Kleine zelfstandige, of toch niet?

Ruim 300.000 mensen runnen in hun eentje een bedrijf. Voor de fiscus zijn zij ondernemers, maar voor het UWV zijn het soms werknemers. Het gevolg is dat er achteraf premies betaald moeten worden. Ook minister De Geus van Sociale Zaken kreeg als ex-freelancer onlangs zo'n naheffing.

Psychologe Linda de Veer werkte vroeger in loondienst bij een organisatieadviesbureau, maar sinds de geboorte van haar zoontje werkt ze voor zichzelf. ,,Ik wil mijn eigen tijd indelen en zo min mogelijk in de file staan. Dan is voor jezelf beginnen de beste oplossing'', zegt ze. De Veer, die liever niet met haar echte naam in de krant wil, ontvangt in haar werkkamer thuis mensen die zijn vastgelopen in hun werk. Deze coachingsgesprekken voert ze twee of drie dagen per week. Daarnaast werkt ze af en toe als interim-manager. ,,Die opdrachten krijg ik via een bemiddelingsbureau. Zo'n opdracht neemt hooguit een maand of drie in beslag. Langer wil ik niet, want in zo'n periode werk ik meer dan fulltime. Ik besteed meestal drie dagen per week aan interim-management, op de andere dagen gaat mijn gewone coachingswerk door.''

De Veer beschouwt zichzelf als kleine zelfstandige. ,,Ik heb geen vast inkomen en bij ziekte of vakanties word ik niet doorbetaald. Bovendien moet ik elke keer aan nieuwe opdrachten zien te komen. Een werknemer zit in een heel andere positie.'' Ook de belastingdienst ziet De Veer als zelfstandige. Zij maakt gebruik van de belastingvoordelen voor ondernemers en ze heeft van de belastingdienst een zelfstandigheidsverklaring gekregen, een Var-wuo (zie kader). Toch houden De Veers opdrachtgevers rekening met de mogelijkheid dat het UWV, de uitvoerder van de werknemersverzekeringen, haar niet als zelfstandige beschouwt. De kans bestaat dat het UWV vindt dat De Veer tijdens haar werk als interim-manager werknemer is. In dat geval moeten er premies voor werknemersverzekeringen bij ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid betaald worden. ,,Dat gaat om forse bedragen en ik merk dat mijn opdrachtgevers daar bang voor zijn'', zegt De Veer. Het bemiddelingsbureau laat alle interim-managers schriftelijk verklaren dat zij zelf opdraaien voor eventuele naheffingen van het UWV. ,,Ik teken die verklaring zonder erover na te denken'', zegt De Veer. ,,Ik moet wel. Als ik niet teken, gaat de opdracht naar een ander. Bovendien ben ik voor die naheffingen echt niet bang. Ik heb weleens gehoord dat zo'n verklaring niet rechtsgeldig is en dat de opdrachtgever de naheffingen zelf moet betalen.''

Meer dan 300.000 mensen runnen in hun eentje een bedrijf. Het zijn consultants, werving- en selectieadviseurs, architecten, koks, coupeuses, timmerlieden en vrachtwagenchauffeurs die zich met auto en al verhuren. Zij worden ZZP'ers (zelfstandigen zonder personeel) of freelancers genoemd. Het verschil tussen zo'n kleine zelfstandige en een werknemer in loondienst is niet altijd duidelijk. ,,Het zou niet belangrijk moeten zijn'', zegt Heidi van Haastert, secretaris arbeidsvoorwaarden bij MKB-Nederland. ,,Als je het ondernemerschap wilt bevorderen, moet je niet zo ingewikkeld doen. Mensen die de stap zetten van loondienst naar zelfstandigheid moeten aan allerlei dwangmatige normen voldoen. Dat is zo frustrerend en onduidelijk.''

