Goed Geld zonder grenzen

De Nederlandse charitas behoort tot de rijkste van Europa. Met dank aan de Postcode- loterij. Ook voor de vier bedenkers is de loterij een groot succes, ze verdienden er al ruim 80 miljoen euro mee. Veel? Nee, zegt de toezichthouder. `Die mensen beheersen hun vak.'

`Bingo'' klinkt het in de Endemol-studio in Aalsmeer, 29 januari dit jaar. De delegatie van De Landschappen steekt de handen in de lucht en juicht. Op het Goed Geld Gala van de Postcodeloterij heeft Het Flevo-Landschap zojuist 3,2 miljoen euro ontvangen. Voor het behoud van het voormalig eiland Schokland in de Noordoostpolder.

Vanmiddag is het feest der cheques. In de studio hangt een pakjesavondsfeer en Boudewijn Poelmann is Sinterklaas. Hij is de voorzitter van de stichting Nationale Postcode Loterij. Poelmann deelt 217 miljoen euro uit, vorig jaar bijeengebracht door het publiek dat `zijn' loten kocht. Unicef is er, net als Natuurmonumenten, Novib, Vluchtelingenwerk, Wereld Natuur Fonds en nog veertig `beneficiënten'. Poelmann gaat met iedereen op de foto. De miljoenenbedragen op levensgrote cheques op hun buik.

De Postcodeloterij is in de vijftien jaar van haar bestaan uitgegroeid tot dé motor van de goededoelenindustrie in Nederland. Dankzij het tv-amusement van producent Endemol, het leed van de goede doelen en de Kanjerprijzen. Half Nederland koopt de loten. Het succes van de loterij heeft de charitas in Nederland tot een van de rijkste van Europa gemaakt.

In 1989 begon Poelmann met drie vrienden de loterij. Herman de Jong, Frank Leeman, Simon Jelsma en Boudewijn Poelmann zijn er multimiljonair door geworden. Van elk verkocht lot vloeit sinds vijftien jaar een percentage naar de vier oprichters van de stichting Nationale Postcode Loterij, via hun bedrijf Novamedia BV. In dat Amsterdamse marketingbedrijf hebben ze de rechten ondergebracht van hun idee om loten aan postcodes te verbinden. Zo kan de stichting, die de loterijvergunning heeft en waarvan Poelmann en vrienden ook directeur en bestuurder zijn, niet zonder Novamedia.

Het begon idealistisch. Drie van de vier initiatiefnemers, onder wie Poelmann, kwamen van derdewereldorganisatie Novib. Die hielp in de beginfase Novamedia met opdrachten. Vluchtelingenwerk en Natuurmonumenten maakten de start van de loterij financieel mogelijk. Maar begin jaren negentig was er al kritiek op de Postcodeloterij en Novamedia, juist vanwege de financiële verdiensten van de initiatiefnemers en de ondoorzichtigheid van hun organisatie. Na een onderzoek in 1993 in opdracht van het ministerie van Justitie, dat loterijen vergunningen verstrekt, werd de organisatie iets aangepast en kreeg de stichting een raad van toezicht.

Na 1993 bleven de PostcodeKanjers vallen. Het grote publiek ging nóg meer loten kopen, aangespoord door televisieshows en folders met spelende ijsbeertjes, bedreigd regenwoud en hongerende kinderen. Afgelopen jaar klom de omzet tot boven de half miljard euro. Nu runt het viertal de grootste particuliere loterij van Nederland.

Bij zo'n geldstroom dringt zich de vraag op of de werkwijze van de loterij transparant is, of de gelden van het publiek goed worden besteed en of de controle op de loterij functioneert. In Nederland is het organiseren van een loterij aan strikte regels gebonden.

Verschillende petten

Terug naar het Goed Geld Gala van de Postcodeloterij op 29 januari. Poelmann voert het woord. De voorzitter laat 2003 passeren, spreekt over idealisme en roemt de gestegen lotenverkoop. Sinds de oprichting is er 1,6 miljard euro voor de goede doelen opgehaald, zegt hij. Dan spreekt de voorzitter van de stichting over de toekomst: ,,Wij zoeken samenwerking over de grens in België, Zweden en Engeland. Hulporganisaties zullen ook daar veel profijt gaan hebben.''

