Er was één wet: doen wat Amerikanen zeggen

Drie van de vijf Britse moslims die vastzaten op Guantánamo Bay hebben dit weekeinde in de Britse krant The Observer verteld over hun gevangenschap.

Hardhandige ondervragers in het gevangenenkamp Guantánamo Bay hebben drie Britse moslims gedwongen tot het afleggen van de valse bekentenis dat ze Osama bin Laden en Mohammed Atta, leider van de `11 september-kapers', hadden ontmoet. De Amerikanen geloofden het alibi van de drie mannen pas nadat MI5, de Britse binnenlandse inlichtingendienst, aantoonde dat ze op het moment van de vermeende ontmoeting in het Verenigd Koninkrijk waren.

Dat hebben de drie gezegd in vraaggesprekken met Britse kranten. Ze maken deel uit van de vijf Britse moslims die vorige week na ruim twee jaar gevangenschap werden vrijgelaten en terugkeerden in het Verenigd Koninkrijk. Zowel het Pentagon als de Britse veiligheidsdiensten hebben stilzwijgend geaccepteerd dat de vijf mannen, die in 2001 en 2002 in Afghanistan en Pakistan zijn aangehouden, geen banden onderhielden met terroristen.

Shafiq Rasul (26), Asif Iqbal (22) en Rhuhel Ahmed (22), alledrie afkomstig uit het stadje Tipton in de West-Midlands, waren eind 2001 in Pakistan voor het huwelijk van Iqbal, zo vertelden ze tegen de zondagskrant The Observer, die vijf pagina's inruimt voor hun verslag. Vóór de bombardementen op Afghanistan begonnen, trokken ze met andere moslims naar het buurland, niet om aan de zijde van de Talibaan te vechten, maar, aldus de drie, om aan hun mede-moslims voedsel en medische voorraden uit te delen die ze hadden gekocht.

Ze raakten klem tussen strijdende partijen en vielen op omdat ze geen baard droegen. In de stad Kunduz werden ze gevangen genomen door troepen van de Oezbeekse krijgsheer Dostum, lid van de Noordelijke Alliantie. Daar overleefden ze ternauwernood een bloedbad, toen diens soldaten honderden gevangenen samendreven in containers. Het merendeel van hen stikte. Anderen stierven toen de containers met kogels werden doorzeefd. De drie overleefden alleen omdat er lucht door de kogelgaten naar binnenkwam. ,,We zagen eruit als zombies'', zei Iqbal. ,,We stonken, er kleefde bloed aan ons en de geur van de dood.''

Daarna brachten ze enige tijd door in een gevangenis. Toen het Rode Kruis daar op bezoek kwam en beloofde contact op te nemen met de Britse ambassade in Islamabad, dachten ze vrij te komen. In plaats daarvan werden ze overgedragen aan de Amerikanen en naar Cuba gebracht. In de tweeënhalf jaar die ze daar vastzaten, werden ze elk zo'n 200 keer ondervraagd, zeggen ze, soms twaalf uur achter elkaar. Ook brachten ze soms maanden achtereen door in een isoleercel.

Ahmed beschreef een typische ondervraging – volgens hem in het bijzijn van leden van de Britse geheime dienst – waarbij hij geknield zat, terwijl er een soldaat op zijn benen stond en een andere soldaat een geweer tegen zijn hoofd hield. De drie vertelden ook dat ze voorovergebogen moesten zitten met hun voorhoofd op de grond en een soldatenschoen in de nek.

Colin Powell, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, heeft hun relaas, en dat van een andere vrijgelaten Brit die eerder tegen tabloids sprak, gisteren van de hand gewezen. Tegen de Britse zender ITV zei Powell dat in Guantánamo Bay de Geneefse Conventies zijn gerespecteerd. Volgens hem was het ,,niet in de Amerikaanse traditie om mensen zo te behandelen.''

De drie brachten enige tijd door in de open `kooien', in dichte barakken en in speciale isoleercellen. Ze vertellen over het regime met maar één wet: ,,precies doen wat de Amerikanen zeggen''. Ahmed vertelde dat hij op een piepschuimen beker `Have a nice day' had geschreven, wat hem kwam te staan op isoleercel ,,wegens moedwillige beschadiging van Amerikaans overheidsbezit''.

Niet elke ervaring was grimmig. Volgens Rasul verscheen er op een dag een piepjonge ondervrager die hem vroeg: ,,Waar moet ik in Tipton wezen als ik een luchtdoelraket wil hebben?''. Rasul: ,,Ik begon met hem te ruziën: dacht hij echt dat ik in een soort van oorlogszone woonde of zo? Ik was bang voor de ondervragingen, maar tegen het einde vond ik ze gewoon stompzinnig.''

Eerder hadden Rasul en de andere drie de valse bekentenis afgelegd over hun ontmoeting met Bin Laden. Op het moment van de vermeende ontmoeting werkte Rasul bij Curry's, een Britse witgoedwarenhuisketen, wat gemakkelijk was te controleren. Maar de Amerikanen geloofden hem niet. Na drie maanden isoleercel bekende hij: ,,Ik kon er niet meer tegen en zei: ja, ik was het, breng me maar voor de rechter.'' In september vorig jaar liet MI5 de Amerikanen zien dat de drie nooit de ontmoeting gehad konden hebben. Vorige week werden ze op het vliegtuig naar huis gezet, stomverbaasd dat ze voor het eerst sinds meer dan twee jaar geen handboeien aanhoefden.