Verbeter de wereld, begin met een rap

Renske de Greef (20) over een poging om de voorlichting over ontwikkelingshulp te verjongen. Met rappers.

Bijna achteloos sla ik een vlieg weg, die traag zoemend rond mijn hoofd cirkelt. Al mijn aandacht gaat uit naar het oversteken van een modderig stroompje. Voorzichtig plaats ik mijn ene voet achter de andere op het vermolmde hout. Links van mij liggen grote scheepswrakken, imposant door hun totale verrotting. Rechts van mij ligt een luguber industrieterrein, kaal en leeg. Voor mij ligt een dorp. Terwijl ik er naar toe loop worden dreunende housebeats harder.

In een nauw straatje trotseer ik bukkend en stotend (een meter zesentachtig is niet bedoeld voor plaatsen als deze) talloze ogen die me nieuwsgierig en een tikkeltje wantrouwig aankijken. Ik zie alleen maar vrouwen. Gekleed in strakke paarse broekjes en felroze topjes staan ze te heupwiegen op de trashy trance die uit de luidsprekers schalt. Dit dorp is een bordeel. Al deze huizen zijn afwerkplekken. Al deze vrouwen zijn hoeren. Ik zweet en sla nog een vlieg uit mijn prikkende ogen. Dan bereiken we een klein huisje, de huiskamer is betegeld en heeft een kleine bar. Hier zit een meisje dat we mogen spreken. Ze is dertien.

Op een armzalig kamertje (bed in hok) waarin duizelingwekkende temperaturen worden bereikt, praten we met haar. Tijdens het gesprek staart ze naar het smoezelige laken. Ze praat zacht, heel zacht. Met vogelslokjes nipt ze aan haar cola en vertelt ze haar verhaal. Toen ze elf was, is ze getrouwd en heeft ze een kind gekregen. Alhoewel het haar man was die het kind wilde, ging hij er niet veel later vandoor.

Hij liet niet zo veel achter, behalve torenhoge schulden. De schuldeisers willen die nu op haar verhalen. Ze heeft echter geen geld, haar ouders ook niet. Een buurman raadde haar deze plek aan en heeft haar hier naartoe gebracht. Zijn eigen dochter werkt hier ook.

Ze is bang van seks, maar ze neemt bijna alle mannen mee, want ze wil snel veel geld verdienen. Ze mist haar dochtertje. Van de organisatie die het bordeel medisch ondersteunt hoor ik dat de mannen die er komen steeds jongere meisjes willen. Dan is de kans op aids kleiner.

EERSTE DAG

Mijn eerste dag in Indonesië vul ik met ladingen zweet verliezen in een klein kamertje terwijl je weet waarvoor het bed waarop je zit gebruikt wordt, luisterend naar verhalen van een kind over háár kind. In je allerliefste glimlach probeer je respect en sympathie te leggen, omdat je wil laten merken dat je het zo erg vindt.

Samen met Jan Hoek, een andere redacteur van het online jongerenmagazine Spunk (gelieerd aan NRC Handelsblad, zie ook pagina 2 van deze bijlage) en Opgezwolle (een rapformatie uit Zwolle) ben ik in Indonesië (op uitnodiging van Plan, het vroegere Foster Parents Plan). Het is een themareis over kinderarbeid. Het doel is om uiteindelijk twee producten te maken: een klein tijdschrift (een `zine') en een rap. Deze producten zullen worden gebruikt als aanvullend lesmateriaal op vmbo-scholen. Spunk en Plan organiseren deze reizen omdat het thema ontwikkelingsproblematiek altijd op dezelfde, voor jongeren niet aansprekende, manier wordt aangepakt.

