Cultuurkloof

Wie schrijft blijft, zo is mij ooit geleerd, en omdat ik niets liever wilde dan blijven heb ik me ooit geworpen op het schrijven. Om vervolgens te moeten gaan twijfelen of het allemaal wel zin heeft. Plaatjes, die zijn pas echt belangrijk. Afgelopen zaterdag publiceerde de Volkskrant in haar wekelijkse bijlage een interview met Agnes Kant, dat vergezeld ging van enkele glossy foto's van de SP-coryfee. Laat die bijlage nou net verschijnen in het weekend waarin vrouwen hun dag vierden. Die gelegenheid werd aangegrepen door Anja Meulenbelt en consorten om de visuele kant van dat interview te hekelen. Maar over de tekst geen woord. Dat de Volkskrant Agnes Kant had laten interviewen door Cornald Maas, haar eigen eigentijdse Henk van der Meyden, en dat het interview qua diepgang kon ijveren met Story, dat werd niet eens opgemerkt. Een plaatje, daar kun je gemakkelijk in een oogopslag een oordeel over vellen, maar een tekst, die moet je lezen om te achterhalen dat die niet meer behelst dan een gezellige babbel met een Bekende Nederlander. En van Bekende Nederlanders, daar lusten de Henk van der Meydens, eigentijds of niet, wel pap van.

Moet ik nu hieruit concluderen dat niet wie schrijft, maar wie plaatjes maakt, die blijft? Dat denk ik niet. Dat hangt af van de kwaliteit van het geleverde werk. In het hier gememoreerde geval van Agnes Kant behelsde de tekst niet meer dan wat praatjes bij die plaatjes. Maar het kan gelukkig ook heel anders. Zoals afgelopen zaterdag in deze krant. In de bijlage Opinie & Debat. Die bijlage opende met een essay van Cyrille Offermans. Wat mij betreft het beste dat in jaren over de inhoud van het onderwijs is geschreven. Offermans beargumenteerde daarin het belang van een doelstelling waar in het onderwijsbeleid al lang geen plaats meer voor is ingeruimd: het belang van eruditie. Het is niet eenvoudig dat belang te verwoorden. Dat weet ik als geen ander, want ik heb dat zelf ettelijke keren geprobeerd, maar ben er nooit in geslaagd dat zo overtuigend te doen als Offermans dat heeft gedaan. Zo heb ik er verschillende keren op gewezen dat veel jongere leraren als gevolg van een gebrekkige opleiding daar niet meer toe in staat zijn. Of dat het vreemd is dat kranten overvloedig aandacht besteden aan literatuur, kunst en cultuur, terwijl we jongeren opleiden op een wijze die hun de toegang tot die gebieden haast onmogelijk maakt.

De generatiekloof die in de jaren zestig en zeventig werd uitgevochten had te maken met verschillen in `nommenwade' om met Balkenende te spreken. Die kloof die leidde tot diepgaande conflicten tussen ouders en kinderen, en tussen jongeren en autoriteiten, is inmiddels al lang gedicht. Niet in de laatste plaats doordat die jongeren ouder en wijzer zijn geworden. De huidige generatiekloof daarentegen is dan wel niet zo spectaculair, maar is in feite veel ernstiger, want de gevolgen ervan hebben een definitief karakter. De huidige generatiekloof is namelijk een gevolg van het feit dat oudere generaties er al jaren geleden mee zijn opgehouden om de cultuur die henzelf heeft gevormd over te dragen op de jongeren. En omdat die jongeren inmiddels tot de verantwoordelijke ouderen zijn gaan behoren, zijn ze daar ook niet meer toe in staat. Dat geldt voor de ouders en dat geldt ook in toenemende mate voor de leraren.

Beleidsmakers, inspecteurs, directeuren en bestuurders kom nou asjeblieft niet aan met het verhaal dat het onderwijs wel acutere problemen kent dan het gebrek aan eruditie. Lees eerst maar eens dat artikel.

prick@nrc.nl