`Havelaar is een mislukte sukkel'

Na de première vrijdag van Saïdjah en Adinda, de openingsvoorstelling van het Wereld Muziektheater Festival, konden de gasten zich verpozen met drank en wereldhapjes in de monumentale hal van het Koninklijk Instituut van de Tropen. Het was een vreemde gewaarwording om na het zien van Multatuli's vlammende aanklacht tegen de koloniale overheersing van Nederlands Indië, te genieten van de vruchten dezer onderdrukking in de overdadig met marmer beklede hal. In het instituut heeft de Nederlandse roofstaat op schaamteloze wijze de buit uitgestald. Er staan zelfs nog wat koloniale roverhoofdmannen op hun sokkel.

Het Wereld Muziektheater Festival brengt in negentien Nederlandse en Vlaamse steden `niet-westers' muziektheater waarin wordt gewerkt vanuit de traditie. Saïdjah en Adinda is een Indonesische voorstelling gebaseerd op Multatuli's roman Max Havelaar (1860). Librettist Susili Nugroho en dichter Slamet Kardjono concentreren zich op de nevenintrige over twee Javaanse geliefden die ten ondergaan in het schrikbewind. Daarnaast wordt in haastige kernscènes het verhaal verteld van de `adsistent-resident' die de koloniale misstanden wil aanpakken. De voorstelling biedt een staalkaart aan Indonesische cultuur: een gamelanorkest onder leiding van Blacius Subono, Javaanse dansen van regisseur Martinus Miroto, wajang schaduwpoppenspel, en twee geëngageerde clowns.

Het is interessant om de Indonesische visie op Multatuli's roman te zien. Multatuli richt zijn pijlen op de corrupte Indische regent. De Indonesische theatermakers hebben minder scrupules; bij hun zijn de Nederlanders de enige boeven; de regent speelt een kleine rol. Max Havelaar wordt neergezet als een goedwillende sukkel die niets bereikt. Acteur Suslio Nugroho combineert een harkerige motoriek aan een permanente staat van opwinding. Dit kan een spelopvatting zijn: zo zien Indonesiërs de Nederlander. Het kan ook dat Nugroho een slecht acteur is.

Zoals het voor Multatuli moeilijk was om als expat een juist beeld van Indië te krijgen, zo kan ik mij moeilijk een oordeel aanmeten over deze voorstelling. Als niet-ingewijde kan ik slecht voorbij de clichés kijken. Het gamelanorkest klinkt precies zoals ik me een gamelanorkest voorstel. Maar misschien maakt de componist wel heel opzienbarende melodieën. Het wajang poppenspel ziet er nogal rommelig uit, met wild rondzwaaiende poppen en onscherpe taferelen. Maar misschien is dat geen onkunde maar vernieuwing. Van Multatuli's woorden is een schoolse samenvatting gemaakt waaruit alle brille is verdwenen. De hele voorstelling maakt op mij de indruk van ouderwets historisch vormingstoneel. Maar misschien is het wel gewaagde Indonesische avant-garde.

De dansen zien er in ieder geval prachtig uit, met sierlijk knakkende polsen, uitdraaiende benen en flexende voeten. Vooral de buffels maken indruk: twee mannen op handen en voeten die de vele losse spieren op hun ruggen indrukwekkend laten dansen.

Wereldmuziek Theater Festival: Saïdjah en Adinda van Multatuli. Gezien 11/3 Koninklijk Instituut voor de Tropen, Amsterdam. Festival t/m 20/4. Inl. 020-6060744, www.wmtf.nl