Het nieuws van 13 maart 2004

Allochtonen worden niet behandeld als barbaren

Sjoerd de Jong lanceert een woedend betoog aan het adres van de VVD omtrent haar integratievisie en de houding van de Nederlandse samenleving tegenover allochtonen in het algemeen (NRC Handelsblad, 2 maart). Allochtonen zouden worden behandeld als barbaren die moeten worden bevrijd uit de ketenen van hun eigen cultuur en worden ten onrechte gedwongen tot assimilatie.

Wat ik mis in de Jongs strijdrede is de stem van de migrant. Deze is weliswaar object van zijn aandacht, maar lijkt in zijn denktrant niet als handelend en denkend individu aanwezig. Als dat wél zo was, zou hij er zich namelijk rekenschap van geven dat veel traditionele, niet-westerse migranten de autochtone Nederlandse bevolking evenzeer als barbaren beschouwen die beschaving nodig hebben als de liberalen niet-westerse migranten in zijn ogen zien. Hij zou weten dat veel `oudkomers' niet echt verbaasd zijn over het huidige normen- en waardenoffensief, maar wél over het feit dat dit zolang uitbleef en dat normen en waarden in Nederlandse samenleving jarenlang ongrijpbaar waren. Hij zou niet over het hoofd zien dat de meeste bewoners van `allochtonenwijken' in de grote Nederlandse steden vóór een spreidingsbeleid zijn, zoals bleek uit een onderzoek door de SP. En hij zou meer oor hebben voor de klacht van een groeiend aantal jonge, zelfbewuste, in Nederland opgegroeide moslima's én van vooruitstrevende moslims als Haci Karacaer, dat de huwelijksmigratie hun emancipatie ondermijnt.

Kamerleden niet gekozen om maar hun gang te gaan

De beoogde herziening van het kiesstelsel heeft onder meer als doel de burger meer bij de politiek te betrekken. Het omgekeerde, de politicus meer bij de burger te betrekken, wordt minder naar voren gebracht. Ik stel daarom het volgende voor. Zetels in vertegenwoordigende organen worden bezet, evenredig met de opkomst bij de verkiezingen;

70 procent opkomst bij de verkiezing van de leden voor de Tweede Kamer,

betekent honderdvijf bezette zetels.

Kennelijk vindt in dat geval 70 procent van de bevolking dat er geen kandidaat is die hen kan vertegenwoordigen. Met recht dus evenredige vertegenwoordiging. Dit moet er toe leiden dat kandidaten zich meer inspannen. Zij moeten duidelijk maken dat zij echt volksvertegenwoordigers willen zijn.

In de tweede plaats moeten gekozen volksvertegenwoordigers doen waarvoor zij gekozen zijn: het volk vertegenwoordigen in het orgaan waarin zij gekozen zijn. Een kandidaat die gekozen is, zou het voor de duur van de zittingstermijn verboden moeten zijn een andere functie te aanvaarden. Dit schept vertrouwen, want de kandidaten kunnen hun gekozen positie niet als opstapje naar een andere functie gebruiken, zij stellen zich echt kandidaat als volksvertegenwoordiger. En het schept duale duidelijkheid, de bestuurders maken geen deel meer uit van de gemeenschap die ze controleert.

In de derde plaats moeten volksvertegenwoordigers af van hun geliefde `mandaat'. Ze worden niet gekozen om hun gang te gaan en na vier jaar `afgerekend' te worden. Ze worden gekozen om doorlopend hun kiezer te vertegenwoordigen.

Ik ben een borderliner

Ik schrijf u naar aanleiding van het artikel over depressieve jongeren (Z, 21 februari). Ik ben geen jongere meer, maar ik herken erg veel in het artikel. Ik ben een borderliner. Vorig jaar achtergekomen na een jarenlang gevecht met mezelf. Ik ben in therapie gegaan. Een trainingsprogramma om te leren om gaan met borderline. Ik heb het vorige week met succes afgerond.

Wat ik herken is de angst om te stoppen, te moeten stoppen. Het weer vervallen in oude patronen, zoals Heleen, om maar te mogen blijven. Want het alleen doen kan je nog niet aan. Je voelt je nog steeds zoals daarvoor. Nog steeds klote, een buitenbeentje, nog steeds moeilijk, nog steeds niet normaal. De dingen van vroeger doen nog steeds pijn. In het begin riep ik hard dat ik wist dat therapie niet het wondermiddel was. Maar gaandeweg. toen het lekker liep en de therapie aansloeg, vergat ik dat.

Achteraf kijkend dacht ik dat al mijn problemen opgelost zouden zijn aan het einde van het jaar. Dat ik mooi en schoon aan een nieuw leven kon beginnen.

Sinds deze week weet ik dat therapie er eigenlijk alleen maar voor zorgt dat je beter met je problemen kan omgaan. Ik begin dit ook te beseffen (want weten en voelen zijn twee verschillende dingen). Ik vind dat therapeuten dit feit moeten blijven benadrukken. De pijn die je voelt gaat niet weg. Je stapt er iets makkelijker overheen. Het verzwelgt je niet meer.

Ik sta dus ongeveer halverwege mijn leven dat ik op een andere manier moet benaderen, analyseren en beleven. En dat is op dit moment nog even moeilijk, maar als ik mijn leven hiervoor heb overleefd, kan ik dit ook aan. Ik heb genoeg gereedschap in mijn rugzak.

Open brief aan Bas Heijne

Het is, zoals zoveel hedendaagse plagen, begonnen met Pim Fortuyn. Die schreef ruim tien jaar geleden, toen hij zich nog in de uiterste marge van het Hollandse politieke bestel bevond, het briefpamflet ,,Aan het Volk van Nederland', in letterlijke navolging van de achttiende-eeuwse patriottenleider Johan Derk van der Capellen tot den Pol. Sindsdien is het hek van de dam: je kunt geen krant of tijdschrift openslaan of er staat wel een open brief in – gericht aan een hoogwaardigheidsbekleder, een spraakmakende persoonlijkheid, een bevolkingsgroep, of we doen het niet voor minder, het hele Nederlandse volk. Vooral Trouw heeft er een specialiteit van gemaakt; die krant komt iedere week wel met een open brief of met een aanverwante klaroenstoot in de vorm van een openbare aanbeveling, een pamflet of manifest. Redacteur Jaffe Vink publiceerde enkele jaren geleden een brief aan zijn zeventienjarige dochter, waarin hij haar en ons de onomkeerbare ondergang van het avondland voorschotelde; de pathetische paniekzaaier Sylvain Ephimenco gooide er na de moord op Fortuyn een dreigende open brief aan alle moslims van Nederland tegen aan, waarop die moslims voor zover ik weet nooit geantwoord hebben. Vorige week was het Ayaan Hirsi Ali die in diezelfde krant een open brief aan Job Cohen verzond, waarin ze hem persoonlijk kapittelde vanwege zijn sussende optreden jegens de Amsterdamse moslims en hun totalitaire godsdienst; in zijn gezicht zouden ze niks onvertogens zeggen, maar achter zijn rug zouden ze hem vast en zeker voor vuile jood uitmaken. In Vrij Nederland is het genre inmiddels vol geautomatiseerd: in dat weekblad wordt iedere week een schrijver of denker uitgenodigd om een open brief aan zijn vijand te schrijven.