IMF heeft directeur met wereldwijd gezag nodig

De wijze waarop Horst Köhler vorige week zijn vertrek als directeur van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft aangekondigd, was even absurd als de manier waarop hij vier jaar geleden in deze functie werd benoemd. Köhler was toen tweede keus en dat is hij nu opnieuw. Deze kleurloze Duitse financiële deskundige is voorgedragen om de nieuwe president van de Bondsrepubliek te worden, omdat de politieke partijen in Duitsland het niet eens konden worden over een geschikte politicus voor die grotendeels ceremoniële functie. Vier jaar geleden, toen de post van directeur van het IMF - traditioneel voorbehouden aan een Europeaan - vacant was, had bondskanselier Schröder erop gestaan dat deze door een Duitser zou worden bekleed. Maar zijn gedroomde kandidaat vond toen geen genade in de ogen van de Verenigde Staten, en zo werd in arren moede Köhler door Duitsland naar voren geschoven.

De IMF-jaren van Köhler zijn weinig schokkend geweest. Het Fonds, dat in 1944 is opgericht om monetaire stabiliteit in de wereld te bevorderen, is nauwelijks berekend op zijn taak. Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw fungeert het IMF als `lender of last resort', als verstrekker van financiële noodhulp voor landen die zo diep in de schulden zitten dat ze nergens anders meer terechtkunnen om geld te lenen. Onder de voorwaarde van economische aanpassingen verstrekt het IMF hulp in de vorm van harde valuta. Aangezien het louter gaat om ontwikkelingslanden, is het IMF in de praktijk terechtgekomen op het terrein van ontwikkelingshulp. Maar dat kan beter overgelaten worden aan de Wereldbank.

Het gaat in de meeste gevallen om kleine bedragen, want het grootste deel van de uitstaande IMF-leningen gaat naar slechts drie landen: Brazilië, Turkije en Argentinië zijn goed voor driekwart van de uitstaande IMF-kredieten. Als Indonesië en Rusland worden meegerekend krijgen vijf landen bijna negentig procent van de IMF-leningen. Dit illustreert hoezeer het IMF zich concentreert op strategische landen, maar aan grote leningen voor weinig landen kleven risico's. Dit is overduidelijk het geval met Argentinië, waar het IMF deze week ternauwernood is ontsnapt aan wanbetaling door de Argentijnse regering.

Beleidsmatig heeft het IMF in zijn debiteurenlanden wel invloed, maar dat geldt niet voor landen die zo groot zijn dat ze zich niets van de aanbevelingen van het IMF hoeven aan te trekken. De Verenigde Staten hebben de grootste buitenlandse schuld ter wereld, maar aangezien die schuld in dollars is en de Aziatische landen bereid zijn steeds meer dollars op te stapelen, is dat een zaak waarin het IMF niet meer kan doen dan machteloze adviezen geven. Juist deze gevaarlijke onevenwichtigheid helpen aanpakken zou de belangrijkste taak van het IMF moeten zijn. Het laat zich niet verklaren dat het rijkste land van de wereld het grootste beroep doet op de internationale besparingen om zijn tekorten te financieren. Op den duur is dat onhoudbaar. Het IMF zou een dubbele tangbeweging moeten uitvoeren om enerzijds de Verenigde Staten tot grotere besparingen te bewegen en anderzijds de Aziatische landen tot minder opstapeling van dollarreserves.

Nu Köhler opstapt dient zich de mogelijkheid aan om een persoon van wereldwijd erkend gezag te benoemen als directeur van het IMF. Niets garandeert namelijk dat de relatieve rust van de afgelopen vier jaar op het internationale financieel-economische front blijvend is. Het IMF kan nog wel eens hard nodig zijn en dan is een krachtig gezicht aan de top dringend gewenst. Niet noodzakelijk van een Europeaan en zeker geen tweede keus.