De Manege is niet meer

De Manege is afgebrand: het historische gebouw naast het Kremlin ging vannacht in vlammen op. Maar stond het niet al op de hitlist van de burgemeester?

'Hoera'! Beschonken skinheads brullen het uit als tegen elf uur 's nachts de statige fronton van de Manege met donderend geraas naar beneden komt. Ruim een uur heeft dit kurkdroge, 187 jaar oude gebouw in hartje Moskou zich gehandhaafd tegen het inferno in haar ingewanden. Vlammen schieten tientallen meters de hoogte in, over de nachthemel ligt een schitterende deken van oranje rook met vonken.

Een oudere man schudt treurig zijn hoofd. ,,Ze begrijpen niet wat Moskou voor prachtigs verliest'', zegt hij. ,,Mooie verkiezingsdag'', zucht zijn buurvrouw. Maar beiden kijken net als de skinheads gebiologeerd naar het oergeweld, luisteren stil naar het onaardse, grommende geloei. In een half uur zien ze hoe de wind de vlammenzee richting voorgevel jaagt, hoe achter de zwarte ramen eerst een oranje gloed verschijnt en vijf minuten later de eerste vlammen naar buiten lekken. Als de gevel instort, is het voorbij. Twee brandweerlieden die vanaf een hoogwerker water naar beneden spuiten, ogen machteloos: het water verdampt nog voordat het de grond raakt.

De Manege is niet meer. Gisteren brandde het historische gebouw naast het Kremlin af, alleen het karkas stond vanochtend nog na te smeulen. Twee brandweerlieden tuimelden in de vlammen en kwamen om.

Kortsluiting, zegt de Moskouse burgemeester Loezjkov, lang voordat de oorzaak van de brand werkelijk kan worden vastgesteld. Brandstichting, stelt Aleksej Klimenko, hoofd van Moskouse raad voor architectuur, met even weinig bewijs. Maar dat de Manege op de hitlist van de stad Moskou stond, is geen geheim.

In 1817 liet de triomferende tsaar Alexander I de Manege bouwen in het kader van zijn wederopbouwplan voor het voor driekwart afgebrande Moskou. Met de Manege herdacht hij de zege op Napoleon. Hier konden zijn cavalerie en de Kremlinwacht overdekt excerceren, er was ruimte voor een compleet regiment. Het gebouw gold indertijd als een mirakel: één houten zuil van 45 meter hoogte steunde een reusachtige overdekking, het vloeroppervlak bedroeg 7500 vierkante meter. In de Manage leerde de schrijver Tolstoi paardrijden en – op hoge leeftijd – fietsen.

De afgelopen decennia diende de Manege als expositieruimte. Dat was ook al zo aan het eind van de negentiende eeuw, maar na de revolutie gebruikte Stalin het als garage voor auto's van de Kremlintop. In 1938 sloopten de bolsjewieken alle gebouwen voor de Manege voor een futuristische snelweg die er nooit kwam: het Manegeplein werd een troosteloze asfaltvlakte. In de jaren negentig verscheen onder dat plein een peperduur winkelcentrum en werd het Manegeplein zelf bedacht met kitscherige, maar niet ongezellige kolonnades, terrasjes, beelden en fonteinen.

In 1957 werd de Manege weer een expositiehal, vijf jaar later, in december 1962, was er een legendarische tentoonstelling. De liberale kunstleraar Eli Belioetin kreeg plots het bevel een besloten expositie van avant-garde kunst naar de Manege te verplaatsen. De kunstenaars hoopten op officiële erkenning, maar werden teleurgesteld. Het bleek een valstrik van neo-stalinisten, die de wispelturige partijleider Chroesjtsjov hadden opgehitst: ,,De avant-garde noemt u Ivan-de-idioot op de troon.'' De kunstenaars – joodse zorgvuldig vooraan gezet – ontmoetten dus een rood aangelopen partijleider. ,,Dit is hondestront'', brulde hij al bij binnenkomst. ,,Zijn jullie soms pederasten?'' De beeldhouwer Neizvestni, een oud-paratrooper, vroeg de partijchef hem een dame te leveren ,,zodat ik u ter plekke kan tonen wat voor soort homo ik ben''. Dat snoerde Chroesjtsjov even de mond, maar de expositie maakte een eind aan de culturele `dauw'.

In Moskou gonst het nu van de geruchten dat de brand geen toeval was. In 2000 liet burgemeester Loezjkov weten dat hij de Manage wilde `reconstrueren'. De dragende zuil in het midden was oud en door houtworm aangevreten, het gebouw zou op instorten staan. Loezjkovs voorstel: het karkas van de Manege laten staan, maar het van binnen geheel opnieuw opbouwen. Een matglazen dak zou de belichting verbeteren en architect Pavel Andrejev voorzag in het kader van de `ondergrondse urbanisering' onder de Manege een parkeergarage. Minister van Cultuur Sjvidkoi protesteerde tegen dat `staatsvandalisme'. De plannen waren in strijd met de monumentenwet.

Maar die wet heeft de slopersbal van Loezjkov in het verleden zelden tegengehouden. De burgemeester maakte zich populair door enkele door de communisten gesloopt monumenten te reconstrueren: de Kazan-poort, door Stalin weggehaald om op het Rode Plein ruimte te maken voor tanks, en de enorme Christus Verlosser-kathedraal. Voor historische gebouwen die er nog wel zijn, maar geen economisch nut hebben, heeft Moskou een andere oplossing: slopen en een Efteling-achtige kopie neerzetten. Dat is Loezjkovs idee van monumentenzorg: tegenover de Manege wordt het kolossale hotel Moskva momenteel aan een soortgelijke operatie onderworpen. Een anonieme medewerker, Sergej, zegt: ,,Het probleem is dat dit soort gebouwen onder het ministerie van Cultuur vallen, maar die heeft nooit geld voor restauratie. Moskou kan dat wel verzamelen, maar dan moet het de commerciële sponsors wel iets nuttigs teruggegeven.''