Dansen op Verdi helpt popmuziek verder

Op de soloplaat `Grown Backwards' wijdt voormalig Talking Heads-zanger David Byrne zich onder meer aan Verdi en Bizet.

David Byrne heeft een broertje dood aan wereldmuziek. Niet omdat hij nu opeens afstand doet van de Afrikaanse ritmes van zijn groep Talking Heads of de latin-invloeden die als een rode draad door zijn solocarrière van de afgelopen vijftien jaar liepen. Maar het begrip wereldmuziek wordt te vaak gebruikt als een vuilnisbak voor alles wat een beetje exotisch aandoet en nergens anders bijhoort, vindt hij.

Zelf denkt hij helemaal niet in hokjes. Op zijn nieuwe album Grown Backwards keert Byrne meer dan ooit terug naar de Europese wortels van de populaire muziek, met echte violen en toegankelijke meezingmelodieën. Hij heeft het zelfs aangedurfd om twee overbekende operastukken te vertolken: het duet Au fond du temple saint uit De Parelvissers van Bizet (samen met de Canadese zanger Rufus Wainwright) en Verdi's Un di felice, etera uit La traviata.

Byrne was zich bewust van zijn vocale beperkingen, zegt de in Schotland geboren zanger die eind jaren zeventig met Talking Heads aan de wieg stond van de New-Yorkse new wave. ,,Het duet uit De Parelvissers en Un di felice waren de popsongs van hun tijd. Voor mijn gevoel is er beslist een historisch verband met de muziek die ik nu maak. Ik ben op zoek naar melodieën die het in zich hebben om overal ter wereld een gevoelige snaar raken. De komische situatie doet zich voor dat Rufus Wainwright me geïnstrueerd heeft hoe ik Au fond du temple saint in geloofwaardig Frans kon zingen. Waardoor het juist weer verder van Europa af komt te staan, omdat zijn uitspraak onvermijdelijk is verbonden aan de manier waarop de Franse taal in zijn woonplaats Quebec wordt uitgesproken.''

Het was de uitdaging om een element van vernieuwing toe te voegen aan muziekstukken die liggen vastgeklonken in het collectieve bewustzijn, zegt Byrne. ,,De kunst met dergelijke hypermelodische stukken is ze te ontdoen van sentimentaliteit, cliché en kitsch. Zelf ben ik ooit begonnen met luisteren naar Stockhausen en kwam ik zo op een natuurlijke manier uit bij Debussy en Verdi. Voor veel mensen zou dat de omgekeerde volgorde lijken, om van moeilijke experimentele muziek bij de wat prettiger in het gehoor liggende klassieken te eindigen. Maar voor mij is het de logische route. In mijn eigen muziek ben ik gaandeweg tot het inzicht gekomen dat het veel moeilijker is om een eenvoudig liedje te verzinnen, dan iets dat heel knap en gecompliceerd in elkaar zit maar dat niemand aanspreekt.''

Die andere keer dat hij een paar zinnen Frans zong, in de eerste grote hit Psycho killer van Talking Heads, stond zijn zenuwachtige `qu'est-ce que c'est?' voor de verknipte natuur van de seriemoordenaar die de hoofdrol in het liedje speelde. Op zijn 51ste steekt hij rustiger in zijn vel en valt het hem moeilijker om zo neurotisch te klinken, zegt Byrne. ,,Psycho killer was zo dicht als ik ooit met Talking Heads bij het theatrale van opera ben gekomen, omdat ik me in een dramatische rol verplaatste die ver van me af stond. Het was een karakterstudie van een machtswellusteling met Napoleontische neigingen. Tegenwoordig interesseert het me minder rollen te spelen en ben ik meer bezig net het vinden van mijn eigen stem. De albumtitel Grown Backwards heeft daar betrekking op. Om origineel te blijven, moet je steeds dieper in jezelf afdalen. Ik begin vaak met het imiteren van een bestaande stijl of een bestaand voorbeeld. Juist door de fouten die je daarbij maakt, ontwikkel je iets van jezelf.'

Muziek is niet het exclusieve bezit van de bedenkers, vindt David Byrne. Hij moedigt zelfs aan dat remixers zijn nummers onder handen nemen. ,,In popmuziek kun je doen wat in andere kunstvormen onmogelijk is. Stel je voor dat een romanschrijver zijn werk aan iemand anders aanbiedt en zegt: `Ga jij daar maar eens lekker een eigen versie van maken'. Mijn manier van muziekmaken is altijd gebaseerd geweest op de dingen die ik om me heen hoorde: Afrikaanse ritmes, latinmuziek en de danscultuur die de popmuziek al vaker een zetje heeft gegeven. In 1977 klonken de meeste punkgroepen in feite verschrikkelijk retro. De ware revolutie voltrok zich op de dansvloeren, waar de meest extreme discomixen gedraaid werden. Als ik de mensen aan het dansen kan krijgen op Bizet en Verdi, help ik de popmuziek weer een stapje in de goede richting.'

David Byrne: Grown Backwards (Nonesuch/Warner). Concert 3 mei Pepsi Stage, Amsterdam.