Nog altijd één brok fanatisme

Met de Olympische Spelen in zicht stapte Geert Cirkel uit de roeiploeg. Bij de Roeivierkamp op de Amstel nam hij het afgelopen week op tegen zijn oud-ploeggenoten. ,,,Als ik nu bij mezelf in de ploeg zou zitten, zou ik mezelf een klootzak vinden.''

Vorig jaar al was Geert Cirkel het toproeien helemaal zat. De twaalfde plaats bij de wereldkampioenschappen in augustus met de dubbelvier – niet eens voldoende voor kwalificatie voor de Olympische Spelen in Athene – maakte de beslissing te stoppen haast kinderlijk eenvoudig. Op 23 oktober liet Cirkel per e-mail zijn ploeggenoten weten nooit meer aan boord te zullen stappen van een bondsploeg.

De 25-jarige roeier geloofde niet meer in een olympische medaille. Niet in een vier, niet in een acht. Allemaal te laat, oordeelde Cirkel. Zijn ambitie was van een hoger niveau dan hij de laatste jaren terugzag bij andere roeiers in de selectie. ,,Ik hoef geen trappen uit te delen, maar ik zou niet meer roeien op m'n zesendertigste.'' Cirkel kreeg steeds minder behoefte dagelijks twee of drie keer te trainen. Dan ben je tegenover je ploeggenoten verplicht te stoppen, oordeelde hij.

Cirkel voelde zich opgebrand. Geen onbekend gevoel. In 1999 had hij, onder het harde regime van bondscoach Kris Korzeniowski in de acht, bijna fatale roofbouw op zichzelf gepleegd. ,,Ik was aan het eind van mijn Latijn. Ik heb Kris gezegd dat ik tentamens had, maar dat was helemaal niet waar. In die tijd zijn een paar kiezen getrokken en na twee weken was ik weer een beetje toonbaar. Je kon niets vertellen, je lag zo uit de ploeg.''

Cirkel was geenszins opgeknapt. Ontstekingen genazen niet. Op zijn benen verschenen rode strepen, een grote blaar openbaarde zich midden onder een voet. Zomaar. Koorts, een gezwollen nek. Overal vreemde bobbels.

Cirkels vader, huisarts in Dordrecht, besloot zijn zoon na wedstrijden in Amsterdam mee naar huis te nemen. De roeier had twee dagen niet kunnen eten omdat hij nauwelijks kon slikken. ,,Nee ik kan niet mee! Ik moet morgen om acht uur trainen op de Bosbaan'', was de reactie van de student geneeskunde. Eenmaal thuis in Dordrecht viel de druk van trainen en het bereiken van de Olympische Spelen weg. ,,Ik ben toen helemaal in elkaar gestort. Ik was niets meer waard. Ik had acute Pfeiffer en was ontzettend overtraind.''

Het bizarre trainingsschema was een lange opsomming van selectiemomenten, onderlinge wedstrijdjes en trainingskampen. Rust voor of na een wedstrijd werd niet gegeven. Hoe hij het document dat hem bijna funest werd in handen kreeg, is Cirkel een raadsel. Op het papier noteerde de Amerikaanse Pool twee overwinningen op een Canadese acht en het vertrek van Cirkel in gebrekkig Engels. `Geert takes year of. Adri back in eight.' Einde verhaal.

Els Stronks van de Utrechtse roeiclub Orca nam Cirkel onder haar hoede. Zij schreef een plan dat de roeier er weer bovenop moest helpen. ,,Loyaal en hard trainen, dat zit domweg in z'n karakter. Ik moest hem vaak zeggen dat het goed ging en moest hem afremmen.''

Een paar keer stuurde ze hem linea recta terug naar huis om te slapen of om te eten. Soms was alles beter dan roeien. Achter in een botenloods aan het Merwedekanaal probeerde Cirkel op de roeimachine echter extra conditie op te bouwen. ,,Dan werd ik door haar naar huis gestuurd. Ik mocht niet stiekem bijtrainen. Maar ik had achterstand, ik moest naar de Spelen'', herinnert Cirkel zich. Voordat hij instortte had Stronks hem eigenhandig een abces aan een voet zien verwijderen, opdat hij de volgende dag een wedstrijd kon roeien. ,,Ik had toen moeten denken: dit is zo extreem, dit is niet gezond meer. Sinds 2000 beseft Geert dat hij extreme kanten heeft. Hij roeide door met Pfeiffer, hij had de neiging tot overtrainen.''

