Tariq Ramadan (4)

De heer Ramadan zegt behartenswaardige dingen, vooral omdat er een duidelijke parallel naar voren komt met andere geloven. Bijvoorbeeld: veel mensen in Nederland – niet afkomstig van recente immigratie – geloven niet in een persoonlijke god die hemel en aarde in zes dagen geschapen heeft. Niettemin aanvaarden de meesten een `christelijk universum' binnen de Nederlandse gemeenschap, ook als daar nog gebruiken bestaan die ze afwijzen (zoals het niet inenten van kinderen tegen polio en het primaat van de man als het om beslissingen gaat).

Trekken wij de parallel verder, dan is erg interessant wat zich in de 15de en 16de eeuw met het christendom heeft afgespeeld. Je had Talibaan-achtige landen (bijv. het Spanje van de inquisitie, en later de calvinistische afsplitsingen in Noord-Europa ) maar ook zeer pragmatische regiems, zoals de machtige Veneziaanse Republiek, waar onder meer de eerste korans zijn gedrukt. De islam is ongeveer zeven eeuwen later gestart en de grote massa van de moslimgelovigen – vooral op het platteland – heeft een wereldbeeld dat niet veel afwijkt van het christelijk wereldbeeld uit de late Middeleeuwen, wat erop neerkomt, dat dit aardse verblijf niet zo belangrijk is en alleen maar als test bedoeld. Voor de ware gelovige ligt pas na zijn dood een volmaakt gelukkig en eeuwig bestaan in het verschiet.

De katholieke monniken en priesters uit de Middeleeuwen hadden als belangrijkste taak dit wereldbeeld in stand te houden en lijken dan ook als twee druppels water op sommige imams in Nederland, die ook in hun land van herkomst uitgelachen worden om hun ouderwetse opvattingen. Je ziet in het decadente westen dat zich links en rechts moslimschrijvers en -filosofen manifesteren die hetzelfde proberen te doen als wat Erasmus, Johannes Hus, Luther, Giordano Bruno en Galileï enkele eeuwen geleden hebben gedaan. En niet te vergeten de professoren en studenten van de Universiteit van Bologna die in de dertiende eeuw 's nachts in het diepste geheim en met groot gevaar voor eigen leven – want de monniken en priesters hadden het streng verboden – sectie uitvoerden op doden en ontdekten dat er nergens in het lichaam een plek was ingeruimd voor de ziel.