ONTWIKKELINGSHULP

Als ik aan ontwikkelingshulp denk, vult mijn hoofd zich met beelden van reclames. Een klein negerjongetje zit voor zijn hutje. Zijn grote bruine ogen vullen zich met vliegen en tranen. Een zalvende stem, doordacht qua timbre en toon, vertelt mij wie dit is, waarom zijn buik bolrond is en waar ik mijn geld kwijt moet. Ook al is het een beproefd concept, neger met naampje (raak je er immers veel sneller aan gehecht), dit soort zieligheid raakt mij niet meer. Ik ben erdoor afgestompt. Ik moet alleen denken aan de mensen achter deze organisaties, middelbare theetantes, die onder het genot van een Pickwickje Calm & Easy het leed van honderden mensen even makkelijk bespreken als de nieuwste Libelle. Die alles zo zíelig vinden, zo sneu. Die voor het reclamespotje nog even een extra vlieg op het ronde bolletje plakken, voor een beter effect.

Weer in Jakarta bereiken we net buiten de stad een immense vuilnisbelt. De grootste werkgever van de stad. Als we uitstappen staan we even stil bij het beeld: stapels en stapels vuilnis waar bovenop kinderen lopen, blootsvoets, gebukt, zwetend, met een grote mand op hun rug waar ze het vuilnis in doen. De drukkende hitte en de felle zon doen het afval rotten, en het stinkt zoals het alleen in Das Parfum goed omschreven kan worden. De vliegen zijn hier nog talrijker vertegenwoordigd dan bij het bordeel, en half om ons heen maaiend lopen we de vuilnisbelt op. Verbijsterd kijk ik naar de geharde voetjes van de kleine kinderen, die zonder problemen over de grote brokken heen lopen. Twijfelend kijk ik naar beneden. Als het toonbeeld van westerse domheid verzwik ik om de centimeter mijn enkel dankzij mijn uiterst charmante punthakken. Terwijl we door een stoet kinderen rondgeleid worden, komen we langs een redelijk shockerend tafereel.

BARBIES HAKKEN

Een klein meisje, totaal geconcentreerd, staat met een enorme hakbijl enthousiast de koppen van barbiepoppen af te hakken. Met een zwaai laat ze de bijl neerkomen op het bleke plastic halsje, waarna ze met voldoening de kop bij haar helgele haar pakt en in een bak doet. Ze verzamelt plastic, en de poppen zijn van goed plastic gemaakt. Ook veel andere kinderen verzamelen plastic. Ze geven een voorstelling voor het eenjarig bestaan van het radiostation, opgezet met hulp van de Nederlandse stichting Homeless World, en waarvan de programma's door de kinderen van de vuinisbelt worden verzorgd.

Zenuwachtig en giechelend doen ze voor hoe ze de hele dag in de zon, gefocust op flesjes, bakjes, bekers en deksels het plastic opprikken. Maar het giechelen heeft voor ons toch een bittere ondertoon. Stilletjes kijk ik naar hen en bedenk hoe ze dat zullen blijven doen, de rest van hun leven. En hun kinderen misschien ook wel.

Scholing lijkt hier de enige uitweg.

Deze uitzichtloosheid raakt ons allemaal. Toch was het frappant om te merken hoe de gemoedstoestand en moraal positief was. Dit komt terug in de rap die Opgezwolle maakte: `jonge jochies, ze blijven positief, ze nemen wat ze krijgen nooit voor lief'. Opgezwolle was zeer expliciet over hoe ze dit wilde aanpakken: geen hypocriete zieligheidsshow. Ook zij hadden hun buiken vol van rijstbuiken. In de rap merk je dat ze beschouwen, dat ze vertellen over wat ze gezien hebben zonder belerend vingertje: `maar we zijn niet gekomen om jullie lessen te lezen, geen wijzigingen, maar neem eens een kijk in de wereld die draait'. De keuze van hun onderwerpen verraadde wat hen echt heeft geraakt. Zo rapt Junte over het meisje dat hij zag in het bordeel, terwijl Ricardo het heeft over het verschil in welvaart.

Rappers zijn de troubadours van deze tijd. De rapsoden van het oude Griekenland. Toen hadden ze al door dat teksten op muziek veel beter blijven hangen en veel meer mensen aanspreken. Rappers praten over wat hen bezighoudt, over de maatschappij en over de `current events'. En rap is op het moment een zeer populaire muziekstroming onder jongeren, terwijl ook de rappers zelf, als popidolen, een autoriteit zijn geworden.

