Les van een lappenpop

Peuters en kleuters in multiculturele klassen leren spelenderwijs Nederlands dankzij de gekleurde lappenpoppen Puk en Ko.

`Goedemiddag, ibrahim.' Juf Nurten Özkan van peuterspeelzaal Plein 3 in Rotterdam steekt het handje van pop Puk uit naar het driejarige jongetje dat stilletjes in de kring zit. ``Goedemiddag, Puk', antwoordt hij verlegen, terwijl hij de vrolijk gekleurde lappenpop de hand schudt. Puk en zijn oudere broertje Ko zijn de nieuwste wapens in de taalverwervingsstrijd van allochtone peuters en kleuters.

Ko-totaal, ontwikkeld voor meertalige peuter- en kleuterklassen, heet het volledige lespakket dat ontwikkeld is door het Centrum Educatieve Dienstverlening in Rotterdam. Het bestaat uit `Puk & Ko', bestemd voor peuters op de zogenoemde voorschool – een intensieve peuterspeelzaal waar kinderen vanaf twee jaar vier dagdelen per week naar toe gaan – en `Ik & Ko', voor de kleuters in groep 1 en 2.

De twee methodes vormen samen een doorgaande lijn. De kinderen leren spelenderwijs woorden rondom verschillende thema's, bijvoorbeeld `brr, wat koud!'. `Puk & Ko' leert de peuters de basis: jas, muts, sneeuw. `Ik & Ko' diept het thema verder uit. De kleuters doen dan bijvoorbeeld proefjes met ijsblokjes die tot water smelten. Daarmee voldoet Ko-totaal – dat ook rekenen en sociale vaardigheden omvat – aan de richtlijnen die gelden voor VVE-programma's (Voor- en Vroegschoolse Educatie). Ko-totaal is een van de vier erkende VVE-lesmethoden, naast Piramide, Kaleidoscoop en Basisgoed. Nog niet alles van `Ko-totaal' is verschenen. Zo zal het bijbehorende ouderpakket – met spelletjes en oefenmateriaal voor thuis – pas eind dit jaar op de markt komen.

Als de peuters van Plein 3 (een voorschool in oprichting) vier jaar worden stromen ze door naar basisschool De Globetrotter, gevestigd in hetzelfde gebouw. Volgens de VWE-richtlijnen moet de basisschool nauw samenwerken met de voorschool en moeten ook de lesmethodes op elkaar zijn afgestemd: als de peuters met Puk & Ko werken, moeten de kleuters er ook aan. Daarom moest De Globetrotter haar oude methode – die in de praktijk prima voldeed – overboord zetten. In januari heeft Ko zijn intrede gedaan. Tot tevredenheid van juf Saskia Ruissen van groep 1-2. ``Ko is een gouden greep geweest', zegt ze. ``Als de kinderen weggaan zeggen ze: `dag Ko, tot morgen!' Hij is een écht vriendje voor ze. Ko lééft!'

Kenmerkend voor de methode is dat de inrichting van de klas zoveel mogelijk wordt aangepast aan het thema dat – gedurende een aantal weken – centraal staat. Ko (rode muts, blauwe tuinbroek en een grote glimlach op zijn gele gezicht)is altijd in de klas aanwezig. Samen met hem dwalen de kleuters door winterse landschappen, woonhuizen en kruidenierswinkels. ``In totaal zijn er 18 thema's', legt Katinka de Croon uit, een van de samenstelsters die vanaf de start in 1998 bij de ontwikkeling betrokken is. Er worden bijpassende prentenboeken voorgelezen, knutselwerkjes gemaakt, liedjes gezongen en spelletjes gedaan. Door al deze verschillende activiteiten wordt spelenderwijs taal uitgelokt. Juist dat spelen was een belangrijk criterium voor Marja van der Sman, directeur van de Globetrotter, om voor Ko-totaal te kiezen. ``Want een kleuter moet wel gewoon een kleuter kunnen blijven.'

Leerkrachten die met Ko-totaal werken moeten hiervoor een cursus volgen. Voor dat doel traint het CED medewerkers van schoolbegeleidingsdiensten. ``Het is een vorm van kwaliteitsbewaking', aldus De Croon. Uiteindelijk moeten de kinderen aan het einde van groep 2 minimaal de kerndoelen taal beheersen zoals omschreven door de SLO (Stichting Leerplan Ontwikkeling, 1997).

Zowel de peuters van Plein 3 als de kleuters van De Globetrotter werken vandaag aan het thema `Smakelijk eten'. Juf Nurten doet een spelletje. Puk heeft een stukje fruit in zijn rugzak en de peuters mogen om beurten met hun ogen dicht voelen. ``Wat heb je in je rugzak?' vragen ze aan Puk. Die haalt met behulp van de handen van juf Nurten, die daarvoor samen met haar collega's een workshop bij een poppenspeler heeft gevolgd – zijn schouders op en buigt zijn hoofdje vragend opzij. ``Puk weet het niet', zegt juf Nurten. ``Weet jij het?' Rumeysa knikt. ``Mandarijn', zegt ze. Ze haalt de vrucht uit de rugzak en houdt hem omhoog. ``Heel goed', zegt juf Nurten. ``Een mandarijn.'

Het spelletje wordt afgesloten met echt fruit eten. Nurten gaat rond met een mandje fruit, waar ieder kind iets uit mag halen en moet zeggen wat hij of zij heeft gekozen. De mandarijnen worden goed herkend, maar appels, peren en bananen stuiten op meer problemen. De kleine Furkan van twee jaar weet het echt niet. Dan springt juf Nurten bij: ``Bu nè?', vraagt ze in het Turks. Met direct de vertaling erachter: ``Wat is dat?' Het jongetje durft nog steeds niks te zeggen. ``Elma', zegt Nurten. ``Appel.'

In groep 1-2 spelen Nouhailla, Esra, Saloua en Haitiana een potje Memory. Ko zit op schoot en speelt mee. ``Draai maar een stukje om, Ko', zegt Nouhailla, terwijl ze Ko's handje vasthoudt en samen met hem het stukje omdraait. ``De banaan', zegt Ko alias Nouhailla. ``Goed zo, Ko!'

De poppenhoek is omgebouwd tot pizzarestaurant, waar gasten bij obers hun bestellingen komen doen, die dan vervolgens de kok opdragen een pizza te maken en een glaasje cola inschenken. En als de obers geluk hebben komt Ko zelf eten, want ijverige moeders hebben verkleedkleren gemaakt à la `Puk en Ko'. Zo kunnen de kleuters de avonturen van het tweetal zelf naspelen.

Ko is inmiddels ook al bij alle kleuters gaan logeren, waarbij de ouders gevraagd werd de belevenissen van hun zoon of dochter en Ko in een schriftje te schrijven. ``Daarop kregen we – in tegenstelling tot anders – een enorme respons', zegt Van der Sman. ``Ko weet de ouders bij de school te betrekken. Ook dat is verschrikkelijk belangrijk.'