Hier krijgt iedereen altijd nóg een kans

Het marktaandeel van het Leger des Heils in de hulpverlening stijgt. Maar het Leger des Heils is daar niet blij mee. ,,Het betekent dat er meer mensen zijn die nergens anders terecht kunnen.''

De hulpverleners van het Leger des Heils zijn vriendelijk, geduldig, niet streng en nooit boos, behalve als iemand erg raar of gemeen doet. En dan nog. Dan vragen ze waaróm iemand dat doet. Zo zijn de manieren van de hulpverleners van het Leger des Heils. Zelf noemen ze het `werken op gedragstherapeutische basis'. Ine Voorham, directeur van de stichting Leger des Heils Welzijns- en Gezondheidszorg, zegt dat haar ,,marktaandeel'' in de hulpverlening groter wordt. Ze zegt het met tegenzin. Het betekent dat er meer mensen zijn die nergens terecht kunnen.

Het Leger des Heils helpt mensen die door niemand anders worden geholpen. Dat doet het Leger des Heils al sinds het in 1865 werd opgericht door William Booth, een Engelse predikant die vond dat het weinig zin had om het evangelie te prediken zolang mensen honger leden. Van hem zijn de woorden die in het Leger des Heils vaak worden geciteerd: ,,Een lege maag heeft geen oren.'' Wat ook vaak wordt gezegd, bijvoorbeeld door Ine Voorham: ,,Wij hebben voor ieder mens respect.'' Ze vertelt over de vrijwilligster die in Utrecht op haar fiets rondrijdt, koffie in de tas achterop, en bij daklozen op de grond gaat zitten. ,,Bescheiden'', zegt Ine Voorham. ,,Nederig.''

In de negentiende eeuw was het Leger des Heils een kerkgenootschap, maar nu staat er een professionele, apart van het kerkgenootschap georganiseerde hulpverleningsorganisatie naast die met 3.300 volgens de CAO betaalde werknemers elk jaar 35.000 mensen helpt. Het worden er meer omdat die werknemers, van wie tien procent heilssoldaat is, dingen doen die andere organisaties niet doen. Andere organisaties stellen grenzen, sturen mensen die zich niet aan hun afspraken houden weg. De vrienden van Murat, de jongen die in Den Haag de conrector van zijn school doodschoot, worden overdag opgevangen door het Leger des Heils. Op school mogen ze niet meer komen. En niemand anders wil ze hebben.

Op een donderdagmiddag om half een zit hulpverlener Rea Petrona aan tafel in `Enkeltje Zelfstandig' – een opvanghuis in Lelystad waar jongens en meisjes zonder onderdak kunnen leren om voor zichzelf te zorgen. `Enkeltje Zelfstandig' zit in gewone huurhuizen, op verschillende plaatsen in Lelystad, en in Almere en Zeewolde. Het huis waar Rea Petrona haar boterham zit te eten staat tussen zes andere huizen van het Leger des Heils. In twee ervan wonen meisjes van `Zy aan Zy'. Die zijn zwanger, of ze hebben een baby.

Tussen twee happen door zegt Rea Petrona: ,,Zou ik jullie kunnen overhalen om vanmiddag de tuin te vegen?'' Ze zegt het tegen de twee jongens tegenover haar, een lange met blond stekelhaar, en een kleine met slaapogen – hij is net wakker. De jongens horen op school te zitten of op hun werk te zijn. Dat is de regel bij `Enkeltje Zelfstandig'. Tussen negen en half vier gaan alle jongens en meisjes de deur uit. Als ze niks te doen hebben, moeten ze wat gaan zoeken. Uitzendwerk. Vrijwilligerswerk in de keuken van het bejaardencentrum. Maar het is deze twee jongens vanochtend niet gelukt om hun bed uit te komen.

,,Nou?'', vraagt Rea Petrona. ,,Doen jullie het? We zouden allemaal heel trots op jullie zijn.''

De kleinste jongen hoort niks. Hij heeft net vier boterhammen met gekleurde muisjes en hagelslag bestrooid en is ze nu op elkaar aan het stapelen. De lange jongen zegt: ,,Hhmmm.'' Hij begint over een televisieprogramma dat hij heeft gezien.

,,Nou?'', vraagt Rea Petrona na een minuut. ,,Wanneer krijg ik antwoord op mijn vraag?''

,,Morgen'', zegt de lange jongen.

,,Nee'', zegt Rea Petrona. ,,Dat duurt te lang.''

,,Goed'', zegt de lange jongen. ,,Ik zal het doen. Mag het met de stofzuiger?''

,,Nee'', zegt Rea Petrona. ,,Het mag niet met de stofzuiger.''

