Zwarte dag Spanje

De bommen die in Madrid een aantal forenzentreinen aan flarden scheurden, zijn in de allereerste plaats een verschrikkelijke menselijke tragedie. Maar de aanslagen hebben niet alleen een destabiliserende uitwerking op Spanje. Markten in de hele wereld duizelden door het nieuws. De belangrijkste reden is dat het onduidelijk is of de bomaanslagen van gisteren toe te schrijven zijn aan binnenlandse terroristen. De Spaanse regering geeft de schuld aan de Baskische afscheidingsbeweging ETA, die het land tientallen jaren lang heeft geterroriseerd. Maar er zijn redenen om te betwijfelen of de ETA hierin de hand heeft gehad. De aanslagen onderscheiden zich door hun wreedheid en het feit dat er niet van tevoren is gewaarschuwd. Als de ETA er inderdaad achter zat, is dit een verschrikkelijke escalatie van het geweldsniveau – en dat alleen al is reden tot grote zorg in Europa.

Maar als de ETA er niets mee te maken blijkt te hebben, zal de beschuldigende vinger onvermijdelijk in de richting van een islamitische terreurgroep als Al-Qaeda wijzen. De Spaanse premier José María Aznar was immers een onwankelbare steunpilaar van de Amerikaanse invasie in Irak. Als inderdaad zou blijken dat islamitische groeperingen de verantwoordelijkheid dragen, zou dit de jongste aanslag zijn in een reeks terreurdaden van de afgelopen maanden, waarvan de voorlaatste in Istanbul plaatsvond.

Of Al-Qaeda nu wel of niet een rol heeft gespeeld, het slagveld van de oorlog tegen het terrorisme heeft zich verplaatst naar het hart van Europa. De onzekerheid kan de markten weer binnendringen op een moment dat zij net tot rust gekomen leken.