Toch maakt het veel uit of Linda de Veer op het moment dat ze drie maanden lang drie dagen per week voor dezelfde opdrachtgever werkt nog steeds freelancer is of een gewone werknemer. Als volgens het UWV sprake is van een dienstverband, moeten er achteraf premies betaald worden. Voor deze naheffingen geldt een terugwerkende kracht van maximaal vijf jaar, waardoor de bedragen enorm kunnen oplopen. Onlangs maakte minister De Geus – verantwoordelijk voor deze problematiek – dat zelf mee. Voordat hij minister werd, werkte De Geus vier jaar lang als freelanceconsultant voor adviesbureau Boer & Croon. Omdat de consultants ingehuurd worden als zelfstandigen, droeg Boer & Croon geen premies af. Het UWV vindt dat er sprake was van een dienstverband en dat er wel premies betaald hadden moeten worden.

,,Dit probleem komt veel voor'', zegt Henk van der Schaft, jurist bij FNV Zelfstandige Bondgenoten, waar kleine zelfstandigen in 140 verschillende beroepen lid van zijn, variërend van ICT'er tot hondenpsycholoog. Van der Schaft noemt als voorbeeld de duikers die ingeschakeld worden bij laswerkzaamheden onder water, onder andere bij boorplatforms. Zij worden ingehuurd door verschillende opdrachtgevers en de belastingdienst beschouwt hen als ondernemers. Omdat tussen de duiker en zijn opdrachtgever sprake is van een gezagsverhouding – een van de kenmerken van een dienstverband – vond het UWV dat de duikers werknemers waren. Dat veroorzaakte veel onrust. De opdrachtgevers dreigden alleen nog maar met Engelse en Duitse duikers te werken, waardoor het voortbestaan van de sector op het spel kwam te staan. Na lastige discussies kregen de duikers hun zin; ze bleven zelfstandigen.

In alle zaken die tot nu toe speelden, kwam de naheffing op het bord van de opdrachtgever terecht. ,,Als de opdrachtgever redelijkerwijs kan vermoeden dat het een dienstbetrekking is, is hij premieplichtig. Het UWV presenteert de zaak altijd zo dat de opdrachtgever moet betalen.'' Voor de kleine zelfstandige is dat misschien geruststellend, maar hij heeft er op termijn toch last van, omdat het opdrachtgevers kopschuw maakt om met freelancers in zee te gaan.

De kritische opstelling van het UWV tegenover de kleine zelfstandigen heeft te maken met de aard van het sociale zekerheidsstelsel. Als mensen zelf kiezen of ze wel of niet verzekerd willen zijn bij ziekte of werkloosheid, wordt het draagvlak te smal. ,,Je moet onderscheid maken tussen echte zelfstandigen en oneigenlijke situaties'', zegt Van der Schaft. Hij maakt weleens mee dat een werkgever personeel ontslaat en diezelfde mensen later als freelancers inhuurt. Ze doen hetzelfde werk als voorheen, maar nu zonder dat de opdrachtgever werkloosheids- en arbeidsongeschiktheidspremies afdraagt. ,,Dan zeggen wij: u bent werknemer, dit is misbruik'', zegt Van der Schaft. ,,Maar er is een groot grijs gebied. Vaak lijken de werkomstandigheden van freelancers sterk op die van werknemers.''

Zelfstandigen die problemen met het UWV willen voorkomen, moeten erop letten dat de afspraken met hun opdrachtgevers niet te veel lijken op gewone arbeidsovereenkomsten. Doorbetaling bij ziekte en vakantie is bijvoorbeeld taboe. Langdurig en exclusief werken voor dezelfde opdrachtgever is niet handig. Freelancers die eerst in loondienst werkten en nu als zelfstandige voor hun oude werkgever hetzelfde werk doen lopen ook risico. Van der Schaft wijst op de mogelijkheid om bij de Var-aanvraag (een standaardformulier is te vinden op www.belastingdienst.nl) enkele voorbeelden uit de opdrachtenportefeuille te melden en te vragen om een uitspraak over die voorbeelden. ,,Voor freelancers die twijfelen over de opstelling van het UWV kan dat handig zijn. Zo'n uitspraak neemt niet alle risico's op naheffingen weg, maar de kans wordt een stuk kleiner.''