De andere Popper

De basis van zijn falsificatie-theorie ontleende Karl Popper aan de psycholoog Otto Selz. Die invloed heeft Popper altijd verzwegen.

Hoe beroemd hij ook is, de filosoof Karl Popper is slechts zelden onderwerp van studie en onderzoek. ``Voor een deel komt dat omdat hij zo helder schrijft. Er is geen discussie over wat hij nu eigenlijk bedoelt'', zegt filosoof en psycholoog Michel ter Hark. ``Daarom heeft hij ook de schijn van iemand die niet diepzinnig genoeg is ten onrechte. Ook heeft Popper in zijn autobiografie, Unended quest, uitvoerig beschreven hoe hij in zijn jeugd en opleiding in Wenen aan zijn ideeën is gekomen, dus daar lijkt ook niet veel eer te behalen voor een onderzoeker.''

Dus wel. Want Ter Hark komt in zijn net verschenen studie naar de oorsprong van Poppers gedachtengoed, Popper, Otto Selz and the rise of evolutionary epistemology (Cambridge University Press), tot verrassende conclusies. In zijn autobiografie en elders presenteert Popper zich als een filosoof die zijn centrale idee van trial & error elimination (zie kader) geheel op eigen houtje heeft bedacht. ``Ik heb ontdekt dat Popper die kern van zijn ideeën heeft ontleend aan psychologen van de Duitse Würzburgschool en vooral aan Otto Selz'', zo vertelt Ter Hark in zijn kamer op de Groningse faculteit der wijsbegeerte.

Het aardige van Ter Harks boek is dat deze verzwijging van de invloed van Otto Selz natuurlijk een smet werpt op het devies van Popper, maar tegelijkertijd niets afdoet aan zijn genie. Sterker, in het laatste hoofdstuk beschrijft Ter Hark hoe het latere werk van Popper, over het zelf en de scheiding tussen geest en brein, veel beter te begrijpen is vanuit de psychologische oorsprong. Vaak worden deze ideeën van Popper uit de jaren zeventig een beetje lacherig afgedaan als misplaatst Descartianisme.

Ter Hark: ``Ik spreek niet van plagiaat, dat gaat te ver. Het is juist knap dat Popper dit uit het werk van Selz heeft opgepikt. Hij was daarin de eerste en lange tijd ook de enige. Selz was in feite een geisoleerde figuur, van zijn hoofdwerk uit 1922 zijn slechts 250 exemplaren verkocht. Zijn typische Duitse schrijfstijl is ook niet gemakkelijk toegankelijk. Tot 1980 was de enige vertaling van Selz in het Chinees, een synopsis van zijn werk, omdat hij in China een aantal lezingen had gehouden.''

Zijn grootste invloed (behalve dus via Popper) heeft Selz in Nederland gehad. Na 1933, als de Nazi's aan de macht komen, verliest hij als jood zijn hoogleraarschap. In 1939 vlucht hij naar Nederland en komt hij in contact met de pedagoog Phillip Kohnstamm en de psycholoog A.D. de Groot. Ter Hark: ``De Groots beroemde boek over het denken van de schaker, uit 1946, is zuiver Selziaans. De ironie is dat De Groot later bekend wordt als de grote popperiaan in de Nederlandse psychologie. Natuurlijk was De Groot een bewonderaar van Popper, maar hij heeft óók uit dezelfde bron gedronken als Popper.'' De beroemde Zwitserse kinderpsycholoog Jean Piaget heeft ook ideeën ontleend aan Selz hij wel met ruimhartige bronvermelding.

Het loopt slecht af met Selz in Nederland. In 1943 wordt hij op transport gezet naar Auschwitz en hij overlijdt bij aankomst. Onderduiken wilde hij niet, hij vertrouwde tevergeefs op de bescherming van zijn IJzeren Kruis, een hoge Duitse onderscheiding behaald in de Eerste Wereldoorlog.

