Dans in `I-space' van De Châtel ontbeert reliëf

Halverwege I-space, de nieuwe dansvoorstelling van choreografe Krisztina de Châtel, liggen de zeven dansers willekeurig verspreid op een plateau. Ze rillen, schokken en stuiptrekken als ernstig getraumatiseerden. De aanblik roept het afgrijselijke tafereel op van een terreuraanslag, zoals vorige week in Madrid; geweld dat willekeurige mensen wordt aangedaan.

Meer dan over dit directe fysieke geweld gaat I-space over de mentale gevolgen van een onmenselijk regiem en de waanzin van militarisme. Althans, dat laatste is wat de voorstelling, op muziek van componist Peter van Bergen, vooral suggereert.

Niek Kortekaas ontwierp bij I-space een fraai abstract toneelbeeld. Zo'n drie meter boven een kniehoog vierkanten plateau van metaal hangt een groot betonblok. Een sierlijk gordijn van metalen slierten markeert de rechterkant, links zitten in het gelid de muzikanten opgesteld. Bij aanvang klinkt een Hongaars liedje, een flard uit de jeugd van De Châtel die opgroeide in de jaren vijftig in communistisch Hongarije. En op slag laat de betekenis van dat massieve grijze blok, dat als een dreigend gevaarte boven de dansers hangt, zich raden, evenals dat van het ijzeren gordijn en de strakke opstelling van het Loos Ensemble.

De dansers komen schokkerig tot leven, zwiepen zich achterover en vallen terug. Ze ballen hun handen tot vuisten en bonken ritmisch op het plateau. Ze slepen zich langs de randen van het vierkant, maar keuren het gevaarte boven hen geen blik waardig. Dat is merkwaardig en niet slim. Want gaandeweg verdroogt dat toneelbeeld tot een te statisch `ding'. Beweging zit er niet in en de verankering lijkt akelig solide. Zo zonder aandacht en zonder beweeglijkheid is dat blok niet bedreigend genoeg.

Ook de choreografie mist dynamiek en geladenheid. Normaal komen die bij deze choreografe voort uit haar opvallende idioom van uiterst teruggeschroefde herhalende bewegingen in een tergend nauwgezet ruimtelijk patroon. Maar hier is de dans los ingezet. Een kort moment van menselijk contact – in een tango-flirt van de blonde Cecilia Moisio met de donkere Massimo Molinari – blijft slechts een incident dat door het ontbreken van een dwingende structuur zo weer verloren gaat.

Zonder contrast krijgt de dans geen reliëf. Aan het einde lijken de dansdelen te willekeurig aan elkaar geplakt en hoeven we niet langer op een dramatische wending te hopen.

De muziek van het Loos Ensemble werkt in I-space ook al niet mee. De vier musici maken aardedonkere geluiden (met elektrische piano, gitaren, percussie en elektronica) die op den duur loodzwaar en monotoon klinken. De dans voelt aan als een log gevecht tegen een taaie materie waarop zelfs marsbewegingen en woedende vuisten doodslaan. Hoewel De Châtel een meester is in het verzoenen van menselijke emoties met abstracties als tijd en ruimte, of om tegenstellingen – zoals hier macht en onmacht – pregnant te verbeelden, laat ze het hier geheel afweten. I-space blijft tussen twee ideeën (het oorspronkelijke thema was `ruimte') in hangen. Daarmee raakte de cohesie tussen inhoud en vorm volkomen zoek.

Voorstelling: I-space door Dansgroep Krisztina de Châtel/ Loos Ensemble. Choreografie: De Châtel. Compositie: Peter van Bergen. Toneelbeeld: Niek Kortekaas. Gezien 11/3 Theater aan het Spui, Den Haag. Tournee t/m 15/5. Inl.: 020-669 5755, www.dechatel.nl