Bevrijd, eindelijk bevrijd

De geschorste Mateja Kezman is morgen de grote afwezige bij PSV-Feyenoord. De 24-jarige Serviër is topscorer in de eredivisie. En na twee jaar `droogstaan' scoort hij ook weer in Europa. ,,Ik heb naam gemaakt in de Nederlandse voetbalhistorie.''

Buiten dwarrelen sneeuwvlokken over de Herdgang, het bosrijke trainingscomplex van PSV. Binnen droomt Mateja Kezman van een buitenlands voetbalavontuur, bij voorkeur in het zonnige zuiden van Europa. Daarom leert hij zijn tweejarig zoontje alleen Servisch, geen Nederlands. Tweetalig opvoeden vindt hij verspilde moeite. Hij leest zelf Nederlandse kranten en kijkt naar sportprogramma's. Hij is gewend aan kou en regen, maar een Hollandse hap krijgt hij na vier jaar nog altijd niet door zijn keel. ,,Zoet en zout bij elkaar, zoals vlees en appelmoes, dat is helemaal niks'', zegt hij in goed verstaanbaar Nederlands.

Zich aanpassen aan zijn verblijfplaats doet hij liever in het veld of in de kleedkamer. Hij leerde van trainer Hiddink, de opvolger van zijn plaaggeest Gerets, de krachten beter te verdelen. ,,Ik speelde onder Gerets als een kip zonder kop. Ik stond ook vaak reserve. Hiddink laat me altijd spelen. Ik hoef van hem alleen in de `zestien' scherp te zijn. Hij stuurt me weg van het middenveld. Hij heeft me ook gewezen op dingen buiten het veld. Ik was vroeger een wilde Servische jongen. Hiddink vond het beter dat ik niet meer met mijn duimen naar mijn naam op mijn shirt wees. In Servië vonden ze dat mooi, hier arrogant. Dus ben ik ermee gestopt.''

Van doelman Waterreus leerde hij kritiek te incasseren. ,,In Nederland kun je alles zeggen wat je wilt. Mensen accepteren dat van elkaar. Bij ons leidt dat tot vechtpartijen. Daar komt kritiek hard aan. In het begin begreep ik niet waarom Waterreus altijd tegen me schreeuwde. Ik dacht dat hij iets persoonlijks tegen me had. Nu begrijp ik dat hij tegen iedereen zo doet. Hij is een Nederlander, ik ben een buitenlander. En ik moet me hier aanpassen, niet andersom.''

Kezman woont in Nuenen met vrouw en kinderen. Hij heeft daar ook veel vrienden en kennissen. Hij zegt zich thuis te voelen in het Brabantse land, hoewel de heimwee naar zijn geboortestad Belgrado op de loer ligt. ,,Nederland is zeker mijn tweede thuis. Ik zal hier altijd terugkomen op vakantie. Ik heb hier alles wat ik wil. In het begin had ik moeite met de communicatie. Ik had ook problemen buiten het veld. Ik riep te hard dat ik naar Italië wilde. In mijn land is het normaal hardop te dromen. In Nederland niet. Daarom zal ik dat niet meer roepen. Ik ben slim genoeg om jullie gewoonten over te nemen. Ik neem de goede dingen van Nederland over en de goede dingen van Servië.''

Kezman had in 2000 de ondankbare taak de geblesseerde en later naar Manchester vertrokken Van Nistelrooy te doen vergeten bij PSV. Hij werd sceptisch ontvangen. Zijn techniek was minder gepolijst dan die van zijn voorgangers Romario, Ronaldo en Van Nistelrooy. Hij nam genoegen met frommeldoelpunten. Maar zijn inzet sprak tot de verbeelding. ,,De laatste twee jaar is er veel respect voor de voetballer Kezman'', wijst hij op zijn erelijst bij PSV. ,,Ik heb hier alles gewonnen. Ik ben kampioen geweest. Ik ben topscorer geworden. Ik heb de `Gouden Schoen' gewonnen. Ik ben de buitenlander met de meeste treffers in één seizoen. Ik heb naam gemaakt in de voetbalhistorie van Nederland. Ik heb meer gescoord dan Romario en Ronaldo. Ik hoor daarom in hetzelfde rijtje als zij.''

