José Carreras

Zingen doet José Carreras nooit onder de douche, maar wel in de badkamer ,,omdat badkamers meestal een geweldige akoestiek hebben.'' Carreras, bij `De drie tenoren' het zoontje tussen de vaderlijke Pavarotti en Domingo, onthult dat geheim bij de introductie van zijn nieuwe cd Energia. Hij zingt in bad nooit een speciaal lied, maar iets dat hem invalt.

Ook Energia (`Muziek is Energie, doorgegeven door een mens aan de mensheid') staat vol invallen: van het tango-achtige Na sera e maggio tot de Jacques Brel-nummers La chanson des vieux amants en Mon enfance. Carreras, na zijn genezen leukemie weer aan het zingen etc, kweelt voor een operazanger opmerkelijk vibratoloos. Maar erg persoonlijk klinkt hij niet, meer Iglesias dan Aznavour. Carreras wordt pathetisch overspoeld door onophoudelijke holle symfonische vloedgolven. Voor wie niets heeft met `klassiek' misschien `sfeervol', voor wie wel van klassiek houdt, te veel badkamermuziek.

José Carreras: Energia NMO 340101 (distr. EMI)