Aarlanderveen - Oud-Reeuwijk

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in Zuid-Holland.

De bomen spelen verstoppertje in de nevel, de molens doen spookje en de zon vermomt zich als een schijfje maan. We hebben Aarlanderveen verlaten via een buitenwijk (ondiepe kijk-erdoorheen-huizen) met een manshoge Goofy in een voortuin en de mogelijkheid tot aanschaffen van kaarten voor een `Tentfeest met Harry Slinger en Peter Koelewijn'.

De neerslag, een zware vorm van regen, iets tussen druppels, vlokken en hagelslag in, verdwijnt. Een dunne mist handhaaft zich en maakt het weidelandschap mooi. Een schapenboer groet met kort geheven hand van tussen zijn beesten, onzichtbare kieviten beweren luidkeels dat het helemaal niet zo koud is als je denkt. Ik laat mijn kouwelijk opgetrokken schouders zakken, strek mijn hals uit mijn sjaal, geniet van lange passen en geef ze gelijk.

De route voert over smalle asfaltwegen waar af en toe opzij gestapt moet worden voor een tractor en soms voor een auto. Nu en dan wordt er over blubberige grasdijken geglibberd, dwars door het grasland, met water aan alle kanten. Recht water: sloten en slootjes en een enkele bredere vaart, met draadgazen muskusrattenvallen. Stukjes appel als lokaas. Krenterig kleine stukjes. De appel is bruin uitgeslagen, in de kooien dobberen geen lijken in bontjassen. Gelukkig.

Een reiger staat met zijn rug naar een sloot. Man legt hem uit dat hij de verkeerde kant uitkijkt. De reiger luistert niet naar rede.

We lopen dicht langs de molens. Mooie gevaartes, zo bedacht van vorm en toch zo vanzelfsprekend dat ze even natuurlijk ogen als een boom. Elke molenaar is ook een hobbyist. Zo iemand zit in een prachtmonument maar toch kan hij het niet laten: in zijn voortuin knutselt hij minstens één klein schaalmodel, meestal een kopie van een andere molen.

Aan de Oude Rijn wordt gevist door kalme kerels onder grote paraplu's, steeds op gelijke, ruime afstand van elkaar. Ze zitten content, het lijkt niet de bedoeling om iets te vangen. Een van de vissers heeft vroeger veel gewandeld, enorme afstanden per dag, `maar nu doe ik vissen'.

In en om Zwammerdam moet er een parcours wandelcorvee worden doorstaan, niksige straten, onder een autoweg-in-aanbouw door en dan langs de eindeloze berm van een saaie weg.

Achter het spoor, op de Dammekade, komt alles goed. Tussen knotwilgen, laag bij de grondse bochelaars, en elzen, hoge kale juffers behangen met juweeltjes, door voert de dijk over uitgestrekt open land. Het baddert in nat, vol, zwaar licht van een zon die zich achter de wolken verschanst maar het niet kan laten stralen te strooien.

We zijn niet de enige wandelaars op deze dijk, er kuiert hier ook een kippenfamilie. Van deftige komaf: een egaal zwarte haan met drie verfijnde, goudbruine vrouwen met groene glansveren op cruciale welvingen. Geen boerderij in zicht, ze zijn van zichzelf.

15 km. Kaarten 11, 12, 13 uit: Pelgrimspad 1- Door het groene hart. Uitg. Wandelplatform-LAW, Amersfoort 2001. Openbaar vervoer voldoet niet. Tel. regiotaxi (minimaal 1 uur van te voren reserveren): 0800 022 0900.