Als iets integratie in de weg staat is het wel artikel 23

Het CDA kwam deze week met een rapport over integratie (NRC Handelsblad, 9 maart). In het rapport wordt aangegeven dat onderwijs hierbij een sleutelrol heeft. De minister van Onderwijs Van der Hoeven (CDA) wil een nieuw vak invoeren in het onderwijs, te weten burgerschap. Het is volgens haar van het grootste belang dat kinderen op jonge leeftijd sociaal en respectvol met elkaar omgaan, naar elkaar luisteren en samenwerken. Zo raken ze vertrouwd met elkaars levensbeschouwing, cultuur en democratie in Nederland, aldus de minister. Dit zijn uitstekende doelen om na te streven. En ze worden het beste in praktijk gebracht als kinderen van verschillende achtergronden met elkaar in de klas zitten. Een pluriforme school bereidt het beste voor op een samenleving met allemaal verschillende mensen. Maar dat zie ik waarschijnlijk helemaal verkeerd.

De minister hamerde namelijk ook op de vrijheid van onderwijs. En vervolgens kwam ze op voor het recht van ouders om islamitische scholen te stichten. Als iets de integratie in de weg staat, dan is het wel artikel 23 van de Grondwet. Aparte scholen voor allerlei levensbeschouwelijke stromingen, uitgaande van welke godsdienst dan ook, dragen namelijk absoluut niet bij aan de gewenste integratie.

Het opsluiten van kinderen in een eigen zuil versterkt het groepsdenken en draagt niet bij aan begrip en respect jegens andersdenkenden. En dat is toch wat we onder burgerschap moeten verstaan? Confessioneel onderwijs kan selectief leerlingen en leerkrachten weigeren en doet dat op heel veel plaatsen ook. Het lijkt erop dat het CDA het verwaterde christelijke onderwijs wil redden door een nieuwe zuil mee te helpen oprichten. Dat dit ten koste gaat van daadwerkelijke integratie, maakt het CDA niet uit. Het is dus pure machtspolitiek.