Zeewolf met tahinsaus en amandelen

Vis hoor je te eten met citroen, vinden Libanezen. In een restaurant in Beiroet lag op mijn bord naast de vis een halve citroen in een tulen netje. Handig: je kon het sap eruit knijpen terwijl de pitten bleven zitten. Aan die citroen kan het niet liggen dat Libanese visgerechten zo verrassend anders smaken dan wij gewend zijn. Aan de vis zelf ook niet. Voor het recept van vandaag kun je nogal wat soorten kiezen. Ik nam zeewolf: bekend bij ons, bekend in Libanon. Nee, de bijzondere smaak komt op rekening van specerijen en van aparte sauzen gemaakt van pijnboompitten of sesamzaad (tahin).

De visschotel hieronder kun je als hoofdgerecht eten, met warme saus, of als voorgerecht bij de mezze maar dan met koude saus. Snijd de vis in vier stukken. Bestrooi die met zout en peper en stuif er bloem over. Verhit een lepel olie in een koekenpan en bak hierin de amandelen lichtbruin. Laat ze op keukenpapier uitlekken. Pers een teen knoflook uit boven een kom, doe er de tahin bij, het sap van een halve citroen en anderhalve deciliter warm water. Roer hiervan een gladde, niet te dunne saus. Op smaak brengen met citroensap, zout en peper. Verwarm de saus desgewenst in een magnetron of pannetje. Snijd de sinaasappel met schil en al in halve plakken. Verhit de rest van de olie in een koekenpan en bak daarin de visfilets lichtbruin en gaar, vier tot vijf minuten per kant. Leg ze op een warme schaal, lepel er koude of warme saus over en strooi er de amandelen over. Gebruik de halve plakken sinaasappel en de peterselie als garnering rond de vis. Serveer er halve citroenen bij. Als u het houdt op een hoofdgerecht, kunt u er Libanees brood of rijst bij eten en een salade. Verwarm het brood een paar minuten in een oven bij 175 graden Celsius. Het brood moet soepel zijn. Blijf dus in de buurt om te voorkomen dat het hard wordt.

Morgen: lunchworst