Hij lonkte eerst naar een Europese topclub, maar door de stagnerende voetbalmarkt én door zijn haperende doelpuntenmachine in Europese bekerwedstrijden neemt hij nu ook genoegen met een buitenlandse subtopper. Afgelopen zomer ketste een transfer naar FC Barcelona om financiële redenen af. ,,Het ging om geld en mijn paspoort. Servië is helaas geen EU-land. Jammer voor mij en jammer voor Barcelona. Ik zou daar wel passen. Ik heb nu geen tijd meer om te wachten op Barcelona. Ik weet dat PSV vier jaar geleden veertien miljoen euro voor mij heeft betaald, maar het is nu een andere tijd. De prijs moet naar beneden. Ik moet zelf ook met minder genoegen nemen. Dan kan ik via een kleinere club later nog een grote stap maken'', weet de speler die in de zomer van 2005 transfervrij is.

Kezman scoorde in de eredivisie aan de lopende band, op de Europese velden stond hij meer dan twee jaar `droog'. Eind vorige maand scoorde hij voor de UEFA Cup tegen Perugia twee keer en hielp hij PSV een ronde verder. ,,Ik heb tegen Perugia een barrière gebroken'', zegt hij na een doordeweekse ochtendtraining, waarin hij een zelfbewuste indruk maakt. Hij is tijdens het gesprek ontspannen en zegt zich bevrijd te voelen. ,,Het was gewoon pech dat ik niet scoorde, maar als ze je in elk interview vragen naar het `waarom' wordt het mentaal moeilijk. Ik was ook niet altijd aardig tegen mijn vrouw. Nu voel ik me thuis ook beter. Ik ben iemand met veel emoties, maar als het publiek mijn moeder een hoer noemt, blijf ik juist heel rustig. Dat uitschelden heeft ook voordelen. Ik word sneller wakker op het veld. Soms is het moeilijk motivatie te vinden, voor een uitwedstrijd tegen FC Zwolle bijvoorbeeld, als er tweeduizend mensen op de tribune zitten. Zeker als je net voor zestigduizend mensen tegen Manchester United hebt gespeeld.''

Kezman is vaak het slachtoffer van spreekkoren. Hij kan er bijna om lachen, want in Belgrado is de sfeer tijdens de stadsderby's tussen Rode Ster en Partizan veel grimmiger. Hij voetbalde als tiener voor Partizan. ,,Als ik in het stadion van Rode Ster speelde, gebeurde er van alles. Toch heb ik een paar vrienden die voor Rode Ster zijn. Als Partizan nu verliest, doe ik nog steeds mijn telefoon uit. Ik was zo populair bij Partizan, omdat ik in een paar jaar vijf keer heb gescoord tegen Rode Ster. Ik ben vanaf mijn vierde supporter van Partizan geweest. In mijn eerste seizoen zat ik op de bank tegen Rode Ster. Het stond 1-1, toen ik mocht invallen en de winnende goal in de laatste minuut maakte. Wat er daarna gebeurde, is een zwart blok in mijn geheugen. Dat doelpunt was het mooiste moment in mijn loopbaan. Toen is mijn carrière begonnen.''

De warme, verhitte mentaliteit in Servië heeft Kezman gevormd als mens en als voetballer. ,,Soms moest ik in mijn tijd bij Partizan vluchten voor de supporters. Nu hebben ze nieuwe idolen en laten ze mij meer met rust. Maar als ik met het Servische elftal in het stadion van Rode Ster speel, word ik nog steeds uitgescholden voor `flikker'. Ook al maak ik bijvoorbeeld drie goals tegen Italië. Daarom begrijp ik wel wat er in Nederland in de stadions gebeurt. Ik vind het alleen niet bij jullie cultuur passen. Nederland is een rustig land, waar alle kinderen een toekomst hebben. Ik ben al sinds mijn zestiende uit huis. Sindsdien heb ik moeten leren vechten voor mijn toekomst. In Servië weet je als kind niet of je later een baan krijgt. Ik zat op een technische school. Na twee jaar moest ik stoppen. Ik deed iets met auto's repareren. Allemaal vergeten. Alles stond in het teken van voetbal.''

