Hollen en stilstaan

Een verstoring van de balans tussen activiteit en voedselopname leidt maar al te vaak tot een gevaarlijke combinatie van aandoeningen.

Het dodelijk viertal worden ze wel genoemd: een dikke buik, hoge bloeddruk, abnormale vetsamenstelling van het bloed en verminderde gevoeligheid voor insuline. Ieder op zich zijn dit factoren die de kans op hartziekte met 30 tot 60 procent vergroten, maar gecombineerd is het risico dubbel zo groot. De combinatie heet het metabool syndroom.

De gevolgen zijn ernstig. In een langlopend Amerikaans voedingsonderzoek met ruim tienduizend deelnemers gaven een verhoogde insulineweerstand, hoge bloeddruk of een afwijkend vetgehalte in het bloed ieder afzonderlijk 30 tot 60 procent meer kans op een hartinfarct. Maar als die risicofactoren samengaan in het metabool syndroom blijkt het opgetelde risico nog eens verdubbeld.

Een geïntegreerde behandeling voor mensen met metabool syndroom is er niet. Ze worden behandeld voor hoge bloeddruk, cholesterolgehalte, of diabetes. Vermoedelijk is bij het metabool syndroom een meer agressieve aanpak op zijn plaats dan bij de losse symptomen maar daar zijn de experts het nog niet helemaal over eens. Allereerst moet therapie op gedragsverandering zijn gericht. Als dat niet afdoende is volgt medicatie.

In Diabetes, het wetenschappelijk tijdschrift van de Amerikaanse diabetesvereniging, opperden Amsterdamse en Leidse wetenschappers eind vorig jaar dat het syndroom vooral het gevolg is van een verstoorde regeling vanuit de hersenen.

tussendoortjes

``De afgelopen eeuw is het leefpatroon in de geïndustrialiseerde landen dramatisch veranderd. Er is nu altijd voedsel in overvloed. We eten veel meer tussendoortjes en de hoofdmaaltijd is verschoven naar 's avonds. Daar komt bij dat we ook veel minder bewegen; er zijn maar weinig schommelingen tussen activiteit en inactiviteit'', aldus auteur Felix Kreier in een toelichting op de hypothese. ``Dat alles leidt ertoe dat de biologische klok in de hersenen tegenstrijdige informatie krijgt. Die raakt uit balans en wij denken dat dit uiteindelijk leidt tot het metabool syndroom.'' Kreier is onderzoeker-in-opleiding bij het Nederlands Instituut voor Hersenonderzoek in Amsterdam. De hersenonderzoekers werken samen met endocrinologen van het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam en het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC).

Prof.dr. Hans Romijn, endocrinoloog in het LUMC: ``Al sinds de Tweede Wereldoorlog is bekend dat de kenmerken van het metabool syndroom vaak gecombineerd voorkomen. Het syndroom is dus eigenlijk niets nieuws. Maar het bleef duister wat precies het onderlinge verband was. Vandaar dat men wel sprak over het syndroom X. De term `metabool syndroom' komt van de Wereldgezondheidsorganisatie. Die wilde daar in 1998 mee aangeven dat er sprake is van een stofwisselingsstoornis in een aantal orgaansystemen tegelijk. Het metabool syndroom komt veel voor, in de Verenigde Staten bij maar liefst een kwart van de bevolking. Hoeveel Nederlanders eraan lijden is niet precies bekend maar het moeten er veel zijn. Want 5 tot 6 procent van de bevolking lijdt aan diabetes type 2, en dan is het al een stapje erger.''

Ook het Nederlands Instituut voor Hersenonderzoek houdt er zich sinds een paar jaar mee bezig. Neuro-endocrinoloog prof.dr. Ruud Buijs: ``Endocrinologen hebben in de afgelopen jaren tientallen hormonen ontdekt die allemaal bijdragen aan de vetstofwisseling. Maar tot nu toe was niet duidelijk hoe dat wordt gecoördineerd. Het is een heel complex systeem en zonder sturing zou het tot een chaos verworden. Daar is pas de laatste tijd aandacht voor gekomen. De samenwerking tussen de Amsterdamse en Leidse endocrinologen is zo ontstaan.''