``De vormende werking van Selz op Popper is zó groot, dat het voor mij onbegrijpelijk is dat hij Selz niet de credits heeft gegeven'', aldus Ter Hark. ``Popper was origineel genoeg van zichzelf. De toepassing van Selz op de wetenschapsfilosofie is helemaal Poppers eigen werk, al zijn er natuurlijk wel aanzetten voor te vinden bij Selz. Was Selz niet vermoord in Auschwitz, dan had Popper dit nooit zo kunnen beweren. Nooit! Dat is het rare eraan.''

De bewijsvoering in Ter Harks boek is helder. Voordat Popper zich ca. 1932 op de filosofie stortte werd hij in Wenen opgeleid als leraar en psycholoog. Zijn opleiding kreeg hij van leden van de Würzburgschool. Bij een van hen, Karl Bühler, promoveerde hij. Ter Hark vond sterke bewijzen van de invloed van Selz en anderen in die nooit gepubliceerde dissertatie uit 1928. Ook uit een scriptie die Popper schreef voor zijn lerarenopleiding in 1927 en in zijn enige gepubliceerde psychologische artikel, uit 1931, zijn essentiële verwijzingen naar Selz te vinden.

Otto Selz (1881-1943) kwam voort uit de Denkpsychologie, een Duitse stroming uit het begin van de twintigste eeuw. Al lang voor Popper en in feite als enige was Selz de strijd aangegaan met het ook in de psychologie volstrekt dominante idee dat menselijke kennis tot stand komt door het verzamelen van gegevens en daaruit conclusies trekken het inductieve denken. Selz' grote werken zijn Über die Gesetze des geordnete Denkverlaufs (1913) en Zur Psychologie des produktiven Denkens und des Irrtums (1922).

``De argumenten die Popper gebruikt tegen inductie komen allemaal van Selz'', aldus Ter Hark. In de psychologie stond dat idee bekend als de associatietheorie: het menselijke denken bestaat uit associaties tussen zintuigelijke beelden. ``De associatiepsychologen zagen de menselijke geest als een instabiel strijdperk van zintuigelijke waarnemingen en mentale beelden die permanent strijden om de aandacht'', aldus Ter Hark. Hogere mentale ordeningsprincipes werden onbestaanbaar geacht en aldus vormde de associatiepsychologie de directe voorloper van het invloedrijke behaviorisme (die het menselijk geestelijk leven beschouwde als een opeenstapeling van geconditioneerde reflexen). Selz wist echter met experimenten aan te tonen dat de menselijke geest werkt met `verwachtingen', anticipaties, die het ordenend principe vormen van de informatieverwerking: Popper in een notendop.

Popper noemt Selz wel in zijn autobiografie, in een veelzeggende passage als hij spreekt over zijn overstap naar de filosofie, begin jaren dertig. Eerst vertelt hij dat hij in het psychologische lab in `een paar experimenten' er `al gauw' achterkwam dat zuivere zintuigelijke waarnemingen (de basis van inductie en de associatiepyschologie) niet bestonden. Dan schrijft hij: ``Ik kwam er achter dat mijn ideeën leken op die Oswald Külpe en zijn school (de Würzburger Schule), in het bijzonder Bühler en Otto Selz. Zij hadden ontdekt wij niet in beelden, maar in termen van problemen en voorlopige oplossingen daarvan denken. Ik vermoed dat de ontdekking dat sommige van mijn resultaten al bekend waren een van de minder belangrijke redenen was om me niet met psychologie bezig te houden.''

Kan het niet gewoon zo zijn dat Popper het niet meer zo goed wist?

