Volkssport?

Achteraf had PSV-voorzitter Harry van Raaij er spijt van dat hij zijn spelers op de avond van 11 september 2001 de wei had ingestuurd. Hij was, zo zei hij, gezwicht voor het dictaat van de UEFA. Van Raaij, toen al getekend door het leven, had beter moeten weten.

De Spaanse clubs FC Valencia, FC Barcelona, Real Mallorca en Villarreal hadden donderdagavond ook beter moeten weten. `De boom in met de UEFA', hadden spelers, coaches en bestuur moeten roepen. `Weg met het gouden kalf; de mens eerst.' Edoch, ze speelden hun wedstrijd alsof er niets aan de hand was. Voor laaiende tribunes waar vlag en wimpel, bier en hymne souverein zijn aan de dood. Aan alle doden. Ach ja, ze `deden' een minuut stilte en een rouwbandje om de arm, dat is ook al mooi. Passie en compassie subtiel in elkaar vervlochten, zullen we maar zeggen. Rouw voor het oog.

Wat betekent een doelpunt op een dag van nationale rouw? Voor de UEFA: alles. Bobo's zijn kalendergekken. Niets is heiliger dan het schema. Tijdens de bloedige Olympische Spelen van München in 1972 moesten de atleten ook stoïcijns door met kogelstoten en polsstokspringen. De Champions League was op de avond van 11 september 2001 gewoon de Champions League. Voetbal is een volkssport hoor je altijd weer. Daar is weinig van te merken in dagen dat het volk rouwt.

Wel of niet wijken voor terreur, het was ons uitzichtloze dilemma zeiden de UEFA-bonzen donderdagavond. Een politiek dilemma dus. Hoe de spelers van Valencia en Barcelona zich voelden, deed er niet toe. Eigenlijk doet het er nooit toe. Verzilverde slaven moeten spelen, hun geld opstrijken en hun mond houden. Het `menselijk gemoed' is voor thuis.

Het leven gaat door, dat is waar. Maar alleen al om redenen van goede smaak zou ik denken: niet in de regie van de UEFA. Deze voetbalkliek is geobsedeerd door dollartekens, door kak, door contouren van de luchtballon die ze zelf zijn. Over de grenslijn tussen leven en dood van anderen hebben ze geen mening. In hun onsterfelijkheid weten ze niet eens dat die er is. Ook niet na een bloedbad in het hart van Europa.

UEFA: zullen we er een scheldwoord van maken?

Geen wereld wordt zo geteisterd door institutioneel cynisme als de sportwereld. Je ziet het terug op alle niveaus. Bij bonden en clubs, in Europa en in de wereld. Jorien van den Herik is een fulltime democraat in het zicht van het IOC, de UEFA en de FIFA. Harry van Raaij en Foppe de Haan? Poedels. Maar zij zijn de maskerade in een systeem dat zich als een `staat in de staat' heeft ontwikkeld. Zij zijn de goedaardige monarchen in een dictatuur.

Sport is sentiment en dus niet geoefend in machtsomgang en -controle. Of het nu Jean-Marie Leblanc van de Société du Tour de France is of Sepp Blatter van de FIFA, zij weten zich niet gehinderd door zonderlinge bijkomstigheden als daar zijn: inspraak, overleg, welfare, mededogen. Zij swingen vrolijk van proces naar product, van beursvloer naar beursvloer. Het volk is überhaupt: de marge. Minder dan sponsors, zowaar minder dan de ingehuurde scheidsrechters en assistenten. De cornervlag als epicentrum van een leven, niet eens in de vierde wereld, in de eerste wereld. Je gelooft het niet en toch is het zo.

Topsporters zijn egoïsten. Dat horen ze ook te zijn. Aan hen moet je niet vragen om een maatschappelijk manifest of om een register van rouw. Als ze, gezeten op de bank, nog een beetje sjiek hun vrouw tolereren, is het al lang goed. Ik verwijt de spelers van Valencia en Barcelona niet dat ze donderdagavond gevoetbald hebben. Ze zijn al even nonconsistent in gevoelens van tristesse als in gevoelens van liefde voor de ander. Maar het zou toch moeten kunnen dat op een dag de gemeenschap van én voetballers én trainers én supporters zegt: `Fuck you, UEFA, wij hebben vandaag een verdriet dat we naast het veld, thuis of desnoods in de kleedkamer, willen uitzitten'. Ze zeggen het niet. Waarom niet?

Gevoelens, laat staan gevoelens van rouw, zijn niet lucratief. Ga maar kijken op de modebeurzen van Parijs en Milaan. Nooit zie je in de hand van een ontwerper de dood terug. Sport is lifestyle en dus par excellence een ode aan het leven. Wie daar anders over denkt wordt fijngemalen door de industrie van de lifestyle. Of houdt het, zoals Marco Pantani, zelf voor gezien.

Ik ben een heiden, maar ik mis de moeder Theresa in de sport. Erica Terpstra beloofde het te worden, maar ook zij is snel ontploft in de structuren om haar heen.