De tuin wordt niet geveegd die middag. In het kantoortje legt Rea Petrona uit waarom ze er niet op doorging. ,,Ik wil geen discussie, ik wil iets gedaan krijgen.'' En waarom zei ze niet dat de jongens de tuin móesten vegen. ,,Omdat je met dwang niks bereikt. Daar zijn ze aan gewend.'' Rea Petrona weet zeker dat de tuin morgen wel wordt geveegd. En dan zal ze de jongens ,,overladen met complimenten''.

De kleine jongen uit `Enkeltje Zelfstandig' – hij wil niet met zijn naam in de krant – zit 's middags na het eten met zijn benen onder zich gevouwen op de bank in de huiskamer. Hij luistert naar Jocelyne (19) en Shadrian (18) die met Diny de Groot bespreken hoe het met hen en hun kinderen gaat. Jocelyne, bleek gezicht en fel rood geverfd haar, heeft een zoon – Kylian. Hij is vandaag vier geworden, hij springt door de kamer. Shadrian, geblondeerde vlechtjes in zwart kroeshaar, heeft een dochter van drie. Ze is nu op de crèche. Ze heet Shaylinnisha. ,,Die naam zag ik bij een foto van een heel mooi meisje toen ik net wist dat ik zwanger was'', zegt Shadrian. Ze was veertien. De andere namen van haar dochter zijn Shadeliys Imani. Shadrian woonde tot haar tiende bij haar moeder, tot haar dertiende bij haar vader en tot haar vijftiende in een opvanghuis in Amsterdam. Ze liep overal weg. ,,Ik wilde niet om negen uur thuis zijn en om half tien in bed liggen.'' Bij `Enkeltje Zelfstandig' gedroeg ze zich in het begin als een klein kind, zegt ze. ,,Als Shaylinnisha krampjes had, ging ik zelf ook huilen.'' Diny de Groot: ,,En nu geef je de andere moeders advies.''

Shadrian woont nu een paar straten verderop in een ander huis van het Leger des Heils, met minder begeleiding. Ze staat op de wachtlijst voor een eigen huis. Daarom heeft ze op school ,,even een time-out'' genomen. Ze doet een opleiding voor sociaal-pedagogisch werker. Maar als ze gaat verhuizen, zal ze het daar te druk voor zal hebben. Jocelyne, de moeder van Kylian, woont al in een eigen huis, ook een paar straten verderop. De verjaardag van Kylian viert ze bij haar ouders, ze gaat patat bakken. Haar vriend, met wie ze twee jaar was, heeft het net uitgemaakt. ,,Hij zei dat ik een slechte moeder ben'', zegt ze. ,,Ik vind dat natrappen.'' Jocelyne doet een opleiding voor onderwijsassistent. Zij heeft een time-out genomen tot Kylian op school gewend is. ,,En dan ga je weer beginnen, hè'', zegt Diny de Groot. Jocelyne: ,,Ja, dan ga ik weer beginnen.''

De kleine jongen – hij lijkt zestien, met donshaar op zijn bovenlip, maar hij is 22 – heeft steeds zijn mond gehouden. Nu begint hij te praten, eerst hard, maar als hij merkt dat de meisjes niet naar hem luisteren steeds zachter. Hij vertelt over zijn ouders die Jehova's getuigen zijn, op de Veluwe. ,,Ik mocht helemaal niets.'' Zijn broer en zusje waren het huis al uit, ze kwamen nooit meer langs. Op een dag liep hij weg. Hij sliep in zijn auto, maandenlang, totdat de politie hem bij het Leger des Heils bracht. Hij vertelt dat hij acht maanden geleden op een avond weer eens met zijn vader familie op familiebezoek ging. Toen ze terugreden, zat hij achter het stuur van zijn vaders auto – zijn vader had gedronken. Bij een stoplicht haalde hij een vrachtwagen in. Er kwam een fietser achter vandaan, ze hadden elkaar niet gezien. ,,Hij ging door de voorruit. Daarna lag hij op straat. De politie zei later dat op dat moment alles al bij hem was uitgeschakeld.''

Zijn vader is nu boos op hem. De jongen is ook boos. Vannacht, zegt hij, is hij uren wakker geweest, hij heeft geschreeuwd en tegen de muren van zijn kamer geschopt. Maar hij durfde de hulpverlener die in een andere kamer lag te slapen niet wakker te maken. ,,Vanmorgen zei hij dat ik hem wel wakker had moeten maken. Hij zei dat hij altijd voor mij klaarstaat.''

Diny de Groot (54), moeder van twee volwassen kinderen, is bij het Leger des Heils gaan werken omdat er ,,geen van negen-tot-vijf mentaliteit'' heerst. Ze werkte eerst bij een andere organisatie voor daklozen. ,,Als mensen geen geld bij zich hadden, werden ze niet binnengelaten.'' Bij het Leger des Heils moeten mensen ook eigen bijdragen betalen, 2 euro 50 voor een nacht in de noodopvang. Maar als ze dat niet hebben, mogen ze toch naar binnen. ,,Hier zijn we met mensen begaan.'' Ze is gelovig, zegt ze. Maar ze is geen heilssoldaat.