Ter Hark: ``Nee, de vroege werken barsten van de verwijzingen naar Selz. En hij wist nog tot op hoge leeftijd dondersgoed dat hij heel veel te danken had aan Selz. Een half jaar geleden kreeg ik van collega's een brief van Popper uit het archief van De Groot, die overigens nog altijd leeft. Helaas te laat om in mijn boek te gebruiken. In die brief, uit begin jaren negentig, geeft Popper duidelijk toe dat het idee dat `alle pogingen om problemen op te lossen trial-and-error eliminations zijn' al veel eerder door Selz was gezien. Popper heeft ook eerder een exemplaar van zijn autobiografie aan De Groot gestuurd, met daarin de opdracht: `Van de ene bewonderaar van Selz aan de andere'.''

Maar er moet toch een reden zijn geweest om Selz zo te negeren?

``Er kunnen karakterologische zaken spelen. We weten dat Popper geen gemakkelijk mens was. Hij verkondigde overal dat hij `de oorlog' tegen de inductivisten heeft gewonnen. `Who killed logical positivism?' heet het hoofdstuk in Unended Quest over het einde van de Wiener Kreis, de invloedrijke groep van wetenschapsfilosofen, die allemaal het inductivisme aanhingen. Prachtig natuurlijk, ik geniet er van. Ik ben ook echt wel een fan van Popper. Alleen jammer voor de nalatenschap van Selz.

``Wat ook speelt is dat Popper in zijn strijd tegen het inductivisme van de Wiener Kreis niet het verwijt kon riskeren dat hij `psychologismen' gebruikte. `Psychologisme' was het idee dat wetenschapsfilosofie hetzelfde zou zijn als de beschrijving van mentale processen, dat kon dus niet in die kringen. Filosofie was de logische constructie van kant en klare theorieën, dàt was het werk van de wetenschapsfilosoof. Die afkeer is ook wel begrijpelijk, want wat er in die tijd zoal verscheen aan reconstructies van het denken was veel te subjectief. Zo kon je de ontwikkeling van kennis en wetenschap niet begrijpen. Vandaar dat je in die tijd extreme beweringen bij Popper ziet, dat hij uitdrukkelijk logica bedrijft. Terwijl hij in feite de anticipatie-theorie van Selz en alles wat daar bijhoort, toepaste op de hypothesevorming in de wetenschap.''

Toch is het gek dat Popper zolang hij actief is binnen de psychologie géén afstand neemt van de inductie. Dat komt pas als hij in 1932 de psychologie verlaat. Tegelijk heeft hij volgens u dat inzicht juist te danken aan de psychologie. Hoe kan dat?

``Je moet beseffen dat Selz in zijn kritiek op de inductie helemaal alleen stond. Verder was iedereen waar Popper mee te maken had inductionist, ook Bühler bij wie hij promoveerde. De verwerking van Selz door Popper was nog heel pril. Als je goed leest is Selz duidelijk genoeg. Hij heeft zijn inzicht zelfs wetenschappelijk-historisch vertaald, met de opmerking dat de wetenschap niet gegroeid is dankzij het verzamelen van gegevens maar dankzij kuhne Hypothesen. Dat zie je later precies zo bij Popper, die spreekt van bold hypotheses. Maar het kost tijd om die les te trekken. In 1928 citeert Popper zelfs Selz over probleemoplossing in de wetenschap, maar hij doet er nog niets mee. Uit zijn artikel uit 1931, waarin hij Selz ook nog rijkelijk citeert, blijkt dat hij diens boek dan al weer beter heeft gelezen heeft dan daarvoor.''

Wat heeft Popper niet aan Selz ontleent?

``Van Selz komt het meest invloedrijke deel van zijn werk. Het basisschema over probleemoplossing en het streven naar falsificatie van je eigen theorieën, Poppers centrale idee, is een bewerking van het selziaanse denken. Maar wat Popper zeker niet van Selz heeft, is de manier waarop hij het gaat toepassen: op de wetenschap, maar ook in de politieke filosofie. En wat Popper verder over waarschijnlijkheidsleer en waarheid en werkelijkheid heeft geschreven, heeft niets meer met Selz te maken, dat is een andere Popper.''