In de supermarkt koesteren dierenliefhebbers hun principes, maar ze kopen geen vlees van scharrelvarkens

Scharrelvarkenshouders moeten hun bedrijven sluiten. Waarom kiezen de klanten in de supermarkt niet voor lekker vlees? vraagt Maarten Huygen

Op de vleesafdeling van de luxe Plussupermarkt in Rijswijk sta ik naast een rek met groene bakjes vol donker-rose karbonades en haas van varkens die vroeger buiten lekker in de modder hebben gewroet.

Maar niemand koopt.

De klanten scharrelen elders bij riblappen en gehakt van varkens die tijdens hun leven werden samengepropt op harde, koude vloeren van donkere betonnen barakken. Zielig voor zulke nieuwsgierige dieren. Worden de klanten weerhouden door de dubbele prijs voor de stukjes van het malsere varken? Acht euro per kilo voor de goedkope varkenshaas, 16,69 euro voor de scharrelvariant.

De Plus verdient meer dan 30procent op de scharrelvarkens en dat is veel. Toch is `te duur' niet het enige argument van de klanten tegen natuurvlees. Ze zijn er allemaal voor, maar ze komen er zelf even niet aan toe om het te kopen. Een vrouw zegt dat ze liever naar een speciale keurslager gaat. Zelf ken ik zo'n keurslager die 21 euro vraagt voor een kilo fabrieksvarkenshaas.

Maar deze vrouw zegt dat ze niet oplet wat ze eraan uitgeeft. Verderop zegt een man dat volgens hem scharrelvarkens nauwelijks meer ruimte hebben. Een derde zegt pas dat ze het domweg te veel geld vindt. ,,Als iedereen scharrelvlees koopt, wordt het goedkoper'', hoopt ze.

Nou ja, misschien heeft Nederland te weinig grond voor zoveel gescharrel en ik eet ook wel eens salami van de fabriek. Dan heeft de vrouw gelijk die vertelt dat ze industrieel vlees zo nu en dan afwisselt met tofu of vegetarisch.

Maar dit keer staat het overleven van scharrelvarkenshouders op

het spel. Door lagere afzet gaan er 35scharrelvarkenshouderijen dicht. Varkens verhuizen van de modderwei weer terug naar de donkere barakken. Er is wel stevige groei van het verbruik van scharrelvlees – ook in de Rijswijkse Plussupermarkt als ik niet kijk – maar niet genoeg.

Na de varkenspest in 2001 dacht iedereen nog dat het publiek massaal op scharrelvlees over zou gaan. Dat is niet gebeurd. Veecrises als MKZ, BSE, varkens- en kippenpest, de Aziatische kippengriep en het overvloedige gebruik van antibiotica voor de groei worden snel vergeten. De mensen eten verder aan miljoenen industrieel gehouden varkens en kippen.

Ook de snel opgewonden Kamerleden maakt het niet uit. Die houden zich bezig met een paar gevallen van seks tussen mens en dier. Maar door de felle prijzenslag tussen kiloknallers dalen de prijzen van snel geproduceerd industrieel vlees snel en de kloof met duur scharrelvlees wordt groter. Er moet iets gebeuren.

Ieder heeft de dieren lief. Als de 700.000 leden van Greenpeace scharrelvlees zouden eten in plaats van te doneren aan publiciteitsacties, dan hoefden die vriendelijke varkenshouderijen niet dicht. Er zijn meer dan 4 miljoen leden van milieu- en natuurorganisaties. Tel daar bij op de anti-globalisten die zich zouden moeten verkneukelen over de lokaal gefokte scharreldieren die voer van het land eten. Er wordt zelfs een Dierenpartij opgericht met beroemde voorgangers. Er is een Stichting Varkens in Nood met Jan Terlouw als ambassadeur. Er ontstond zelfs een relletje, toen een eerdere ambassadeur, Robert Long, de industriële varkensstallen vergeleek met concentratiekampen. Er werden petities met handtekeningenlijsten gericht aan de regering. Jort Kelder en wat actrices hebben een publiciteitsactie op touw gezet voor diervriendelijk vlees. Er komt steeds meer vlees op tafel, maar met een marktaandeel voor scharrelvlees van minder dan 2procent sukkelt de Nederlandse carnivoor ergens achteraan. Een staaltje Hollandse ethiek: als je je idealen publiekelijk belijdt, hoef je ze niet uit te voeren.

Dat idealisme is ook het probleem. De publieke presentatie van scharrelvlees is weinig smakelijk. Eten als zelfopofferende getuigenis. De plastic verpakking is steevast groen, de kleur van bedorven vlees. De term `biologisch vlees' doet mij denken aan levertraan en steenharde broden in reformwinkels, misschien gezond, maar een gruwelijke dagelijkse plicht. Alles wat leeft, is `biologisch', net als alle natuurlijke en door de mens gefabriceerde stoffen `chemisch' zijn. `Biologisch' ligt dicht bij `bio-industrie', een aanduiding voor de intensieve veehouderij. Noem het `wroetvarken', `scharrelkip', alles is beter. ,,Biologisch, eigenlijk heel logisch'', zegt het foldertje bij de vleesstand van de Plus. Logisch is niet lekker. De keurslager wel.

Veel agrarische hervormers staan ambivalent tegenover vlees. Op de site voor diervriendelijk vlees verkondigt actrice Katja Schuurman dat ze er helemaal vóór is, maar dat ze zelf liever geen vlees eet. Het ideale rolmodel zou juist lekkerder maar minder vlees moeten eten.

De homepage van de site van Varkens in Nood zegt: ,,Jammer dat ik zo lekker ben.'' Dat is een misser. ,,Fijn dat ik zo lekker ben'' voor een gezellig wroetend varken zou meer dieren uit de nood helpen. Lekker zijn is juist een voordeel voor het varken. Anders zouden ze niet in zulke grote aantallen zijn geboren.

Maar nee, scharrelvlees wordt beschouwd als gifgroene boetedoening. Vandaar dat Nederlanders industriëler eten dan Fransen of Denen.

Twee winkelende jonge moeders voor het vleesrek in de Plus-supermarkt kunnen zo vertellen waarom het niet lukt met het `biologische' vlees. Een mooie reclamecampagne helpt, vindt Maja Boniarto. Zodat je er meer van af weet en niet alleen die groene bakjes `logisch' eten ziet.

Tanja Fraterman wijst op de plastic World Wildlife diertjes die bij kwarktoetjes van Albert Heijn worden gevoegd. ,,Mijn zoontje van zes wil ze altijd hebben'', zegt ze. En dan kunnen ze zich inschrijven om World Wildlife Rangertje te worden. Plastic voor de natuur. Fratermans zoontje spaart ook de Scoobiedoo-dvd's bij pakken Corn Flakes die behoorlijk duur zijn. Zijn zulke speeltjes niet mogelijk bij favoriet kindervoedsel als scharrelkipkrokantjes, natuurkroketjes of cordon bleu gehakt? En een bezoekje van de varkensrangertjes aan de scharrelboerderij. Zo ontwikkelen ze al vroeg een goede smaak voor dieren die geen wreedheid hebben gekend.