`Wij' gaan naar het buitenland. Maar wie zijn `wij'? De Postcodeloterij mag volgens de vergunning niet naar het buitenland. `Wij', dat is vooral Novamedia dat in die landen hetzelfde wil doen als in Nederland. Zo wisselt Poelmann tijdens zijn toespraak een aantal keer van pet.

,,Natuurlijk staan er meerdere petten op mijn hoofd'', zegt Poelmann een paar weken later in Hotel Jan Tabak in Naarden: ,,Prachtig toch, om een ideëel doel te vervlechten met een commercieel doel? Dat is precies wat ik wil.''

Geld verdienen met een goed doel is Poelmann gelukt. Sinds 1990 blijkt tachtig miljoen euro uit de opbrengst van de loterijen naar Novamedia gevloeid. Sinds het bedrijf ook twee andere goededoelenloterijen – de Sponsorloterij (1997) en de Bankgiroloterij (2003) – heeft overgenomen, betalen ook die stichtingen een vast deel van hun omzet aan Novamedia. Poelmann c.s. besturen ook die stichtingen.

Het geld stroomt harder dan ooit binnen bij Novamedia. In 1992 ontstond al ophef toen bleek dat het viertal dat jaar bijna 3 miljoen euro ontving. Vorig jaar was de fee ruim 11 miljoen euro, waaronder de vergoeding voor het licentiegebruik van het creatieve concept van de Postcodeloterij (2,05 procent van de bruto-omzet) en 600.000 euro voor directievoering van de drie loterijstichtingen. Tegenover dat geld staan bij Novamedia niet eens zoveel uitgaven voor de drie loterijen: de stichtingen betalen hun personeel, mailing, werving en huisvesting immers zelf (69 miljoen euro in 2002). Details over de kosten van de loterijstichtingen wil Novamedia – woordvoerder voor de loterijen – niet verstrekken voor publicatie.

,,Die 2,05 procent is helemaal niet veel'', reageert Poelmann. ,,Het is zelfs véél te weinig, zeker als je naar het buitenland wilt. Ons ideaal reikt verder dan Nederland. Daarom moeten we winst maken. Overigens wordt in het buitenland 4 tot 7 procent betaald. Ik vergelijk ons idee met Windows van Bill Gates. Het verschil is dat de ideeën van Gates iets beter worden gehonoreerd.''

Maar waarom krijgt u ook 2,05 procent van de omzet van die twee andere stichtingen, waarvan u niet de bedenker bent?

Poelmann: ,,De Sponsorloterij was nagenoeg failliet toen wij haar overnamen. Net als bij de Bankgiroloterij hebben wij de omzet flink doen stijgen. Die 2,05 procent is dus onze bonus.''

Volgens de vier jaar oude gedragsregels van de Postcodeloterij en de Sponsorloterij dient de fee van 2,05 procent en de 600.000 euro directievergoeding ,,de enige financiële transactie'' te zijn tussen Novamedia en de loterijen. Er zijn geen andere geldstromen?

Inderdaad niet, antwoordt Poelmann eerst. Later in het gesprek erkent hij dat zijn drie loterijstichtingen bij één van zijn eigen bedrijven internetdiensten kopen. De stichtingen sloten in 2002 een contract met Novamedia Internet Center BV. De stichtingen mogen tegen betaling van 2,1 miljoen euro drie jaar gebruik maken van een internetplatform. Dat kocht Novamedia voor haar internetloterij Goodlot. Dankzij de stichtingen is in één klap de helft van de bouwkosten (4,3 miljoen euro) van het platform betaald. De apparatuur blijft van Novamedia.

Crèche

Eigenlijk staat het helder in het Kansspelenbesluit uit 1997: een loterij mag alleen ,,noodzakelijke kosten'' maken. De rest van de opbrengst is voor prijzen en goede doelen. Gaat de Postcodeloterij sober om met het opgehaalde geld?

