De tijd begraven

De lucht stilzetten, de verte afsluiten, de tijd begraven, treinen opblazen alsof ze door de snelheid magnetisch zijn geworden. De lucht stilzetten, de dag verpesten, de democratie halverwege tot stoppen dwingen. Daar gaat het ze om.

Een onschuldige journaliste vroeg gisteren aan de minister van Binnenlandse Zaken of het niet het werk van anderen kon zijn geweest, daarmee het bloed op het conto van Al-Qaeda schuivend. Acebes gaf haar duidelijk en beslist een afdoende antwoord, maar misschien een antwoord dat niet juist was. Vervolgens kwamen de handen van de dag, de handen van de zon, de handen van een handje helpen, aanzetten met al het schroot van het geval, dat toevallig het schroot is dat de ETA altijd gebruikt. Het terrorisme is een mondiale beweging met oriëntaalse trekjes, en Spanje heeft zijn portie terrorisme perfect ingeburgerd.

Het terrorisme veronderstelt een dramatische ontregeling van het Westen, de haat tegen alles wat keurig geordend is, het verzet tegen de democratie en haar baronnen. Het terrorisme is geen obsessie van meneer Aznar of van een ander, een geval van achtervolgingswaanzin dat in die septembermaand de Twin Towers op de knieën dwong en in deze maartse maand rails krombuigt en miskramen opwekt.

Maar de grote westerse mogendheden hebben wel elk hun appel met slang in de mand, hun terrorisme van één ras en één stem, hun intieme vijand die vol afgunst en haat onze manieren naäapt en de Golf inruilt voor Marbella, mon amour. Het gaat erom de vrijheid te besmeuren, Madrid te wurgen door haar treinen te verknopen met stroppen en slangen. Het gaat erom dat we doordrongen zijn van dat alles, van het gevaar dat op de loer ligt. We worden al gehaat sinds Griekenland, alleen is het nu een kleinzielige, provinciale, met dynamiet geladen herdershaat, zoals de dag van gisteren maar weer eens aantoont.

De lucht stilzetten, de dag onderbreken, de natuur verlammen, de nijvere handen van de democratie afhakken, ons allemaal in grote verwarring brengen en Madrid haten, een Madrid verzinnen van in weelde badende moordenaars en oerconservatieve uitbuiters. Madrid haten, Spanje haten, haten wat Isabel en Ferdinand, het Katholieke Vorstenpaar, in bed verzonnen. Ons land is een van de meest geslaagde versies van de Europese democratie, maar iemand haat Europa, gelooft niet in de democratie en legt explosieve lunchpakketjes in het bagagerek van treinen. De journalist zei Al-Qaeda. De minister zei iets anders. Wat maakt het uit, wat doet het ertoe. Het is de filmgenieke haat jegens de eerste natie die, in een gotisch jasje gestoken, gedurende de Middeleeuwen in Europa ontstond.

De met de zweep knallende menners van het anti-terrorismepact zullen nu begrijpen dat hun rijtuig steeds weer uit de bocht vliegt en dat dan in de berm een bleek slachtoffer zal liggen, iemand zoals Rodríguez Zapatero bijvoorbeeld. We zagen Rajoy met de ernst die hem zo flatteert, in rouw gedompeld vanwege zijn eigen levensloop, we zagen Aznar een onovertroffen verontwaardiging tentoonspreiden, we zagen de baronnen van het Vaderland met het onmiskenbare vale gezicht van iemand die op een enkele ochtend van opgeblazen stations jaren ouder is geworden.

Ondanks alles is de democratie hun uit de handen geglipt, omdat het net van de haat de laatste weken steeds strakker om ons heen werd getrokken, en het vervelende is dat haat niet veel ruimte inneemt, een rugzakje is groot genoeg. Wie zich een beetje verdiept in de psychologie van het terrorisme zal begrijpen dat er nu een jonge onervaren generatie is aangetreden, geboren voor grote rampen of kleine mislukkingen als het handwerk faalt. Ze zijn niet meer geschikt voor het bescheiden huis-, tuin- en keukenterrorisme waaraan we helaas zo gewend waren.

Het terrorisme spruit gewoonlijk voort uit een hybride boek en gaat gewoonlijk te gronde in de grote internationale oorlogen van ondernemers en beminnelijke jagers op olifanten. Het dient geen ander doel dan onze democratie in verwarring te brengen, onze beschaving flink door elkaar te schudden, haarden van haat te ontsteken tegen Madrid of Londen en midden op Picadilly Circus of Puerta del Sol een kampeertent op te zetten met hoeries die hun voeten wassen en keuterboeren die met stokslagen ossen voortdrijven.

Democraat zijn heeft zijn prijs. Zelfs bepaalde jongeren hebben een voorkeur voor de riekende en voddige tent die noordelijk noch zuidelijk is, aan het Westen noch het Oosten toebehoort. De lucht stilzetten, de ochtend bang maken, de hemel stilzetten, de doden opnieuw tellen, verafschuw dat alles in een cultuur van één boek, de liberale multicultuur.

Wat zijn ze hard, deze projecten, wat subtiel verpakt, als chemische wapens, al dat gif van de minerale slang. En wat zwak, onzeker, bleken de hulpmiddelen van Madrid, op een ochtend in maart, aan de vooravond van de verkiezingen, om de fantastische trein van de democratie verder te laten rijden. En die zal nooit ontsporen, want in de reislustige rugzakjes zit niets anders verborgen dan boeken van Goethe en Bacarisse.

Zolang er jonge, knappe journalisten zijn die moeilijke vragen stellen zijn we verloren, want het is aan de jeugd om deze oorlog te winnen die vandaag in Atocha opnieuw is losgebarsten. Ook heb ik een student horen praten over El Pozo del señor Raimundo, het is duidelijk dat tío Raimundo hem te ordinair in de oren klinkt. We hebben een kabinet van jonge mannen, jonge ministers. Zij vormen de enige jeugd die ons rest. De nieuwe eeuw stikt van oude mensen. De lucht stilzetten, het licht onderbreken, jaren optellen bij je leeftijd, de democratie verkrampen. Daar waren ze op uit in Atocha.

Is een gerenommeerde Spaanse schrijver. Zijn werk werd onder meer bekroond met de Premio Cervantes

Een van de drie stations heet: El pozo del tío Raimundo (De put van baas Raimundo)