Zijn hart ligt in de hoofdstad van Servië. ,,Ik wil later zeker terug naar Belgrado. Mijn vrienden en familie wonen daar. Het was daarom heel pijnlijk, toen ik een poosje niet meer voor mijn land speelde. Ik kreeg ruzie met de bondscoach. Ik was de enige die iets tegen hem durfde te zeggen. We hadden net vier wedstrijden verloren en de trainingskampen deugden niet. Iedereen deed wat hij wilde. De oudere jongens gingen vaak op stap en kwamen pas 's nachts weer terug. Ze hadden dan vaak gedronken. Het schip ging niet de goede kant op. Gelukkig heeft mijn kritiek geholpen. De coach is weg. En ik heb veel steun van de supporters gekregen. Nu speel ik weer met plezier voor Servië. Jammer dat we ons net niet hebben kunnen plaatsen voor het EK. Ik heb ook nog geen WK gespeeld. En het EK in 2000 duurde door die rode kaart tegen Noorwegen maar twintig minuten.''

Vorig najaar was Kezman bijna het slachtoffer van een ontvoering, die door de politie werd verijdeld. Hij reageerde opvallend nuchter op alle commotie en praat een half jaar later alsof er weinig gebeurd is. ,,Hiddink kreeg in die tijd een kogelbrief, maar dat is toch anders. Ik ben die ontvoering bijna vergeten. Het ging puur om geld. Gek dat ze mij uitzochten, want ik ben niet zo rijk. Bodyguards zijn helaas normaal in dit leven. Het is een gekke wereld met veel criminelen. Ik ben nu wakkerder op straat. In Belgrado heb ik nooit problemen gehad. De maffia is daar niet meer zo aanwezig als drie, vier jaar geleden.''

Voetbal en oorlog zijn in het leven van Kezman ook met elkaar verbonden. Hij speelde nog voor Partizan toen NAVO-bombardementen het centrum van Belgrado in puin sloegen. Een paar jaar later verbleef hij op de dag van de aanslagen in New York en Washington met de PSV-selectie in Nantes. Hij kreeg het toen aan de stok met sommige medespelers, omdat hij geen sterk onderscheid wenste te maken tussen de Amerikaanse slachtoffers van 11 september en de Servische doden door de NAVO-bombardementen. `Nu weten de Amerikanen ook hoe het voelt om aangevallen te worden', luidde de strekking van zijn betoog. Kezman wordt niet graag herinnerd aan die discussie. Hij formuleert voorzichtig. ,,Ik vond het heel erg jammer voor die Amerikanen die het slachtoffer waren van de aanslagen. Mijn opmerking was gericht tegen de Amerikaanse politiek, niet tegen de Amerikaanse mensen. Maar ik vind Amerika geen mooi land. Ik heb niks met hun mentaliteit. Ik hoef daar niet te wonen. En ik hoef daar ook niet op vakantie.''

De herinneringen aan de schuilkelders in Belgrado zijn nog vers. ,,We zaten met z'n allen onder de grond en hoorden steeds sirenes. Er was paniek. Maar het was ook een mooie tijd. Ik had eindelijk tijd voor mijn vrienden. Daarvoor was ik altijd weg. Tijdens de bombardementen was het elke nacht feest. We hebben heel veel gelachen in die tijd, hoewel het niet fijn was wat de Amerikanen ons aandeden. Verder praat ik niet over politiek. Ik wil alleen denken aan de toekomst, aan de mensen in Servië. Ik koop via een organisatie kleren, eten en medicijnen voor de mensen. We zijn op de goede weg. De criminaliteit wordt minder. Over een paar jaar is het goed voor mij om in Belgrado te wonen.''

Tot die tijd zal Mateja Kezman blijven bidden voor een beter leven. ,,God kan me wel helpen, maar hij kon de bal tegen Perugia niet in het net schieten. Dat moest ik zelf doen. Ik ben Grieks-orthodox opgevoed. Ik ga één keer per week naar Dortmund. Dat is een uur rijden van huis. In de kerk krijg ik een bijzonder gevoel. De laatste jaren ben ik een andere, betere man geworden. Ik heb rust. Door de kerk doe ik geen gekke dingen meer zoals vroeger. God steunt mij ook in moeilijke tijden.''