Centraal in het hersenonderzoek staat de hypothalamus. Dit onderin de hersenen gelegen centrale regelcentrum voor het autonome zenuwstelsel heeft aparte delen voor regeling van het sympathisch en het parasympathisch zenuwstelsel. Het sympathisch zenuwstelsel zorgt voor de aanpassing van ons lichaam bij activiteit en het parasympathische deel tijdens rust. Bij inspanning bijvoorbeeld zorgt het sympatisch zenuwstelsel voor een versnelde hartfrequentie, een hogere bloeddruk en een versterkte doorbloeding van de skeletspieren. In de herstelfase daarna zet het parasympathisch zenuwstelsel het maag- en darmkanaal aan om voedsel te verteren.

Twee jaar geleden toonden de hersenonderzoekers aan dat er parasympatische zenuwvezeltjes uitkomen in het vetweefsel. Het buikvet en het onderhuidse vet bleken zelfs vanuit aparte groepen zenuwcellen te worden verzorgd. Die gescheiden aanpak verklaart waarom de vetopbouw in het lichaam zo kan verschillen. De activiteit van één bepaalde groep parasympathische zenuwvezels kan bijvoorbeeld leiden tot de typische appelvormige vetopslag aan de buik bij oudere mannen.

biologische klok

In de hypothalamus is de centrale biologische klok essentieel bij de regulatie van het autonome zenuwstelsel. De klok reageert op het daglicht. Bij het aanbreken van de dag werkt de biologische klok als een wekker: hij geeft een signaal om het lichaam via het sympatische zenuwstelsel voor te bereiden op een periode van activiteit. Tegen de avond zet hij juist de parasympatische invloed in gang, zodat het lichaam weer kan herstellen. Felix Kreier: ``De biologische klok zorgt er samen met het autonome zenuwstelsel voor dat we onze energie zo effectief mogelijk gebruiken. Dat wil zeggen: alleen als het nodig is. Maar wij mensen pendelen tegenwoordig ook overdag voortdurend tussen actieve en inactieve fasen: hollen naar het werk, waar we dan weer achter de computer zakken, snel naar een vergadering, waar we stilzitten. Bij patiënten met een metabool syndroom zie je dat het dag-en-nachtritme verstoord is: de bloeddruk daalt bij hen 's nachts niet meer zo sterk en er zijn minder schommelingen in de glucose-opname in de weefsels.''

Ons overvloedige en chaotische leven, is de conclusie, kan resulteren in het uit balans raken van het autonome stelsel. Bij mensen met het metabool syndroom blijkt de parasympatische activiteit in het buikvetweefsel verhoogd, terwijl tegelijk op hart en skeletspieren juist de sympatische invloed overheerst. Bij deze mensen is er dus geen afwisseling tussen parasympatische en sympatische activiteit, maar werken beide systemen tegelijkertijd op verschillende plaatsen in het lichaam. Romijn: ``Artsen zijn er nog niet aan gewend de klachten van patiënten samen te vatten in één diagnose metabool syndroom. We kijken nog steeds naar de afzonderlijke risicofactoren voor hart- en vaatziekten. Dat is ook praktisch, omdat elke klacht apart behandeld wordt met medicijnen.''

Een betere leefstijl is het enige wat de risicofactoren van het metabole syndroom tegelijkertijd kan aanpakken. Romijn: ``We weten inmiddels dat betrekkelijk kleine veranderingen daarin grote gevolgen kunnen hebben. Iets minder vet eten, of in plaats daarvan meervoudig onverzadigde vetten plus verspreid over de week in het totaal 150 minuten stevig wandelen, is al genoeg. Het vroegere advies om flink te gaan joggen of aan fitness te gaan doen, is achterhaald. Gemiddeld loopt een volwassene maar 800 meter per dag. Als je dat opvoert naar 2 kilometer per dag, heeft dat al duidelijk effect. Dat moet toch haalbaar zijn.''