Rea Petrona (37), dochter van een tienermoeder, is ook geen heilssoldaat. Ze werkt bij het Leger des Heils omdat alles er ,,zonder aanziens des persoons'' gaat. Ze zat eerst in de gehandicaptenzorg, ze solliciteerde bij het Leger des Heils toen ze hoorde dat `Zy aan Zy' begon. Ze zegt: ,,Bij ons krijgt iedereen altijd nóg een kans.'' En: ,,Wij hebben geen oordelen over mensen. Iedereen kan dakloos raken.''

Ine Voorham (54), de directeur van Welzijns- en Gezondheidszorg, is heilsofficier. Ze heeft de rang van luitenant-kolonel, ze draagt het uniform. In haar kantoor in Almere vertelt ze dat ze door een vriendin bij het jeugdwerk kwam, als vrijwilligster. Op een zondag ging ze naar de kerkdienst, daarna steeds vaker. Zo kwam ze ,,tot het geloof''. Ine Voorham heeft geen arbeidsovereenkomst met het Leger des Heils. Ze krijgt een toelage voor haar levensonderhoud. En haar opleidingen werden betaald: hbo opbouwwerk, bestuurs- en organisatiewetenschappen aan de universiteit. In 1990 werd haar gevraagd zich ten dienste te stellen van Welzijns- en Gezondheidszorg. Die was toen net losgemaakt van het kerkgenootschap. De grootste subsidiegever, de overheid, wilde zeker weten dat er geen geld naar de kerkelijke organisatie ging. Rijk en gemeenten betalen 80 procent van de kosten van de stichting. De rest komt uit giften en uit de bijdragen van de mensen die hulp krijgen.

Vanaf 1990 werd de stichting professioneler, zakelijker en groter. ,,We hebben de schotten tussen de verschillende vormen van hulpverlening weggehaald'', zegt Ine Voorham. ,,Mensen die bij ons komen hebben zelden één probleem.'' Een verslaafde, rondzwervende moeder van drie kinderen die bij het Leger des Heils komt, krijgt eerst warm eten en een slaapplaats. Daarna komt er een gezinscoach en die gaat kijken wat de problemen zijn. Voor gespecialiseerde hulp vorden mensen verwezen naar andere instellingen, binnen of buiten het Leger des Heils. Ine Voorham: ,,We zorgen ervoor dat mensen daar ook aankomen.''

Toen de gemeente Lelystad op een vrijdagochtend vroeg of het Leger des Heils opvang voor daklozen wilde regelen – het was opeens koud geworden – was er op vrijdagmiddag een huis gehuurd. 's Nachts kon er geslapen worden, een paar hulpverleners werkten dat weekend wat langer.

,,We incasseren veel'', zegt Frank Janse (26), hulpverlener bij `Nos pa nos' en bij `Enkeltje Zelfstandig'. `Nos pa nos' is er voor Antilliaanse jongens en meisjes die meestal net in Nederland zijn en niet bij hun familie kunnen blijven. Frank Janse, die eerst ergens anders werkte: ,,Al worden we verrot gescholden, we zeggen nooit: en nou ga je eruit. We zeggen het misschien wel. Maar daarna laten we diegene toch weer binnen.'' De regels bij andere instellingen – als je dit doet, krijg je die straf – zijn er volgens hem vooral om hulpverleners te beschermen.

Frank Janse is lid van de Gereformeerde Gemeente. Hij komt uit Nunspeet, uit een gezin met acht kinderen. En er waren ook altijd nog pleegkinderen. Frank Janse is getrouwd en heeft een zoontje van twee. Hij wil ook pleegkinderen. Onderweg naar Zeewolde, naar een huis van `Enkeltje Zelfstandig', vertelt hij wat hij met zijn werk bereiken wil. Er zijn doelen van de subsidiegever: zo veel jongeren in zo veel tijd zelfstandig maken. Maar er zijn ook andere doelen. Iemand leren aan tafel te vrágen om de botervloot. Iemand helpen wat gelukkiger te zijn. Frank Janse: ,,En ik bepaal niet voor een ander wat geluk is''.

Over het geloof praat hij alleen als iemand er zelf over begint. 's Middags bijvoorbeeld, in Zeewolde. In een van de kamers woont Rianne (21), ze vertelt dat ze op de televisie naar Henny Huisman gekeken heeft. ,,Hij zocht God bij het Leger des Heils.'' Frank Janse vraagt: ,,Was het mooi?'' Rianne: ,,Heel mooi.'' Frank Janse: ,,Ga jij nu ook God zoeken?'' Rianne: ,,Nee.'' Franke Janse raadt haar aan om vaker te kijken. Meer niet.