Kamerleden niet gekozen om maar hun gang te gaan

De beoogde herziening van het kiesstelsel heeft onder meer als doel de burger meer bij de politiek te betrekken. Het omgekeerde, de politicus meer bij de burger te betrekken, wordt minder naar voren gebracht. Ik stel daarom het volgende voor. Zetels in vertegenwoordigende organen worden bezet, evenredig met de opkomst bij de verkiezingen;

70 procent opkomst bij de verkiezing van de leden voor de Tweede Kamer,

betekent honderdvijf bezette zetels.

Kennelijk vindt in dat geval 70 procent van de bevolking dat er geen kandidaat is die hen kan vertegenwoordigen. Met recht dus evenredige vertegenwoordiging. Dit moet er toe leiden dat kandidaten zich meer inspannen. Zij moeten duidelijk maken dat zij echt volksvertegenwoordigers willen zijn.

In de tweede plaats moeten gekozen volksvertegenwoordigers doen waarvoor zij gekozen zijn: het volk vertegenwoordigen in het orgaan waarin zij gekozen zijn. Een kandidaat die gekozen is, zou het voor de duur van de zittingstermijn verboden moeten zijn een andere functie te aanvaarden. Dit schept vertrouwen, want de kandidaten kunnen hun gekozen positie niet als opstapje naar een andere functie gebruiken, zij stellen zich echt kandidaat als volksvertegenwoordiger. En het schept duale duidelijkheid, de bestuurders maken geen deel meer uit van de gemeenschap die ze controleert.

In de derde plaats moeten volksvertegenwoordigers af van hun geliefde `mandaat'. Ze worden niet gekozen om hun gang te gaan en na vier jaar `afgerekend' te worden. Ze worden gekozen om doorlopend hun kiezer te vertegenwoordigen.