Rusland staat er somber voor

De Russische economie groeit, maar alleen dankzij de hoge gas- en olieprijzen. En de export is in de greep van de obsceen rijke oligarchen.

Rusland staat er somber voor. Zeker, de economie groeit en de welvaart sijpelt nu zelfs langzaam door naar beneden. Maar die groei is louter het gevolg van de torenhoge gas- en olieprijzen – vorig jaar steeg de prijs voor een vat Oeralolie weer van 21 naar 24 dollar. Was het eens modieus de Sovjet-Unie weg te wuiven als `Opper-Volta met kernraketten', voor Rusland lijkt de typering `Venezuela met kernraketten' op zijn plaats.

Wat is het beste en het slechtste nieuws voor de Russische economie, vroeg een journalist onlangs de liberale minister German Gref. ,,Hoge olieprijzen'', was zijn antwoord. De Russische economie is extreem gevoelig voor schommelingen op de wereldmarkt. Daalt de olieprijs onder de 15 dollar, dan is het gedaan met de economische groei, de sluitende staatsbudgetten en de politieke stabiliteit. Bovendien bevordert het olie-infuus de neiging tot doormodderen en smoort het hervormingsimpulsen.

Deze maand veegde de Wereldbank de pretentie van tafel dat Rusland evolueert van een industriële naar een diensteneconomie. Van het bnp bestaat 60 procent uit diensten, zo zeggen de statistieken van het Russische Gostatkom, olie en gas zou slechts 9 procent van het bnp uitmaken. De Wereldbank beklemtoont dat dit een vertekening door het alomtegenwoordige transfer pricing: een olieconcern verkoopt zijn olie tegen kostprijs aan een eigen firma, die het tegen marktprijzen doorverkoopt om belastingen te minimaliseren. De verkoop van olie komt vervolgens onder het kopje `handel' in de sector `diensten' terecht. Volgens de Wereldbank bestaat in werkelijkheid een kwart van het Russische bnp uit olie en gas.

De huidige groei van de industriële productie – 6 procent – hangt ook met olie samen. Die drijft namelijk op machinebouw, met name de bouw van treinwagons om olie naar het buitenland te transporteren nu het pijpleidingnet overbelast raakt. De voedingsindustrie kwakkelt daarentegen, de lichte industrie krimpt. Succes melden alleen de wapenindustrie en de nucleaire industrie: die parasiteren op technologie uit de sovjettijd. Hun bloei zal niet voortduren. Voorts exporteert Rusland naast olie en gas vooral grondstoffen: metalen, hout, diamant, edelmetalen. Die export wordt gedomineerd door de enorme conglomeraten van de `oligarchen', obsceen rijke financiers die de economie in een wurggreep houden. Een ongehoorzame oligarch als Michail Chodorkovski verdwijnt achter de tralies, maar zijn collega Friedman van de Alfagroep krijgt het beheer over het Moskouse vliegveld Sjeremetevo gewoon in de schoot geworpen.

Het zwakke Russische midden- en kleinbedrijf wordt gesmoord door een opgezwollen, parasitaire bureaucratie. Ondanks Poetins belofte die met 15 tot 20 procent te laten krimpen, bleef zij onder hem groeien. De zogeheten `stroomlijning' van het kabinet deze week is illustratief. Eerst werden de ministeries van Cultuur en Perszaken samengevoegd onder één minister. Een dag later bleken de oude ministers van Cultuur en Perszaken gewoon terug te keren als diens onderministers.

Ondanks het gejubel over de nieuwe stabiliteit vertrouwen buitenlandse beleggers Rusland allerminst. Ook in 2003 bleven de directe buitenlandse investeringen hangen rond de 4 miljard dollar, of 29 dollar per hoofd van de bevolking. Een land als Hongarije ontvangt 200 dollar. Er is ook alle reden tot wantrouwen. Standard & Poor's waarschuwt deze week bedrijven die een Russisch avontuur overwegen. ,,Het is onduidelijk of Rusland vooruitgaat of terugvalt in een klimaat waar het zakenleven opereert onder dreiging van politieke intriges, persoonlijke machtsspelletjes en ineffectieve en parasitaire bureaucraten.''

De agenda van Poetin voor de komende vier jaar is uitdagend: hervorming van de banksector, de `natuurlijke monopolies', de woonsector, de pensioenen. Extreem ingewikkelde processen waar de regering stuit op sterke gevestigde belangen. En Poetin geeft er tot dusver weinig blijk van de strijd aan te durven – impopulaire besluiten schuift hij liever voor zich uit. Neem de langverwachte hervorming van aardgasgigant Gazprom. Het Kremlin heeft het bedrijf al drie jaar onder controle, zonder dat er veel verandert. Wil het werkelijk dat Gazprom een winstgevend bedrijf wordt dat kan investeren in zijn roestige infrastructuur? Dan moet Gazprom binnenslands niet langer gas leveren tegen afbraakprijzen, niet meer als wapen dienen om buurlanden onder druk te zetten en zeker niet als melkkoe worden gebruikt in verkiezingstijd. Offers die het Kremlin niet wenst te brengen.

De enorme sociale problemen van Rusland blijven. Nog altijd verliest Rusland jaarlijks een half miljoen inwoners, de gemiddelde leeftijd voor mannen is onder de zestig. Het platteland is ontvolkt, overal zijn spookdorpen. Het onderhoud van de veel te omvangrijke bevolking in de mijnsteden van het hoge noorden slokt enorme bedragen op. Rusland kent wijdverbreide slavernij: de internationale arbeidsorganisatie ILO schatte vorige week dat vier miljoen mensen in Rusland feitelijk in slavernij leven.

De economische vooruitzichten worden verder verduisterd door een dreigende aids-epidemie. Alleen in Oekraïne verspreidt het aids-virus zich sneller dan in Rusland. Landen in zuidelijk Afrika met besmettingspercentages van 30 procent blijven toch groeien door een hoog geboortecijfer. Rusland kent die luxe niet. In het meest optimistische scenario van de Wereldbank kent Rusland in 2020 5,4 miljoen aidsgevallen – tegen die tijd sterven er maandelijks 21.000 burgers aan de ziekte. In het zwarte scenario heeft Rusland dan bijna 10 miljoen aidsgevallen. Het bnp moet dan 10 procent inleveren.