Advocaten gedragen zich in Arlon als ware diva's

,,Bonjour ma chère!'' De advocaat van een van de slachtoffers van Marc Dutroux ontwaart in de meute journalisten die hem bij de uitgang van de rechtbank in Arlon opwacht, een verslaggeefster. ,,Jij ook hier! Laten we zo lunchen. Ik heb veel te vertellen''. Maar eerst moet hij interviews geven. Over de ,,onzin-strategie'' van Dutroux' advocaten. Over Dutroux zelf, die eerst niet op de foto wilde en toen weer wél. Over de tocht in de zaal, die hem een stijve nek bezorgt. Na 25 minuten gaat ze maar met iemand anders lunchen.

In het proces-Dutroux wordt even hard ín de rechtszaal gepleit als daarbuiten. Advocaten rennen zelfs tíjdens zittingen naar buiten om hun mening te geven over wat er binnen gebeurt. Avond aan avond zitten ze in de tv-studio's, een rij witte prefabs pal voor het gerechtsgebouw. Soms gaan ze zelfs naar talkshows in Brussel, 190 kilometer verderop, om later dat hele eind weer terug te rijden. Restaurants in Arlon hebben gezegd dat ze de advocaten van Dutroux niet willen serveren. Maar iedereen kan vaststellen dat die boycot alleen 's nachts wordt geëerbiedigd, als de horeca gesloten is. Overal smoezen advocaten, bij een voortreffelijke kreeft of choucroûte, verder met de pers. Hier worden de documenten gelekt die geheim zijn (er zijn journalisten die er geld voor bieden). Hier worden de strategieën van hun cliënten van tevoren verklapt – om vooral het initiatief te houden en de tegenpartij in het defensief te drukken. Jaloers zie je soms journalisten naar een andere tafel kijken. Missen ze wat?

Het gros van de 1340 journalisten die voor het proces zijn geaccrediteerd, staat buiten. Zij wachten op de advocaten, voor plaatjes en quotes. Andere verslaggevers zitten de hele dag in het gerechtsgebouw zelf. De echte zaal is te klein. Daarom moeten zij het doen met twee luisterzalen, waar ze op drie beeldschermen zien wat er in de échte zaal gebeurt. Niemand mag de luisterzalen in met apparatuur – iedereen pent dus op blocnotes. Er zijn twee speciale pasjes om erin te komen, en twee `checkpoints' met agenten, politiehonden en bliepende detectiepoortjes. Fotografen en cameramensen mogen bij het begin van elke zitting eventjes opnames maken van de beklaagdenbank. Als de zitting begint, moeten zij de zaal weer uit. Zo ging het vroeger ook. Dan kwam er een verslag in de krant van wat er die dag gezegd was, met een foto erbij. Dat gebeurt nog steeds. Maar het is niet meer genoeg.

,,Ik heb het recht om de pers voor te lichten'', vindt Paul Quirynen, advocaat van de familie van An Marchal, een van de slachtoffers van Dutroux. ,,De familie verwacht dat van mij.''

Hij stapte vorige week uit de Orde van Vlaamse Balies, omdat die – ironisch genoeg via een persbericht – liet weten dat zijn diva-gedrag een blamage is voor de beroepsgroep: ,,Advocaten mogen alleen interviews toestaan in uitzonderlijke omstandigheden en wanneer dit absoluut vereist is voor de verdediging van de cliënt.'' Zij die hun eigen prestaties in de rechtszaal achteraf becommentariëren in de media, zijn volgens de Orde ,,de Pfaffs van de advocatuur''.

Quirynen verdedigt zijn cliënten gratis. Veel advocaten doen dat, in dit proces. Dutroux heeft er vier, onder wie een voormalig fotomodel die de krant al haalt als ze verkouden is. Omdat Dutroux geen inkomen heeft (op wat particuliere schenkingen na), betaalt de staat ze. Zijn ex-vrouw Michelle Martin heeft twee advocaten. Zij praten als enigen nooit met de pers. De andere twee beklaagden hebben er elk ook twee, eveneens op staatskosten – één hunner klaagt vaak dat hij nog geen cent heeft ontvangen, wat altijd weer goed is voor een kolommetje.

De twee meisjes die Dutroux' gruweldaden overleefden, Sabine en Laetitia, worden ook gratis verdedigd. En toen Paul Marchal, vader van de overleden An, een paar maanden geleden de rekeningen van zijn advocaat niet meer kon betalen, bood de gerenommeerde strafpleiter Quirynen aan om het voor niets te doen. Voor advocaten is `het proces van de eeuw' zwaar. Het duurt zeker 2,5 maand. Het dossier bevat 450.000 pagina's. Niemand ziet kans om die allemaal te lezen. ,,Ik lees 60 pagina's per dag'', zei een advocaat een jaar geleden, ,,meer lukt niet. Ik heb ook andere zaken. Als het proces begint, heb ik een fractie van het dossier uit''. Voor hem en veel collega's moet het gemis aan inkomsten worden gecompenseerd met iets anders: faam, reputatie. Dat verklaart voor een groot deel hun mediamieke optreden: ze roepen af en toe wel dat het één show is in Arlon, maar ze hebben de pers even hard nodig als de pers hèn. Na de zitting zijn zij nog lang niet klaar met pleiten.

De pers krijgt het verwijt dat zij het proces ,,opklopt'' tot een soap. La Libre Match publiceert foto's van Dutroux in onderbroek, in de cel. La Dernière Heure brengt dagelijks, naast vijf pagina's smeuiige citaten en verslagen, een hele pagina met ingezonden brieven. De Duitse krant Die Welt publiceert gelekte passages uit het netwerken-onderzoek dat nog lang niet is afgerond. Andere kranten brengen ruzies tussen Dutroux' advocaten op de voorpagina. In de perszaal, op 200 meter van de rechtbank, belden Japanse journalisten tijdens de eerste week elk kwartier vanachter hun laptop nieuwtjes door naar hun redactie. In de café's van de stad slaan verslaggevers elkaar om de oren met de meest pietluttige details. Ze bieden tegen elkaar op, in een permanente competentiestrijd: ík ben de grote Dutroux-kenner!

Maar zonder advocaten met ster-allures zou die competitie een stuk minder vurig zijn. ,,Waarom liep je gisteren weg?'' vroeg de advocaat aan de journaliste die niet met hem had geluncht. ,,Het duurde me te lang'', zei ze. ,,Gaan we moeilijk doen?'' riep hij verongelijkt. ,,Ik had je een scoop kunnen geven''.