Open brief aan Bas Heijne

Het is, zoals zoveel hedendaagse plagen, begonnen met Pim Fortuyn. Die schreef ruim tien jaar geleden, toen hij zich nog in de uiterste marge van het Hollandse politieke bestel bevond, het briefpamflet ,,Aan het Volk van Nederland', in letterlijke navolging van de achttiende-eeuwse patriottenleider Johan Derk van der Capellen tot den Pol. Sindsdien is het hek van de dam: je kunt geen krant of tijdschrift openslaan of er staat wel een open brief in – gericht aan een hoogwaardigheidsbekleder, een spraakmakende persoonlijkheid, een bevolkingsgroep, of we doen het niet voor minder, het hele Nederlandse volk. Vooral Trouw heeft er een specialiteit van gemaakt; die krant komt iedere week wel met een open brief of met een aanverwante klaroenstoot in de vorm van een openbare aanbeveling, een pamflet of manifest. Redacteur Jaffe Vink publiceerde enkele jaren geleden een brief aan zijn zeventienjarige dochter, waarin hij haar en ons de onomkeerbare ondergang van het avondland voorschotelde; de pathetische paniekzaaier Sylvain Ephimenco gooide er na de moord op Fortuyn een dreigende open brief aan alle moslims van Nederland tegen aan, waarop die moslims voor zover ik weet nooit geantwoord hebben. Vorige week was het Ayaan Hirsi Ali die in diezelfde krant een open brief aan Job Cohen verzond, waarin ze hem persoonlijk kapittelde vanwege zijn sussende optreden jegens de Amsterdamse moslims en hun totalitaire godsdienst; in zijn gezicht zouden ze niks onvertogens zeggen, maar achter zijn rug zouden ze hem vast en zeker voor vuile jood uitmaken. In Vrij Nederland is het genre inmiddels vol geautomatiseerd: in dat weekblad wordt iedere week een schrijver of denker uitgenodigd om een open brief aan zijn vijand te schrijven.

Het is helemaal een genre van deze tijd: de eenzame buitenstaander bindt wanhopig de strijd aan met de gevestigde macht, die zich blind en doof heeft getoond voor het dreigende armageddon, die verschrikkelijke misstanden blijft negeren en omgeven wordt door een ondoordringbare haag van bureaucratie en verknoopte belangen. Tijd voor een noodkreet, een uiterste oproep tot bezinning of een scherp geformuleerde beschuldiging; manmoedig grijpt de briefschrijver naar de pen, snel, snel voor het te laat is, voordat het ongeluk over onze natie komt – en wij mogen meelezen.

Want de schrijver van de open brief doet het voor ons; het is de bedoeling dat we de heroïek van zijn appèl niet over het hoofd zien. In Elsevier kon Leon de Winter na het lezen van Hirsi Ali's brief aan Cohen zijn emoties nauwelijks de baas: ,,Hirsi Ali's brief doet me denken aan de wanhoopskreten van joodse intellectuelen in de jaren dertig. Zij waarschuwt, zij verwijst en interpreteert, maar niemand wil luisteren omdat haar boodschap niet in het geestelijke en politieke klimaat past. Wie heeft de moed om de status-quo en zijn eigen politieke loopbaan op het spel te zetten? In de jaren dertig waagden de politieke elites het niet om het voortwoekerende fascistische totalitarisme in te dammen; herinneringen aan de Eerste Wereldoorlog verstikten elke neiging om, desnoods met militair geweld, op te treden. Alles beter dan geweld.'

Voortwoekerend fascistisch totalitarisme – bij De Winter, die koning van het valse sentiment, kun je om een historische parallel komen. En dan verontwaardigd zijn wanneer wordt vastgesteld dat moslimjongeren radicaliseren door het verharde debat. Nu er een onmiskenbaar rechts kabinet in Den Haag regeert, richten de Hollandse neocons hun pijlen op de laatste sociaal-democraten in ons land die nog over enig herkenbaar profiel beschikken, waarbij de burgemeester van Amsterdam wordt neergezet als een argeloze jood die niet doorheeft dat hij bij zijn aankomende moordenaars op de thee zit, weer een lam op weg naar de slachtbank. Voorwaar een bedenkelijke stereotypering.

Nu kun je er een dagtaak van maken om de zwelgende j'accuse's van een schmalz-artiest als De Winter te weerleggen, maar waar het mij om gaat is de valse positie van de Hollandse open brief-schrijver. Hij of zij ziet zichzelf als de laatste der rechtvaardigen, de man of vrouw die nog één poging doet om het land, of onze beschaving, van de ondergang te redden. Dat gaat consequent gepaard met een onderhuids dreigende toon; wie niet horen wil, moet maar voelen. Niet toevallig is het genre van de open brief populair geworden in dezelfde periode als de kogelbrief.

Dat laatste literaire genre is anoniem; de briefschrijver zwelgt in zijn onzichtbare macht. De open brief is bij uitstek een celebrity-genre; de schrijver voelt zich te goed voor een eenvoudig stuk op de opiniepagina, of nog erger, de ingezonden-brievenrubriek; hij gaat niet met zijn mening in de rij staan wachten op zijn beurt. Net als die zelfbenoemde denktanks die in het kielzog van Fortuyn overheid en regering bestoken met nota's, aanbevelingen, opdrachten, manifesten, protocollen, gaat ook de schrijver van de open brief recht op zijn doel af – hij wil meteen de baas zelf spreken, voor minder doet hij het niet.

Ook ik een Zola!

De open brief is een vorm van engagementskitsch. De schrijver ervan waant zich een moedige buitenstaander – joodse intellectuelen in de jaren dertig! – maar hij ademt juist in alles de tijdgeest. Hij is helemaal geen bepalende kracht, hij is een symptoom.

Een symptoom waarvan? Van de hoge toon die ons land in zijn greep heeft, van de neiging om in Nederland alles persoonlijk te maken, van de Hollandse hang om reële sociale en politieke problemen te misbruiken voor persoonlijk melodrama, van de misvatting dat ons land het beste vanaf de zijlijn kan worden bestuurd, en van de inmiddels totale afkeer van de reguliere politieke en maatschappelijke instituties.

Maar vooral is de open brief een symptoom van het ontbreken van een echt debat – ogenschijnlijk gaat de schrijver direct in gesprek met de aangeschrevene, maar dat contact is schijn. Nu iedereen over elkaar heen struikelt om zijn tegenstander of vijand klein te maken door middel van een even vlammend als vernietigend persoonlijk appèl, valt op hoe ijdel het genre eigenlijk is, hoe weinig er werkelijk contact of discussie wordt gezocht. De schrijver van de open brief staat uiteindelijk altijd voor de spiegel.

Ik kan het mis hebben, maar ik denk niet dat ik er nog veel zal lezen.

Gerectificeerd

Ephimenco

In de column van Bas Heijne Open brief aan Bas Heijne (13 maart, pagina 17) stond dat Sylvain Ephimenco na de moord op Pim Fortuyn (6 mei 2002) een open brief schreef aan alle moslims van Nederland, ,,waarop die moslims voor zover ik weet nooit geantwoord hebben'. Ephimenco publiceerde die open brief eerder, op 29 september 2001, naar aanleiding van de aanslagen van 11 september 2001. Er kwamen veel reacties op de brief, onder meer van moslims.