Dave Douglas

Hij wordt geprezen en krijgt prijzen maar zijn platen zijn in Nederland slechts met moeite te vinden. Is een blanke jazztrompettist alleen `sexy' als hij dood is of toch minstens aan de dope? Voor Strange Liberation, zijn zevende cd voor het BMG-concern, deed Dave Douglas (1963) zelf de productie, schreef hij alle muziek plus een leesbare hoestekst. Met een buiging in de richting van gitarist Bill Frisell die hier te gast is, niet voor één liedje maar de hele plaat lang.

Frisell verrijkt de muziek van Douglas niet alleen harmonisch, hij `zingt' ook enkele mooie solo's en verrast in Rock of Billy en Catalyst door – voor zijn doen – `vette' swing.

Overigens doet de sfeer op deze cd, met name in Seventeen, soms sterk denken aan die van het het Miles Davis-kwintet uit de jaren 1968-'70. Dat komt doordat Douglas soms een Harmon-demper gebruikt en dat Uri Caine speelt op een Fender Rhodes, een keyboard dat een tweede jeugd begonnen lijkt. Ook de rest van Douglas' kwintet, bassist James Genus, drummer Clarence Penn en rietblazer Chris Potter functioneert op hoog niveau.

Dit is zo'n plaat die niet gaat vervelen omdat je er bij elke draaibeurt weer iets nieuws in hoort.

Hoort u dat, meneer Bertelsmann & Co?

Dave Douglas: Strange Liberation (Bluebird 82876-50818). Distr. BMG