Dubbele bodem

Omdat het voorjaarsvakantie was, mochten wij op de kaartjes van een skiënde klasgenoot naar een kinderconcert in het concertgebouw. Roodkapje, door Ensemble Reflex, in de kleine zaal. We hadden ons erg verheugd, de jongens (5 en 7) en ik, ook vanwege eerdere goede ervaringen met kinderconcerten. Maar dit hadden ze beter niet kunnen programmeren. De jongens begonnen binnen de minuut al ontevreden hardop te klagen over het gebodene. Op mijn gezicht was juist een grote glimlach verschenen: hoera, hier heb ik een mening over! Daar ga ik een column over schrijven!

De voorstelling betrof experimenteel muziektheater: twee piano's, een viool, twee klarinetten, twee saxofoons, een tuba aan een tuinslang, nul jagers, twee tot drie roodkapjes, en tussen de een en de vijf wolven. Moderne muziek, niet de makkelijk verteerbare romantiek die ik verwacht had. Van toneelspel was niet echt sprake; de teksten werden direct naar de zaal gezongen of gesproken, meestal een paar keer herhaald. Soms kwamen de acteurs elkaar op maat (?) van de muziek tegen op het midden van het toneel, om daar een gezongen conversatie aan te gaan, bijvoorbeeld tussen twee roodkapjes en drie saxofoon spelende wolven.

Voor mijn kinderen is dat al moeilijk genoeg, maar deze voorstelling had nóg een complicerende factor: hij was in het Frans. De franse acteurs/musici hadden zich weliswaar enorm uitgesloofd door grote lappen Nederlandse tekst uit hun hoofd te leren, maar die waren door het sterke accent even onverstaanbaar als de Franstalige liedjes.

Resultaat: een volstrekt onbegrijpelijke voorstelling. Als het verstaanbaar en experimenteel was geweest, hadden de kinderen houvast gehad aan hun kennis van het verhaal van roodkapje. Misschien hadden ze het alsnog stom gevonden, maar dan hadden we het nog kunnen hebben over wat de auteur met het oorspronkelijk verhaal gedaan had, en of we dat interessant of niet vonden. Als het een standaard muzikaal sprookje was geweest in het Frans, hadden ze aan het spel het verhaal kunnen volgen, en kunnen genieten van de muziek. Maar dit was een brug te ver. Op een enkel rood mutsje en die paar wolvenmaskers na, ontbrak elk referentiekader.

Een van de redenen waarom mensen aan waardering van de hoge kunsten doen, is om daarmee een sociaal statement te maken: dat zij horen bij de elite die het wél begrijpt. Het was aardig om te zien dat dit gedrag rond een jaar of negen begint: tussen de chagrijniger kijkende kleintjes hoorde ik een paar wat oudere kinderen zeggen dat ze het `grappig, maar wel lastig te volgen' vonden. En dan was er ook nog dat goedwillende jongetje dat zei dat het begin hem aan Mozart deed denken. Ik vermoed dat dat kwam omdat Mozart ook wel eens iets voor klarinet heeft geschreven, want muzikaal gezien sloeg het nergens op.

Met referentiekaders worden in kindervoorstellingen wel vaker fouten gemaakt, valt mij op. De makers willen dat ook de ouders er nog wat aanvinden, en gaan daar soms zo in op dat zij de kinderen uit het oog verliezen. Zo was er een keer bij Villa Achterwerk een variant op het sprookje van de nieuwe kleren van de keizer te zien: `de nieuwe aussie van de gabber'. Voor de oudere lezers zal ik even uitleggen dat gabbers kaalgeschoren liefhebbers van een bepaald soort muziek waren, eind jaren 90, die zich altijd hulden in dure trainingspakken van het merk Australian (vandaar aussie). Leuk bedacht, maar typisch zo'n idee dat je niet moet uitvoeren. Het verhaal wordt er namelijk niet beter op: een gabber met kleermakers? Geklets over dure stof terwijl het om het merkje van Australian gaat. En bovendien is een koning die tijdens een optocht wordt uitgelachen door zijn onderdanen, een stuk indrukwekkender dan een gabber die wordt uitgelachen door zijn vriendjes. Dus al die kinderen die niet weten dat het een parodie is, zitten naar een slap verhaaltje te kijken! En zij die het wel kennen, verlangen terug naar het origineel. Het ongevraagde advies van de columnist: niet meer doen!

Nu ik het toch over referentiekaders heb: is het niet tijd dat we ophouden met het waarderen van abstracte kunst? Die is ontstaan als uiterste vorm van onvrede met de toen heersende gedachte dat kunst de werkelijkheid of de natuur moest weergeven. Het idee was dat je mensen een museum inlokte, om ze daar te confronteren met bijvoorbeeld een schilderij dat zich onttrok aan elke referentie, behalve die van het schilderij-zijn. De kunst om de kunst. Het ging er dus niet om wát er op het schilderij stond; het ging alleen om de boodschap `jij denkt dat dit geen schilderij is, maar het is er lekker toch een'.

Nu zijn we bijna 100 jaar verder, en om nou altijd nog van die dingen op te hangen die eigenlijk alleen een statement zijn tegen een al lang niet meer geldende opvatting Ik zie het nut niet.