Door sterk optreden in de eenmansboot herwon Cirkel in 2000 zijn plaats in het team van Korzeniowski dat werd gekenmerkt door eindeloze onderlinge rivaliteit. Tijdens de Spelen van Sydney roeide Cirkel achter Nico Rienks. ,,Geert was allergisch voor kriebels en verborgen agenda's. Hij is meer volgzaam dan nodig. Echt een goede jongen. Als roeier en als mens, maar zeker in een ploeg moet je wel enige hardheid hebben'', zegt Rienks.

De tweevoudig olympisch kampioen vindt dat Cirkel tot de beste roeiers behoort. ,,Het klinkt raar, maar ik vind hem op mij lijken. Ook geen beul, wel een echte liefhebber van de roeisport.'' Voor Rienks is het dan ook onbegrijpelijk dat Cirkel afhaakte, zo kort voor de Spelen. ,,Met zijn kwaliteiten. Hij moet een medaille kunnen halen, ook in een kleine boot.''

De acht zou beter worden met Cirkel, stelt Rienks. Voor een dubbeltwee, waarin hij in 1988 zelf olympisch goud veroverde in Seoul, zag de 42-jarige roeier met Dirk Lippits zelfs grote kansen. Rienks: ,,Zilver hadden ze, misschien hadden ze zelfs goud kunnen pakken. Maar nu is dat te laat.''

De tomeloos ambitieuze Cirkel intrigeert Rienks. Na de Spelen begeleidde hij de jonge roeier een jaar lang elke week een keer. Bij bondscoach Jan Klerks leerde Cirkel verder. ,,Daar merkte ik hoe waanzinnig ik als roeier in mijn belevingswereld was verprutst.'' Toen Klerks de vier met de gelauwerde Michiel Bartman, Diederik Simon en Dirk Lippits eens plotseling beval te stoppen, kromp Cirkel als vanzelf ineen. ,,Het feit dat je denkt dat de coach je helemaal verrot gaat schelden terwijl er een andere boot in de baan lag. Ik was geconditioneerd, ik zou er vol van langs krijgen, want die andere jongens hadden al goud en zilver, die konden niets verkeerd doen.''

Bij de WK roeien van 2001 was het raak. Cirkel won zilver in de dubbelvier. Bij zijn ploeggenoten overheerste verslagenheid, zij hadden op de wereldtitel gerekend. Op het erevlot hield hij zich daarom gedeisd, maar innerlijk juichte hij van blijdschap. Hij bleek in staat bij een WK het podium te halen. ,,Tot die medaille had Geert het gevoel dat hij zich moest bewijzen, toen dat wegviel werden andere dingen storender. Hij verwijt de dubbelvier dingen die hij zelf ook steeds minder had'', denkt Els Stronks. ,,Roeien en presteren lagen voor Cirkel altijd in het verlengde van hoe mensen hem bekeken'', zegt ook Paul Broekhuizen, coach van de verenigingsacht waarmee Cirkel derde werd in de hoogste divisie bij de Roeivierkamp. Cirkel wilde negens en tienen en veertig studiepunten halen. En roeien. ,,Iemand anders had allang zijn studie op een lager pitje gezet. Onbespreekbaar voor hem.''

Bij de Roeivierkamp werd de acht van Cirkel afgelopen weekeinde gestuurd door Merijn van Oijen, eveneens stuurman van Cirkel tijdens de Spelen van 2000. Van Oijen zag een nieuwe Cirkel. ,,Hij is veel meer een leider, meer dan in de acht van Sydney. Veel meer controle, nu neemt hij initiatief. Hij is nog niet snel tevreden, nog steeds één brok fanatisme. Maar niet meer het jongetje, niet meer dat onrustige, alleen dat wilde heeft hij nog.''

Cirkel c.s. roeiden een van de vier afstanden direct tegen hun oud-ploeggenoten. De oude acht van Orca kon de Holland Acht tot halverwege de 750 meter bijblijven. Dat Cirkel bij de slotafstand werd ingehaald deerde en overtuigde hem niet. Zelfs al zou de acht een medaille winnen in Athene, Cirkel blijft achter zijn drastische besluit staan. ,,Er zijn mensen die een moord doen om de Spelen te halen. Dat ik stopte, gaf me wel een schuldgevoel, maar ik heb nog steeds een goed gevoel over mijn beslissing.''