Chez Popoff

De Boekenweek staat in het teken van `Gare du Nord’. Dichter Rien Vroegindeweij kwam dertig jaar geleden op een ander station in Parijs aan. Hij sliep onder een brug en maakte daar met iemand kennis.

Op mijn eerste reis naar Parijs kwam ik niet aan op Gare du Nord, waar de meeste Bataven uit de duisternis van de naoorlogse tijden in de lichtstad arriveerden, maar op Gare de l’Est. Dat kwam zo. De tante van een schoolvriend was getrouwd met een Waal. Ze woonden in Dinant. Toen zij bij zijn ouders op bezoek waren en weer teruggingen, mochten wij mee. Ze hadden een Fiat 500, dus veel ruimte was er niet. Voor wie zo’n voertuig nooit gezien heeft, dat was een soort eierdop op wielen. Maar als je veertien bent en op je eerste buitenlandse reis gaat, wil je nog wel op een houten bankje en met de bagage tussen de knieën de wereld rond.

Eenmaal in Dinant zouden we naar Parijs gaan. Hoe we op dat idee kwamen weet ik niet meer. Misschien omdat mijn vriend had verteld dat die oom en tante heel saai waren en dat er in Dinant weinig te beleven viel. Misschien ook omdat het gewoon in de lucht hing, Parijs, de mooiste stad van de wereld. Daar moest je heen. Het toeval wilde dat bij mij in de straat een chauffeur woonde die voor de firma Goedegebuure uit Rotterdam met een vleeswagen op Parijs reed. We spraken af dat we op die en die datum met hem mee terug zouden rijden.

Na een paar dagen bij de oom en tante te hebben gelogeerd, vertrokken we naar Parijs. In de flipperkast van het geheugen stoot de bal tegen Givet, troosteloze fabrieksstad, waar we op de trein stapten. Maar verder herinner ik me er niet veel meer van, behalve dat we met onze legershelter op de camping in het Bois de Boulogne stonden en dat we in het abattoir van Port de la Villette op de afgesproken datum op zoek gingen naar die vleeswagenchauffeur. Die was nergens te bekennen. Dus moesten we terug gaan liften.

Die eerste reis naar Parijs is als het ware verdrongen door de vele latere verblijven aldaar. Langzamerhand leerde je de stad een beetje kennen.

In 1964 liftte ik met mijn vriend Robert Loesberg naar Parijs, op weg naar het Zuiden. In de Rue de la Huchette, de Quartier Latin, was een klein cafeetje, Chez Popoff genaamd, waar je net zolang met een kop koffie kon zitten als je wilde. En bovendien had de sympathieke eigenaar, de oude Rus Popoff, achter in de zaak een ruimte waar je je bagage kon achterlaten. Dat was gemakkelijk, want wij sliepen onder de bruggen, dat wil zeggen, onder één brug tegelijk natuurlijk.

In Chez Popoff kwamen veel Rotterdammers, figuren uit wat later de sien is gaan heten. Op een gegeven moment liepen we een Rotterdams meisje tegen het lijf dat we kenden. Ze was haar toenmalige vriend achterna gereisd. Maar die kon ze niet vinden. Ze wist niet waar ze moest slapen, dus sliep ze tussen ons in onder een brug, bij de tientallen andere lifters die daar lagen. Wij gingen de volgende dag verder naar het Zuiden, zij met de trein terug naar Rotterdam.

Jaren verstreken. Parijs raakte bij wijze van spreken een beetje uit het zicht. Vriend Loesberg trouwens ook. Hij was in Den Haag gaan wonen, met de beste vriendin van het meisje dat bij ons in onder de brug had geslapen. In de jaren zeventig raakte hij enigszins bekend met een boek, waarin hij onder andere onze liftreis door Frankrijk en Zwitserland heeft beschreven. Ik zag hem toen een keer in een televisieprogramma, waarin hij de interviewster afsnauwde. Hij droeg nu een driedelig pak en praatte heel bekakt, wat voor een geboren Crooswijker erg raar klonk. In 1976 kwam zijn vriendin om bij een treinongeluk in de buurt van Schiedam. Hij raakte aan de drank en de eenzaamheid. In december 1990 werd hij levenloos in zijn huis aangetroffen en constateerde de dokter dat hij al tien dagen dood was.

Erg tragisch allemaal. Maar om dit verhaal toch nog een romantisch einde te geven, want het gaat tenslotte over Parijs, stad van o lala en l’amour: met dat Rotterdamse meisje, dat we toen in de grote stad Parijs voor één nacht onder onze hoede hadden genomen, ben ik nu al bijna dertig getrouwd.