Overdosis jongensdromen

Finding Nemo en Les triplettes de Belville

Films:

Extra's:

Jongensdromen. Dankzij de uitgekiende marketingindustrie van Disney weet zo'n beetje de hele animiatieminnende wereld en de rest van het universum hoe de jeugddromen van de jongens van Pixar eruit zien. Sinds de computeranimatiepioniers door het entertainmentbedrijf zijn ingelijfd krijgen ze de kans om bij elke film die zij bedenken, van Monsters Inc. tot Finding Nemo, in Hawaï-hemden en met literbekers cola-met-een-rietje een dvd vol te vertellen over hun Mike's en Sulley's, Marlins en Dory's, hun geesteskinderen, hun artistieke liefdesbaby's. Binnenkort scheiden de wegen van Pixar en Disney. Hopelijk met gevolg dat de verhaaltjes iets minder zoet worden, al zal helemaal terug naar Toy Story ook wel niet lukken: de heren hebben inmiddels zelf kinderen! Maar de gelegenheid die Disney hen biedt om dubbeldvd's van hun bioscoopsuccessen uit te brengen die ook écht dubbelvol met extra's zitten, daarvoor mag gerust gevreesd worden.

Finding Nemo. Waar ging de nadrukkelijke familiefilm ook alweer over? De zoektocht van een vadervis naar zijn zoontje, door een oceaan vol stonede schildpadden, vegetarische haaien en andere grappen voor volwassenen.

Regisseurs Andrew Stanton en Lee Unkrich zagen hun film onlangs met een Oscar voor beste animatiefilm bekroond. De dvd vol spelletjes, speciaal gemaakte filmpjes, een interactief audiocommentaar dat weer naar andere filmpjes leidt, informatie over het leven onder zee maakt in ieder geval kans op een dvd-Oscar, mocht die bestaan.

Met veel minder geld, en genomineerd voor dezelfde animatie-Oscar waar Nemo mee vandoor ging, werd de Belgisch-Frans-Canadese tekenfilm Les triplettes de Belville gemaakt. En met dezelfde overdosis jongensdromen. Voor families met een beetje kijkervaring op animatiegebied. Voormalige striptekenaar en regisseur Sylvain Chomet vertelt in een begeleidende documentaire alles over het ontstaan van zijn ronduit bizarre geschiedenis over wielerkampioen Champion en zijn tiranniek trainende grootmoeder Madame Souza alsof hij de eerste mens op de animatiemaan was: vol bezonken verwondering en ernstige blijdschap dat het gelukt is. Mooi ook de anekdote over hoe hij het maken van een tekenfilm (op de ouderwetse manier, met potlood en flipboek) omschrijft als een bezigheid voor twee handen. Met rechts tekent hij, met links bepaalt hij het tempo van de bewegingen. Of hoe hij zijn keuze voor een zo goed als dialoogloze film motiveert (in tegenstelling tot het volgekletste Nemo).

Volgens Chomet maken sprekende personages minder gebruik van lichaamstaal en zien ze er in een tekenfilm dus statischer en voor hem minder interessant uit. Dat is nou echt iets om ook in het echte leven eens op te gaan letten.