Politieke koorts en gewone-mensen-koorts

De politici van Indonesië zijn bevangen door koorts. Parlementariërs hangen niet langer knikkebollend in hun hoofdstedelijke zetels, maar staan wild gebarend op geïmproviseerde podia in afgelegen provincies. Ministers en andere hoogwaardigheidsbekleders praten niet langer lijzig en docerend en gebruiken niet de vertrouwde wollige woorden, maar ijlen en roepen met overslaande stem ongehoorde dingen. Dat het afgelopen moet zijn met de corruptie, de armoede en de rechtsongelijkheid, en, krasser nog, dat politici niet te koop zijn. De hoofden lopen rood aan en de lijven schokken. Het is heel verontrustend allemaal.

Gelukkig is de kennelijk acute aandoening niet heel besmettelijk en houden de meeste Indonesiërs het hoofd koel. Ze moeten wel, want het is regentijd, hun kampongs en desa's staan deels onder water en vooral kinderen en bejaarden worden bedreigd door een heel ander virus.

Op donderdag, Dag Eén van de verkiezingscampagne, wordt het middagjournaal bijna helemaal in beslag genomen door flitsen van partijoptochten en verkiezingsbijeenkomsten. Het enige andere onderwerp komt uit de provincie Lampung, in het zuiden van het eiland Sumatra.

Eva Novia Firdaus, een 10-jarig meisje uit een arme wijk in Bandar Lampung, is bezweken in een plaatselijk ziekenhuis. Rouwende familieleden zitten rond het lichaam, dat net naar huis is gebracht. Toen zij twee dagen achtereen hoge koorts had, brachten Eva's ouders haar naar het dichtstbijzijnde hospitaal. De uitslag van het eerste bloedonderzoek was `normaal', zeiden de verpleegsters. Woensdagavond begon Eva Novia plotseling te hoesten en bloed op te geven en niet lang daarna ging ze dood. Het ziekenhuis zegt nu dat haar conditie bij opname al zo acuut was dat ze niet geholpen kon worden. Het meisje is in de negen uur van haar opname niet door een arts onderzocht, want de enige specialist was elders doende. Wellicht – want dat gebeurt nu eenmaal – met zijn privé-praktijk.

Eva Novia is het zestiende slachtoffer onder 372 Lampungse patiënten die in verschillende ziekenhuizen worden verpleegd voor dengue, in het Indonesisch demam berdarah (bloedige koorts), in ouderwets Nederlands: knokkelkoorts. De gevreesde ziekte gaat gepaard met hoge temperaturen en, in een later stadium, met onderhuidse bloedingen. Intussen zijn in heel Indonesië bijna 35.000 mensen besmet en zijn er al 400 gestorven. Dengue slaat jaarlijks toe, en eens in de vijf, zes jaar met bovengemiddelde kracht. In de eerste, regenrijke maanden van 1998 werden 16.000 Indonesiërs ziek en vielen er in het hele land 429 slachtoffers.

Dengue wordt overgebracht door een mug (Aedes aegypti), die steekt als de meeste mensen slapen. Hij nestelt in stilstaande waterpoelen en ook in de in Indonesië gebruikelijke open mandi-bakken, waaruit men bij het baden (mandiën) water schept. De vertrouwde variant van het dengue-virus laat al snel symptomen zien: zwarte bloedstippen onder de huid. Dat er de laatste weken zo vaak verkeerde diagnoses zijn gesteld, heeft de verdenking gewekt dat zich nu een nieuwe stam aandient, waarbij de bloedingen pas later optreden.

Virologen reageren nuchter op dit bericht. Virussen, zeggen zij, veranderen voortdurend, dat is een natuurwet, en de autoriteiten mogen zich niet verschuilen achter het verhaal van een nieuwe variant. Of een dengue-patiënt de ziekte overleeft, is afhankelijk van veel, vooral maatschappelijke factoren: hygiëne van de omgeving, weerstand van de patiënt en snelheid van behandeling.

Doorslaggevend is preventie. Vaststaat dat de autoriteiten ook dit keer pas in de weer kwamen met spotjes op tv over de symptomen van dengue en maatregelen om besmetting te voorkomen, toen de ziekte al honderden slachtoffers had gemaakt. Minister Ahmad Sujudi van Volksgezondheid in het kabinet van president Megawati: ,,Ik heb inderdaad gefaald, want ik ben er niet in geslaagd de bevolking op te voeden tot effectieve preventie.''

Die uitspraak lijkt nederig, maar riekt naar paternalisme. Burgers weten heus wel dat zij hun mandi-bakken moeten afsluiten, maar hoe moeten zij zich de muggen van het lijf houden als hun kampongs onder water staan? Ook die jaarlijkse terugkerende misère is geen natuurwet, maar een kwestie van onverschilligheid van hogerhand.

Koorts is er in soorten. De verkiezingskoorts lijkt vooral toe te slaan onder politici die hun zetels willen behouden of willen toetreden tot het gelukkige gilde der ambtsdragers. Een columnist van het dagblad Kompas schreef vorige week: ,,Is het verbazend dat het volk zich weinig gelegen laat liggen aan de verkiezingen, als het worstelt met rampen als overstromingen en dengue?''

Vorige week waren bewoners van de hoofdstad getuige van een absurd tafereel. Gouverneur Sutiyoso van de stadsprovincie Jakarta stapte persoonlijk in een helikopter die voor 600 miljoen roepia (60.000 euro) vlugschriften met wenken tegen dengue uitwierp boven de armste wijken. De meeste vielen in het water, want de getroffen kampongs zijn goeddeels overstroomd.