Volwassen muis maakt nog steeds nieuwe eicellen

In de eierstokken van vrouwtjesmuizen ontstaan ook na de geboorte nog nieuwe eicellen. Al meer dan vijftig jaar staat vast dat de eierstokken van vrouwelijke zoogdieren bij de geboorte uitgerust zijn met een voorraad eicellen waar ze hun hele leven mee doen. Vruchtbaarheidsonderzoekers van het Massachusetts General Hospital in Boston hebben dit biologisch dogma nu onderuitgehaald (Nature, 11 maart).

Simpelweg door te tellen kregen Jonathan Tilly en zijn collega's het idee dat muizeneierstokken ook na de geboorte nog nieuwe eicellen maken. Van de 8.000 gezonde eicellen die op de eerste levensdag van de muizen in een eierstok geteld worden, is op de vierde levensdag de helft gestorven. Daarna sterven dagelijks zo'n 90 eicellen. Met die verdwijnende aantallen kunnen vrouwtjesmuizen nooit langer dan een jaar vruchtbaar zijn. Tilly en de zijnen concluderen dat er ongeveer 77 nieuwe eicellen per eierstok per dag bijkomen.

De nieuwe eicellen moeten ontstaan uit stam-eicellen. Die zouden dus, anders dan tot nu toe werd gedacht, ook na de geboorte te vinden moeten zijn in de eierstok. Een middel dat die stamcellen selectief doodt is busulfan, een gif dat ook gebruikt wordt voor chemotherapie bij kanker. Bij jonge muizen die dit middel hadden gekregen was de eierstok na twintig dagen 2.000 jonge eicellen armer. Dat laat zien dat de eierstok van een muis inderdaad zulke stam-eicellen bevat.

Experimenten met een muis waarvan alle cellen in zijn lijf een groenfluorescerende merkstof bevatten, maken de nieuwvorming van eicellen zichtbaar. De onderzoekers transplanteerden een stukje van de eierstok van een gewone muis naar de eierstok van die groene muis. Uit de stamcellen van de groene muis ontstonden na een maand groene eicellen in het getransplanteerde stukje eierstok van de gewone muis.

Of de bij muizen gevonden eicelgroei tijdens het leven ook bij vrouwen voorkomt is onbekend. In een begeleidend commentaar in Nature speculeert de Amerikaanse embryoloog Allan Spradling dat vrouwen tot hun dertigste nog eicellen produceren. Daarna zou dan alleen de resterende voorraad beschikbaar zijn. Dat zou verklaren waarom na het dertigste levensjaar de vruchtbaarheid achteruit begint te gaan.