Japan hervormt, maar wel in eigen tempo

Na jaren van krimp groeit de Japanse economie weer. Vooral dankzij China, dat het land dwingt tot verandering. Voor structureel herstel is geld van buiten nodig. De markt moet open, het Westen ruikt kansen.

Tien jaar geleden, zegt Glen Fukushima, was het voor buitenlandse bedrijven ontzettend moeilijk om ervaren, goed geschoolde en Engelssprekende Japanse managers in dienst te krijgen. ,,Headhunters die managers bij Japanse concerns benaderden, kregen steevast te horen: ik wil hier niet weg, en ik wil zeker niet voor een buitenlands bedrijf werken. Maximaal één op de tien telefoontjes leverde een gesprek op'', vertelt de Amerikaan van Japanse ouders, zelf oud-voorzitter van de Amerikaanse Kamer van Koophandel in Japan.

,,Nu staan zeven of acht van de tien Japanse managers open voor een gesprek'', weet Fukushima. Hij wil maar zeggen: er verandert hier echt wel iets. ,,Dat beeld van die gesloten maatschappij waar het zakendoen ingewikkeld is en met hoge kosten gepaard gaat, klopt niet meer.''

De westerse buitenwereld mag er nog steeds met de nodige argwaan tegenaan kijken, Fukushima's constatering dat Japan verandert, wordt breder gedragen. Een serie gesprekken van deze krant met Japanse topambtenaren en zakenlieden en in Japan werkzame Amerikaanse en Europese managers leert dat 's werelds tweede economie na een verloren decennium van economische krimp hard werkt aan structureel herstel.

Japan moet ook wel. Het land van de Rijzende Zon kwam de afgelopen tijd volledig in de schaduw te liggen van 's werelds snelst groeiende economie: die van China. Japans eerste signalen van economisch herstel vorige maand – op basis van het laatste kwartaal van 2003 verraste Japan met een groeicijfer van 7 procent – zijn voor een deel te danken aan de export naar China. Maar de explosieve groei daar heeft Japan tegelijkertijd gedwongen tot de ontwikkeling van een eigen, nieuwe groeistrategie.

Die strategie leunt voor een belangrijk deel op culturele verandering en aanpassing: Japan moet zich openstellen, in de breedste zin van het woord. ,,Dat zal tijd kosten. Japan doet nu hard z'n best te veranderen, en we veranderen ook wel degelijk'', zegt Haruo Shimada, hoogleraar economie aan de Keio universiteit in Tokio. ,,Er is veel goeds gaande, maar de verandering is nog lang niet voltooid. Er is hulp van buiten nodig.''

De roep om hulp is sinds een paar dagen wereldwijd te horen en te zien. In tv-spotjes op CNN, BBC World en de financiële nieuwszender CNBC verkondigt de flamboyante Japanse premier Junichiro Koizumi zijn boodschap in z'n beste Engels: Invest in Japan. Een jaar geleden al stelde zijn regering een ambitieus doel om Japan eindelijk uit de economische malaise te hijsen. Het toverwoord was FDI: foreign direct investment. Jarenlang zag Japan buitenlandse investeringen in zijn eigen economie als een bedreiging, maar nood brak wet, zelfs hier. De komende vijf jaar wil Japan de omvang van de buitenlandse investeringen in eigen land – die nu op een bijzonder laag niveau liggen – verdubbelen.

Dat is een hele opgave, want veel buitenlandse bedrijven achtten investeren in Japan jarenlang te risicovol. Weinige kregen grip op het systeem met zijn ongrijpbare, diffuse machtsstructuur. Weinige ook beschikten over de lange adem die nodig is voor succes. Er waren slechte ervaringen met de stroperige bureaucratie en met het even machtige als gammele bankensysteem met zijn miljarden aan `slechte leningen'. Of men schrok van de taal en de wonderlijke zakencultuur van buigen en kaartjes geven.

Japan analyseerde zijn zwakheden en probeert ze aan te pakken: het moet transparanter en minder bureaucratisch. En stap voor stap gaat het nu die kant op. Het Zweedse meubelconcern Ikea neemt de gok en investeert miljoenen in Japan. ,,We hebben de markt hier heel nauwkeurig onderzocht'', zegt Tommy Kullberg, directeur van Ikea Japan. De Zweden, die halverwege de jaren zeventig een eerste poging op de Japanse markt zagen mislukken, denken te weten dat het land nu klaar is voor Billy-kasten, Mörkedal-bedden en Olle-stoelen.

,,Japan bouwt jaarlijks 1,1 miljoen nieuwe huizen die gemiddeld groter zijn dan die in Zweden'', weet Kullberg. ,,Daar zit een grote markt voor ons.'' Bovendien heeft de jarenlange malaise gezorgd voor een mentaliteitsverandering: Japanners staan open voor een middenklassemerknaam als Ikea. Ze zijn, zo denkt Kullberg, zelfs bereid de goederen zelf in elkaar te zetten. De Zweed weet ook waar uiteindelijk zijn succes in Japan van zal afhangen. ,,De Japanse huisvrouw is de machtigste consument op aarde. Zij zit op het geld. We zullen haar moeten overtuigen van onze producten, anders verkopen we hier niets.''

Ikea's entree op de Japanse markt – najaar 2005 gaan de eerste winkels open – zegt ook iets over de veranderingen in de Japanse maatschappij. Meer Europese bedrijven zien dat de kansen keren. ,,De aanhoudend zwakke economie heeft ervoor gezorgd dat Japan een steeds aantrekkelijker plek aan het worden is voor buitenlandse bedrijven'', concludeert een recente Europese studie in en naar Japan. De titel van de studie is veelzeggend: Addressing the perception gap on Japan.

Japanners zelf blijven rustig onder de veranderingen. ,,Er bestaat onder Japanners een zekere tegenzin om openlijk te praten over de eigen succesen'', zegt Glen Fukushima. ,,Japanners zijn bescheiden mensen die zichzelf niet zo snel op de borst slaan, maar ze zijn ook slim. Ze weten dat als iedereen hier straks roept dat het goed gaat, Japan wellicht gedwongen wordt zijn markt en maatschappij nog verder open te gooien.'' Japan verandert, maar voorlopig nog wel in eigen tempo.