In Amsterdam kocht de loterij voor 7,1 miljoen euro drie panden in de Van Eeghenstraat. Voor eigen gebruik en om te verhuren. De laatste aankoop was een groot herenhuis met een crèche en appartementen. Volgens Poelmann dreigde de crèche in 2001 op straat te worden gezet. Omdat de loterij toch crècheplaatsen voor kinderen van het personeel zocht, werd maar het hele pand gekocht. De loterij betaalde 3,2 miljoen euro. De verkoper had het pand anderhalf jaar eerder voor 953.000 euro aangeschaft. Dat was een typische ,,win-win-situatie'', reageert Poelmann. ,,Je moet je mensen in je hart sluiten''

Er zijn meer regels waaraan loterijen zich moeten houden: maximaal 40 procent van de inleg mag naar kosten en prijzen gaan, de rest is voor goede doelen, zeggen de loterijvergunningen. Gaat er 60 procent naar de goede doelen?

Op papier wel. De jaarverslagen van tien jaar Postcodeloterij tonen een rijtje dat varieert tussen 60 en 60,5 procent. Maar nader onderzoek leert dat hier sprake is van creatief boekhouden. De voorwaarde van de vergunning wordt ontdoken. Kosten van de loterij worden afgewenteld op de goede doelen. De loterij houdt zo meer geld over voor andere zaken, bijvoorbeeld publicitaire activiteiten die de omzet kunnen helpen vergroten.

Uit het jaarverslag 2002 blijkt dat enkele tonnen aan inkomsten uit bellijnen en de verhuur van de panden aan de Van Eeghenstraat niet als inkomsten worden geboekt; inkomsten waarvan de goede doelen 60 procent moeten krijgen. In plaats daarvan verdwijnen de inkomsten omdat ze worden weggestreept tegen gemaakte kosten. ,,Versluiering van de daadwerkelijke kosten'', constateerde het college van toezicht op de kansspelen, controleur namens de overheid, in 1998. En het gebeurt nog steeds, zonder toestemming van het ministerie van Justitie.

Verder blijkt goededoelengeld van de begunstigden te worden gebruikt voor het stimuleren van de verkoop van loten. Hoe werkt het? Jaarlijks betalen de zes grote beneficiënten van de Postcodeloterij ieder tussen 250.000 en 500.000 euro aan de producenten van de loterijshows. De Stichting Doen, de zevende grote beneficiënt die door de Postcodeloterij zelf is opgericht, betaalde in 2002 1,3 miljoen euro aan de tv-shows, blijkt uit het jaarverslag. De stichting Doen financiert projecten voor mens, natuur, cultuur, welzijn en sport.

De tv-shows worden in de regel door Endemol geproduceerd en uitgezonden door de TROS. Endemol-oprichter en commissaris Joop van den Ende is sinds 2001 mede-eigenaar van Novamedia. Hoe de kosten voor loterijshows precies zijn opgebouwd willen loterijen, TROS, Novamedia en goede doelen niet in de krant. Dat is ,,concurrentiegevoelige informatie''.

Alleen Natuurmonumenten is bereid tot volledige openheid. De organisatie was bijvoorbeeld in 2003 betrokken bij het programma Miljoenenjacht van de Postcodeloterij. Natuurmonumenten kreeg daarin, volgens eigen opgave, twee keer een spotje van veertig seconden, één vraag in de quiz en een paar seconden een logo in beeld. Rekening: 158.823 euro.

De zeven grote begunstigden melden samen zowel in 2001 als in 2002 circa vier miljoen euro te hebben bijbetaald aan tv-programma's van de Postcodeloterij. Die loterij betaalde in die jaren zelf naar eigen zeggen voor programma's bij de publieke omroep – het leeuwendeel van het totaal – 3,8 miljoen (2001) en 661.000 euro (2002). De beneficiënten betalen aan de loterijprogramma's dus meer dan de loterij zelf.

Deze verdeling is opmerkelijk. De shows – onontbeerlijk voor het succes – hebben immers vooral tot doel loten te verkopen. Zoals in Hilversum gebruikelijk bij `gesponsorde programma's' gaat het bij de spotjes en vragen van de goede doelen niet om de werkelijke kostprijs. Het bedrag is een bijdrage in de financiering van het totale programma.