VERKRACHTING

Avond in Jakarta. We vatten het plan op te gaan kijken op het busstation van Jakarta. Dit busstation vormt zo ongeveer het middelpunt van het duistere straatleven. In verhalen van kinderen hebben we er al veel over gehoord, en we willen nu zelf wel zien hoe dit Sodom en Gomorra-achtige wereldje is. We hebben gehoord dat het er heftig aan toegaat: berovingen, vechtpartijen, drugsgebruik en verkrachtingen zouden aan de orde van de nacht zijn. Er zijn ook veel kinderen die 's nachts op het busstation werken, als straatmuzikant, drugskoerier of bedelaar. Ze zitten niet alleen midden in die omgeving, maar maken er zelf ook onderdeel van uit: ook kinderen beroven, vechten, verkrachten en gebruiken en dealen drugs.

Tussen neus en lippen door melden wij aan onze tolken dat we van plan zijn 's nachts naar het busstation te gaan. Ze reageren geschrokken en onverzettelijk ongerust. Toch gewaarschuwd door deze felle reactie vragen wij de jongen die ons daar rond zou leiden om ons uitgebreid te vertellen over de mogelijke risico's die zo'n nachtelijk bezoek meebrengt. Hij heeft op het busstation gewoond en zou voor ons toestemming vragen aan de lokale maffia die het busstation controleert. Zijn verhaal maakt ons niet geruster. Met een serieuze blik vertelt hij over de plek, en hoe gevaarlijk het er is. Hij benadrukt dat wij opvallen, en geeft aan dat we zeker geld mee moeten nemen om mensen af te kopen als we worden overvallen.

Hij wil onze veiligheid niet garanderen. Ook wijst hij nadrukkelijk naar de enige blanke vrouw in ons midden – moi – en vertelt me dat ik maar heel veel extra kleding aan moet.

MES IN MONDHOEK

Na een heftige discussie besluit onze groep niet te gaan. Het is donker buiten, broeierig warm, we gaan naar een vieze plek vol kakkerlakken en afval, en het idee dat er daar duizenden mensen (aan de drugs, hongerig) zijn die het op ons hebben gemunt is te naar. De gedachte aan bloedende lijven, verkrachte journalistes en grote groepen verwilderde straatkinderen die zich tezamen op een digitale camera storten – met de eigenaar van de camera erbij – vult ons hoofd zodanig dat we besluiten dat het te gevaarlijk is. Het risico is te groot.

De volgende dag krijgen we toch nog de kans om de kinderen van het busstation te spreken. We kunnen naar een opvanghuis voor straatkinderen die drugsproblemen hebben. In een verschroeiend hete ruimte zitten we temidden van dertig kinderen, die steeds brutaler naar ons beginnen te kijken en schreeuwen. We mogen met een paar kinderen praten. Geschrokken valt ons oog op een jongen met twee grote littekens bij beide mondhoeken. In een nog kleinere, zo mogelijk nog hetere ruimte, vragen we hem wat er is gebeurd.

Hij heet Ringa, en hij is vijftien jaar. Hij vertelt dat hij negen was toen hij werd beroofd door een paar grotere jongens, op het busstation. Hij had geen geld bij zich. Toen gingen ze achter hem staan en sneden met een mes zijn mondhoeken open (een zogeheten `smiley'). Toch geeft hij duidelijk aan dat hij denkt dat de jongens hem wel lief vonden, of te klein. Want anders hadden ze hem wel doodgestoken.

Deze schokkende verhalen verpakken we in aantrekkelijk design en pakkende muziek. We hopen zo de `ver van mijn bed show' te veranderen naar `in your face'. Misschien wel dezelfde boodschap, maar op een andere manier. Kijk en vergelijk. Misschien dat dan bij jongeren een soort bewustzijn op gang komt. Dat ze een keer in de rij staan bij de Mac, wezenloos op hun haar kauwend, een hamburger bestellen en hem met moeite in hun toch al gevulde maag erbij proppen, en dat ze dan opeens stilstaan en denken: shit, voor de prijs van deze hamburger gaat dat dertienjarige hoertje met een vrachtwagenchauffeur naar bed. Vechtend voor een beter bestaan. Dat zou toch anders moeten kunnen?