Belangrijker dan het leven zelf

Vandaag krijgt politica Ingrid Betancourt de Geuzenpenning voor haar strijd voor een vreedzaam Colombia. Omdat ze wordt gegijzeld, nemen haar moeder en dochter de prijs in ontvangst.

De achttienjarige Mélanie lijkt sprekend op haar moeder. Ze spreekt op eenzelfde zachte, maar intense manier. Af en toe lijken tranen op te wellen en zoekt ze naar woorden. Dan is ze weer strijdbaar: ,,Als ik zie hoe Colombia lijdt, dan breekt mijn hart.''

Zo had ook haar moeder Ingrid Betancourt het kunnen verwoorden, de Colombiaanse senator die in februari 2002 tijdens haar verkiezingscampagne voor het presidentschap werd ontvoerd door de guerrillabeweging FARC. Ingrid krijgt vandaag voor haar strijd voor een vreedzaam en democratisch Colombia de jaarlijkse Geuzenpenning van de Stichting Geuzenverzet 1940-1945. Omdat ze nog steeds wordt gegijzeld, reikt prinses Máxima de penning uit aan Mélanie en Ingrids moeder Yolanda Pulecio.

De nu 43-jarige Ingrid ijverde als geen ander tegen de drugshandel en corruptie in Colombia. Ze protesteerde tegen het geweld in haar land, waardoor jaarlijks ruim 3.500 doden vallen, en hoopte door onderhandelingen met guerrillagroeperingen en paramilitairen vrede te bewerkstellingen.

In 2002 probeerde Ingrid met die boodschap president te worden. Tijdens haar campagne schuwde ze de gebieden waar de guerrillabeweging FARC actief was niet. Op 23 februari werd ze door de FARC ontvoerd. Ze wist dat het gevaarlijk was, zegt Yolanda, een voormalig schoonheidskoningin en eveneens politica. ,,Maar ze zei `mama, die mensen hebben voor me gekozen en ik heb hen beloofd hen bij te staan, in voor- en tegenspoed. Ik moet dit doen'.''

Ze verwachtte geen tegenwerking te krijgen van de guerrillastrijders, vertelt Yolanda. Ingrid had FARC-commandant Alfonso Cano immers half februari nog voorgehouden dat ze streden voor hetzelfde: ,,Toen u besloot de bergen in te trekken om te vechten (..) was dat niet om te doden, om licht en water af te sluiten bij het volk, maar om te strijden voor een betere maatschappij.'' ,,Het is makkelijker om een consensus voor oorlog te vinden, dan voor vrede. Vrede vraagt van uw kant van een gebaar: no mas secuestras - geen ontvoeringen meer.''

Ingrid was zich bewust van de gevaren die haar strijd tegen corruptie en voor een democratisch Colombia met zich meebracht. Ze ontving bedreigingen, haar auto werd beschoten en in 1996 besloot ze – nadat haar verteld was dat een huurmoordenaar was ingehuurd om haar te doden – haar kinderen het land uit te sturen. Mélanie en haar broertje Lorenzo wonen sindsdien bij hun vader Fabrice van wie Ingrid in 1990 scheidde.

,,Ik deins niet terug'', zegt Ingrid in haar autobiografie Woede in het Hart. En in een interview vlak voor haar ontvoering: ,,Ik denk dat welk offer ik ook moet maken om te vechten voor waar ik in geloof het beste is dat ik mijn kinderen kan nalaten. Ze moeten leven met het voorbeeld van een moeder die heeft gevochten zodat zij kunnen terugkeren naar een vrij land, vrij van geweld, vrij van corruptie, van drugs. Dat is wat ik doe.''

Ze had een ander leven kunnen kiezen, zegt moeder Yolanda aan de vooravond van de uitreiking van de Geuzenpenning. Ingrid groeide op in Parijs waar haar vader, oud-minister van Onderwijs, de Colombiaanse ambassadeur bij Unesco was. Met Fabrice, een Franse diplomaat woonde ze in verschillende landen, maar ,,al het geluk in de wereld lijkt me onbeduidend vergeleken bij wat zich afspeelt in Colombia'', zo schreef ze in haar autobiografie. Daarbij zei haar vader haar dat ,,al die mogelijkheden waarvan je hebt kunnen profiteren, maken dat je Colombia veel verschuldigd bent.''

In 1990 stortte ze zich in de Colombiaanse politiek, en belandde uiteindelijk in het Congres om te strijden tegen het ,,geheime verbond tussen politici en de drugsmaffia''. Openlijk beschuldigde ze president Ernesto Samper (1994-1998) van het aannemen van drugsgeld, en pleitte ze voor eerlijke verkiezingen waarbij stemmen niet kunnen worden gekocht.

De familie staat nog altijd achter Ingrids strijd én achter haar beslissing naar FARC-gebied af te reizen. ,,Sommige zaken zijn nu eenmaal belangrijker dan het leven zelf'', zegt Mélanie, terwijl haar grootmoeder haar hand op haar kleindochters arm legt, ter steun. ,,Als mama terug is, hoop ik dat ik haar kan helpen.''

In Colombia bestaat minder sympathie. Ingrid zou, in een land waar regelmatig mensen worden gegijzeld, roekeloos zijn geweest. De dag na Ingrids ontvoering zei toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Estrada ,,alle presidentskandidaten te hebben gewaarschuwd dat het onverstandig was af te reizen naar FARC-gebied''.

Ook wezen de kiezers Ingrids voorstel om te onderhandelen met de gewapende groepen af. Ze kreeg slechts 1 procent van de stemmen. Meer dan 50 procent van de Colombianen koos voor Álvaro Uribe die pleitte voor een verharding van de strijd tegen de terreur. Uribe, wiens vader werd vermoord door guerrillastrijders, wil niet onderhandelen met groepen die niet ontwapenen. Met de paramilitairen, die in 2002 een eenzijdige wapenstilstand afkondigden, wordt onderhandeld. De FARC weigert ontwapening en met hen wordt derhalve ook niet overlegd.

Yolanda balt haar vuisten als ze spreekt over president Uribe. Eerst voorzichtig, maar dan steeds feller beschuldigt ze hem van ,,onverschilligheid''. Niet onderhandelen met de FARC betekent volgens haar dat de naar schatting drieduizend mensen die op dit moment worden gegijzeld, aan hun lot worden overgelaten.

In een van de twee videoboodschappen die haar familie ontving, zegt Ingrid zelf ook strijdbaar: ,,Hoe leg je uit dat we de afgelopen vijf jaar politici, militairen en agenten hebben laten rotten in de jungle, zoals ze ons hier laten rotten, en zonder dat de regering een oplossing zoekt. Dit zeg ik niet omdat ik ben ontvoerd. (..) Het is ons duidelijk gemaakt dat de enige oplossing is dat tijd verstrijkt, net alsof een mensenleven niet telt.''

De FARC vraagt in ruil voor vrijlating van de gegijzelden de vrijlating van 200 gevangenen. ,,Ik vraag niet om mij of anderen te ruilen. Dat is een beslissing van de regering (..) en die kan en mag daartoe niet worden gechanteerd'', zei Ingrid in de video. Ze blijft een principieel tegenstander van ,,koehandel'', net als president Uribe.

De afgelopen twee jaar wist de familie via een priester contact te leggen met de FARC-leiding, tot dusver zonder succes. De familie weigert toestemming te geven voor een militaire operatie om Ingrid te bevrijden. Yolanda: ,,Dat staat gelijk aan Ingrids dood.''

De tweede man van de FARC, Raul Reyes, zei deze week dat Ingrid ,,levend en wel'' is. Bewijzen wilde hij niet geven.