Ook de andere loterijen van Poelmanns Novamedia werken op deze manier. Humanitas bijvoorbeeld ging vorig jaar akkoord met 300.000 euro als aandeel in de kosten van het programma De Sponsorloterij Trap bij SBS6. Volgens Humanitas-directeur Marius Ernsting betrof het de helft van de productiekosten.

Demagogisch gelul

De goededoelenorganisaties zeggen stuk voor stuk gráág te betalen. ,,We krijgen de kans om in populaire en goed bekeken tv-programma's het eigen werk onder de aandacht te brengen'', aldus Unicef. Geen van de beneficiënten meldt verplicht te worden om bij te dragen. Novib beschouwt haar bijdrage ,,als een investering die een dertigvoudige opbrengst genereert''.

Precieze bedragen voor de wervende Postcodeshows zijn niet terug te vinden in de openbare jaarverslagen van de goededoelenorganisaties. Novib en Unicef voerden in het verleden wel een post `aandeel kosten in acties van de Postcodeloterij' of `voorlichtingskosten Postcodeloterij' op. Dat leidde in 1998 tot gefrons bij het college van toezicht op de kansspelen. De beneficiënten kregen daarop van de Postcodeloterij het verzoek om hun jaarstukken aan te passen. Hun verslaglegging riep ,,onnodig vragen'' op volgens de loterij. Tegenwoordig maakt de steun aan de loterijshows onherkenbaar deel uit van de `activiteitskosten'.

,,Demagogisch gelul'', noemt Poelmann de opmerkingen over het afwentelen van de kosten op goede doelen. Dat zij meebetalen aan de shows is niet meer dan redelijk, vindt hij. ,,Wij keken tegen zúlke bergen kosten aan. Zij betalen dat deel waarvan wij zeggen: dat hoort bij jullie kosten.''

En dan zijn er de mailings die de loterijen rondsturen. Vijf miljoen huishoudens kregen vorige week een `maak-snel-open-aanbieding' van de Postcodeloterij met zicht op de LenteKanjer van 5,2 miljoen euro. In de vergulde verpakking zat het magazine `Goed Nieuws van onze goede doelen!' Goed Nieuws gaat voor tachtig procent over de Postcodeloterij en haar beneficiënten, en voor twintig procent over de Stichting Doen.

Eerder betaalde de Stichting Doen met haar goededoelengeld 2,7 miljoen euro aan drie uitgaven van het magazine (2002) en de Postcodeloterij zelf maar 2,2 miljoen.

Aan het uitdelen van de loterijgelden mogen geen verplichtingen verbonden worden, volgens het college van toezicht op de kansspelen. Die zijn er wel, zo blijkt ook uit contracten tussen het Wereld Natuur Fonds en de Postcodeloterij. De krant mocht ze zien, maar er niet uit citeren. In het contract (2003-2008) staat dat de organisatie de financiële steun door de Postcodeloterij in haar jaarverslag niet alleen met cijfers, maar ook met tekst moet toelichten. De tekst moet eerst aan de loterij worden voorgelegd. Verder verwacht de Postcodeloterij van het Wereld Natuur Fonds dat het de eigen achterban en andere Nederlanders regelmatig informeert over de steun door de loterij. En mochten ook andere donerende organisaties worden genoemd in publicaties van het fonds, dan dient ook altijd de Postcodeloterij vermeld worden. De opsomming dient te geschieden naar de hoogte van de donatie. Met andere woorden: de Postcodeloterij moet altijd, en als eerste, worden genoemd.

In het contract duikt ook een verplichting op die al in 1998 door het college van toezicht op de kansspelen is bekritiseerd: het Wereld Natuur Fonds verplicht zich jaarlijks tot een actieve werving van loterijdeelnemers onder zijn achterban.

