Europa over grondwet minder onwrikbaar

Er kwam deze week beweging in het onwrikbare standpunt van sommige EU-landen over de nieuwe grondwet. Dat betekent nog niet dat die er snel komt.

Als het over de veelbesproken grondwet gaat, wemelt het momenteel van de goede bedoelingen in de diverse Europese hoofdsteden. Een akkoord daarover moet heel snel komen. Zegt de Duitse bondskanselier Schröder, zegt de Franse president Chirac, zegt de Poolse premier Miller, zegt de Ierse premier Ahern. Kortom, zegt eigenlijk iedereen. En toch is het nog maar de vraag of het Ierland, de huidige voorzitter van de Europese Unie, ook zal lukken een compromis te vinden waarop alle 25 lidstaten zich kunnen verenigen.

De intenties zijn er dus. Daarentegen geldt hier tevens de relativering van de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Ben Bot, die vorige maand zei dat landen nu eenmaal moeilijk kunnen zeggen dat ze geen akkoord willen. Er wordt bewogen, dat is duidelijk. Er gaan weer varianten over tafel. Maar, zoals de Ierse minister voor Europese zaken Roche deze week in Straatsburg tegenover het Europees Parlement zei, het gaat toch vooral om de politieke wil bij de regeringsleiders van de 25 landen om overeenstemming te bereiken. Aan de Ieren zal het niet liggen, zei hij nog. ,,Er kan gemakkelijk een akkoord worden bereikt over de geschilpunten'', aldus Roche, ,,maar dan moet men het wel willen.''

Het lijkt op dit moment vooral de kalender te zijn, die de posities van de diverse landen bepaalt. Oftewel: wanneer vertellen we het de kinderen? Die kinderen zijn dan de bevolkingen van de diverse lidstaten. Toen de top van Europese regeringsleiders in Brussel vorig jaar december geen akkoord wist te bereiken over de grondwet, was eigenlijk niemand van de deelnemers echt rouwig. Het werd weliswaar niet hardop uitgesproken, maar nogal wat regeringsleiders waren in hun hart heel blij dat als gevolg van het uitblijven van overeenstemming ook de diverse afgesproken referenda voorlopig niet hoefden door te gaan.

In elk geval was deze verzuchting in Nederlandse regeringskringen te beluisteren. Daar heerste grote angst voor de mogelijkheid dat Nederland vanaf 1 juli aan het voorzitterschap van de Europese Unie zou beginnen, terwijl kort daarvoor de bevolking de Europese grondwet had afgewezen. En die angst was zeer reëel. `Europa' roept momenteel vooral argwaan op. Dat geldt niet alleen voor Nederland, maar ook voor de andere landen waar reeds is afgesproken dat de grondwet door middel van een referendum aan de burgers zou worden voorgelegd: Denemarken, Ierland, Luxemburg, Spanje, Portugal en Tsjechië. De volksraadpleging zou in al deze landen niet zo zeer zijn gegaan om de grondwet als zodanig, maar om Europa als geheel.

In Frankrijk bestond nog geen afspraak over een referendum. Maar tegelijk was president Chirac ervan overtuigd dat hij er niet aan zou kunnen ontkomen als er veel aan de oorspronkelijke tekst – tot stand gekomen onder leiding van zijn landgenoot en voorganger Giscard d'Estaing – gesleuteld werd. En dan zou zo'n referendum wel eens kunnen neerkomen op een stemming over de Franse regering. Iets waar Chirac nu geen behoefte aan heeft. Vandaar dat hij tijdens de top in Brussel één van de meest onbeweeglijke was. En ook nu wordt er vooral naar Parijs gekeken of daar signalen vandaan komen dat men bereid is tot concessies. Tot deze week was dit nog niet het geval.

Inmiddels heeft Giscard, van wie wordt aangenomen dat hij nauw met Chirac opereert, zich in het debat gemengd. Tegenover een commissie van het Europees Parlement toonde hij zich gereserveerd over de wijzigingsvoorstellen op `zijn' tekst. En over het compromis dat in de maak is rond de toekomstige besluitvorming binnen de Unie is hij al helemaal niet te spreken. In de oorspronkelijke tekst was sprake van een zogeheten dubbele meerderheid op basis waarvan de lidstaten besluiten zou kunnen nemen. Volgens dat model was een voorstel pas aangenomen als de helft van de lidstaten die bovendien meer dan 60 procent van de bevolking vertegenwoordigden voor is. In de praktijk betekent dit dat de `grote drie', Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië (samen goed zijn voor 44 procent van het Europese inwonertal) voorstellen kunnen tegenhouden. Duitsland heeft zich bereid getoond zodanig aan de getallen te sleutelen dat de `blokkerende minderheid' uit meer landen moet bestaan. In het blad European Voice van deze week doet Giscard dit compromisvoorstel af als een ,,non-starter''.

Eén ding is al wel duidelijk. De Europese regeringsleiders kunnen zich geen nieuwe mislukking veroorloven. Als zij opnieuw gaan praten over de grondwet moet er ook zekerheid bestaan over een akkoord. Voor een snelle oplossing pleit dat anders het momentum verloren gaat. Er komt deze zomer een nieuw Europees Parlement, de Europese Commissie wisselt eind dit jaar van samenstelling en in een aantal lidstaten treden nieuwe regeringen aan. Kortom: steeds meer mensen die betrokken waren bij de voorbereidingen van de grondwet verdwijnen.

Naarmate er meer tijd verstrijkt ontstaat er ook meer ruimte voor nieuwe discussiepunten. Algemeen is de verwachting dat als de discussie pas volgend jaar wordt hervat deze niet los zal worden gezien van de besprekingen over het budget van de Unie oftewel de financiële bijdragen van de diverse lidstaten.

Bovendien staat het dan andere lidstaten vrij om ook weer andere punten ter discussie te stellen. Vice-voorzitter Neil Kinnock van de Europese Commissie wees er deze week in het Europees Parlement op dat dan het gevaar dreigt dat de tekst van de grondwet zo verwatert dat er weinig meer over is van de oorspronkelijke ambitie. ,,Het gevolg is dan dat de inwoners van de Europese Unie geen oplossingen krijgen, maar slechts problemen erven'', aldus Kinnock.

Aan de andere kant zitten de politieke leiders wel met het gegeven dat in een aantal landen het enthousiasme voor Europa minimaal is. De Europese Unie zit met een groot probleem als uit verschillende referenda zou blijken dat bevolkingen de grondwet niet steunen.

Een echte deadline is in elk geval nog lang niet in zicht. De in de grondwet voorgestelde procedureveranderingen moeten pas in 2009 van kracht worden. Het zou niet de eerste keer zijn dat de EU de oplossing in de factor tijd zoekt.