Het beeld

Twee handen in de lucht, palmen naar voren: ik heb nog geen van de verslaggevers in Madrid horen uitleggen wat de achtergrond is van het imposante gebaar dat veel demonstranten sinds donderdagavond maken, maar je ziet het overal. Het kan natuurlijk zijn dat het een oude Spaanse traditie betreft, maar de indruk lijkt eerder dat het dezer dagen spontaan op straat ontstaan is, zoals het ritmische handgeklap in mei 1968 in Parijs of de anjers in de geweren in april 1974 in Lissabon.

Waarschijnlijk moet je het gebaar interpreteren als een stopteken: stop het terrorisme, van welke kant het ook komt. Vanaf vrijdag veranderde de adressering en de betekenis geleidelijk, in de richting van: stop de leugens, stop de regering-Aznar. De handen omhoog kun je ook associëren met een symbolische overgave, een weigering nog langer mee te doen aan de oorlog in Irak. Maar de sterkste herinnering had ik aan een film die bijna geen Spanjaard gezien kan hebben, Frans Weisz' Charlotte (1980). Daarin wordt de joodse kunstenares Charlotte Salomon op het station voor het laatst vaarwel gezegd door haar geheime minnaar Daberlohn (Derek Jacobi). Terwijl de trein vertrekt, staat hij met twee handen omhoog stokstijf op het perron, en wordt in haar ogen steeds kleiner. Het is een van de mooiste visuele liefdesbetuigingen die ik ken.

De televisieverslaggeving over de spectaculaire verkiezingsuitslag in Spanje liet dit weekeind te wensen over. Vrijdag nog voorspelde onder een piepklein parapluutje met slechts een hand omhoog, correspondent Robbert Bosschart in het NOS Journaal dat de Spaanse kiezers nu een beetje emotioneel reageerden, maar zondag toch wel weer met hun hoofd zouden kiezen. Bosschart lijkt zelf een beetje in de war van het vele werk: hij komt slecht uit zijn woorden en lijkt weinig affiniteit te hebben met de vitaliteit van een jonge democratie.

Zondag is weliswaar in de meeste landen de dag waarop verkiezingen gehouden worden, in Nederland is er dan weinig aandacht voor actualiteiten: alleen korte nieuwsbulletins, geen Nova. Op zondag houdt Netwerk (KRO) de wacht, en daar kwam men met een acceptabele reportage: nog net iets te veel taxichauffeurs, maar wel het inzicht ademend dat er iets bijzonders aan de hand was, en dat dat van onderop kwam.

Je zou willen weten wat de doorslag gaf bij degenen die toch maar niet rechts stemden: woede over het gedraai van Aznar na de aanslag (ook de staatstelevisie TVE hield zich volledig aan de officiële versie) of angst voor de gevolgen van de trouw aan Amerika en Engeland? En hoe president Bush reageert op het eerste pak slaag bij verkiezingen in een geallieerde natie in de Irakoorlog.

Netwerk dorst aan het begin van de avond nog geen winnaar te voorspellen. Daarna zond Tegenlicht (VPRO) zoals gepland een uitstekende documentaire uit van Jos de Putter en Masja Novikova over die andere verkiezing, van de Russische president. Tegenlicht maakt aannemelijk dat Poetin zijn macht mede dankt aan door de geheime dienst geëntameerde `Tsjetsjeense' terreuraanslagen. Basta ya!