Sollicitatieplicht ouderen levert economie niets op

De schrijvers van het artikel `Waarom zouden oudere werklozen niet solliciteren?' (NRC Handelsblad, 8 maart) beamen dat werkgevers inclusief de minister van Binnenlandse Zaken niet staan te springen om oudere werkgevers in dienst te nemen en vragen zich af: ,,Heeft sollicitatieplicht voor ouderen desondanks zin?'' ,,Ja'', concluderen zij, en komen vervolgens met argumenten die niets met een sollicitatieplicht te maken hebben. Zij stellen eerst dat we in Nederland geen leeftijdsgrenzen willen hanteren, en merken dan op dat ontheffing van de sollicitatieplicht een invitatie aan werkgevers kan zijn om nog meer ouderen op straat te zetten.

Beide zijn punten waarop de werkgever zich aangesproken dient te voelen, de werkloze oudere is hier machteloos. Vervang de sollicitatieplicht voor werklozen door een aannameplicht voor de werkgever, en maak het de laatste moeilijk ouderen te ontslaan. Dat is de enige zinvolle aanpak van het probleem.

Een sollicitatieplicht zal de kansen voor ouderen op de arbeidsmarkt juist doen afnemen.

Tot kort geleden wist een werkgever immers dat een sollicitatie van iemand van ouder dan 57,5 jaar ingegeven was door de wens te werken; nu raakt de brief van een oprecht werkzoekende oudere bedolven onder een hoge berg spooksollicitaties. Bovendien levert een dergelijke plicht de economie niets op, integendeel, de maatregel kost geld. Het enige werk dat erdoor gecreëerd wordt, is het extra, onrendabele, werk dat personeelsafdelingen en UWV's zullen moeten verzetten.

Ouderen zullen langer aan het werk moeten blijven, daar is op minister Remkes na iedereen het over eens, maar als je wilt bereiken dat de werkgever minder oudere werknemers ontslaat, moet je de werkgever aanpakken, niet de soms al jaren geleden ontslagen werknemer. Je stimuleert de eerste immers niet door de tweede een zinloze plicht op te leggen.