Faire prijs

Is er dan niemand die de taak heeft om te controleren? Jawel. Sinds de ophef rond de Postcodeloterij, begin jaren negentig, is er een raad van toezicht, bemand met zeven ,,onafhankelijke deskundigen''. Drie van hen zijn voorgedragen door de goededoelenorganisaties. De raad staat onder voorzitterschap van oud-minister van Milieu Pieter Winsemius (ex-voorzitter Natuurmonumenten). Winsemius zegt er ,,geen probleem'' mee te hebben dat Novamedia vorig jaar 11 miljoen euro incasseerde, ook al is dat een verdubbeling sinds 1998. ,,Dat is vorig jaar uitonderhandeld. U wilt van mij horen dat het een schande is. Maar ik zie de enorme omzetgroei bij de Postcodeloterij. Geef mij dat maar! En wat die twee andere loterijen betreft: die waren verkommerd. Die doen het inmiddels ook steeds beter. Deze mensen beheersen het vak. Dat is niet onverdienstelijk, ook niet voor de goede doelen. Bij de beneficiënten zult u niet veel ontevredenheid tegenkomen.''

En controle is er wel degelijk, zegt Winsemius. Neem het contract voor het gebruik van het internetplatform. ,,Wij hebben het laten controleren. Het was een faire prijs'', aldus Winsemius die het ook niet erg vindt dat de loterij geen concurrerende offertes vroeg. De controle is gedaan door PriceWaterhouseCoopers, huisaccountant van zowel Novamedia als Postcodeloterij.

Het college van toezicht op de kansspelen was door de jaren heen kritisch over de verwevenheid van Novamedia en Postcodeloterij en het gebrek aan transparantie. Hoewel de vier initiatiefnemers een ,,factor van betekenis zijn'' bij het succes van de loterij, verdient hun rol en die van Novamedia geen schoonheidsprijs, oordeelde het college in 1999. Maar ,,opeenvolgende bewindspersonen [hebben], hoewel een en ander bekend was, daar nimmer echt een punt van gemaakt''.

Het college hekelde ook het feit dat de deelnemers aan de loterijen precieze informatie over de besteding van hun geld onthouden wordt. Daarmee laat de Postcodeloterij ,,transparante, publieke verantwoording'' achterwege.

Mevrouw M. Vos-Van Gortel, oud-burgemeester van Utrecht en voorzitter van het college van toezicht voor de kansspelen sombert bij een glas droge witte wijn in café Oudaen aan de Oude Gracht in Utrecht. Haar college gaf adviezen over een transparante organisatie, pleitte voor een plafond aan de kosten en was tégen de internetactiviteiten van Novamedia omdat internetgokken in Nederland verboden is; maar naar haar college is niet geluisterd.

Vos: ,,We hebben deskundigheid en geven redelijke adviezen. Veel van onze adviezen zijn niet opgevolgd door het ministerie van Justitie. Als Justitie ze niet opvolgt, is dat niet mijn probleem. Het kan natuurlijk dat het niet de eerste prioriteit heeft bij bewindslieden en Kamerleden. Maar ik denk ook dat iedereen probeert de relaties goed te houden.''

Daar komt bij: haar college telt drie medewerkers en één secretaresse. Met zo'n team doe je geen zware onderzoeken naar creatief boekhouden. En wat de ontvangers met het geld doen, daar heeft het college helemaal geen kijk op.

Vos: ,,Wij vragen om zoveel mogelijk inzicht in de kosten van de loterijen, maar we krijgen slechts een overkoepelend inzicht. We zouden een accountantsbureau moeten zijn. Maar ook dan: wij hebben geen bevoegdheden. Dat is de grap.''

Het ministerie van Justitie, dat veel adviezen van het college negeerde, heeft besloten de teugels voor de goededoelenloterijen juist te laten vieren. Vanaf volgende maand hoeven ze niet meer 60, maar nog slechts 50 procent van hun opbrengst af te dragen aan goede doelen. Dat moet ruimte bieden voor hogere prijzen. Bij het College van toezicht wordt gevreesd dat het vooral de kosten zijn die gaan stijgen.

Het laatste nieuws: minister Donner van Justitie heeft mevrouw Vos laten weten dat haar college wordt opgeheven. Het departement wil het voortaan zelf doen.

Dossier op www.nrc.nl. Reacties naar goededoelen@nrc.nl