbelt met zijn om geld zeurende zoon Cas.

Tom Schenk ontwierp een foute eettent met een net iets te nadrukkelijk glimmende vloer en een net iets te opvallend spiegelende wand. Het is spannend om in zo'n milieu verzeild te raken. Lacherig en tegelijk welwillend bestudeer je de ordinaire smaak van het personeel: de te brede kunststof das, de zonnebril in een geblondeerd kapseltje. Maar al snel heb je het gezien en dan begint het wachten op het pokerspel uit de titel.

Patrick Marbers in Engeland zeer succesvolle komedie komt bij het Nationale Toneel te langzaam op gang en zit men eindelijk om de pokertafel, dan gebeurt er nog weinig. Want dat Ronnie een betere vader voor zijn dochtertje wil zijn, dat Frenkie van een gokkerscarrière in Las Vegas droomt en Flipper van een eigen restaurant in een voormalig openbaar toilet, dat wisten we al. Net zoals we al wisten dat de zoon van de baas in het krijt staat bij een professionele pokeraar die ook aan het potje meedoet.

Zelfs de psychologische kant van het verhaal hadden we al door: het gesnoef en gebluf, de koele poses en de kleine hartjes, de intimidaties en leugentjes, de illusie zelf ooit de winnaar te zijn en de verwrongen omgang met verlies en mislukking. Dat mannelijke onvermogen om eerlijk tegen anderen en jezelf te zijn is tot op zekere hoogte interessant, maar omdat er in plot en karakters amper ontwikkeling zit, gaat er van de op een plateautje ronddraaiende kaartspelers iets slaapverwekkends uit.

Het spel van de zes acteurs is ook niet om te juichen. Lou Landré als de baas en Rik van Uffelen als de beroepspokeraar kampen met een te plechtige dictie. Bob Schwarze als het komisch bedoelde nummer Flipper trekt onevenredig veel aandacht, en de anderen komen juist te weinig uit de verf. Wat brutaal up-tempo zou moeten zijn is keurig afgemeten en het af en toe waarneembare platte Haags vindt geen pendant in Uitdehaags vertaling, die zich braaf aan de Londense locaties van de schrijver houdt.

Tijdens de changementen klinkt er opzwepende funk: méér van die muziek, niet alleen op de band maar ook in het spreken en spelen, had de voorstelling goed gedaan.

Voorstelling: Poker van Patrick Marber, door Het Nationale Toneel. Regie: Antoine Uitdehaag. Gezien:13/3 Guido de Moorzaal, Den Haag. Tournee t/m 15/5. Inl: www.nationaletoneel.nl, 0900-3456789,