Woorden uit een andere melkweg

Scenarist Alexandro Jodorowsky en tekenaar Moebius (pseudoniem van Jean Giraud) zijn extreem productieve en veelzijdige kunstenaars. Eén keer werkten ze samen en meteen was het raak: de serie De Incal, de avonturen van John Difool. De Incal is een klassieke sciencefictionstrip die nu integraal is heruitgegeven.

De Chileen Jodorowsky is al 75, maar het publiek dat hij aanspreekt met zijn strips, films en ontwerpen voor computerspellen, is heel wat generaties jonger. Al in de jaren zestig werd hij een cultfiguur met controversiële films als El Topo en Holy Mountain. In 1975 werkte hij aan de verfilming van `Frank Herberts Dune', maar die film is nooit (officieel) uitgebracht. Tijdens die productie maakte hij kennis met Moebius, die verantwoordelijk was voor de decors. Moebius was toen vooral bekend door de westernstrip Blueberry, maar sinds een paar jaar experimenteerde hij ook onder het pseudonym Moebius met `strips voor volwassenen' in het, mede door hemzelf opgerichte, striptijdschrift Métal Hurlant.

In 1981 verschijnt het resultaat van de samenwerking tussen deze twee creatieve duizendpoten: De Incal van het duister, het eerste deel van een zesluik. Later verschenen van de hand van Jodorowsky nog vele spin-offs, zoals de goed verkopende pulpseries De technopriesters en De kaste van de Metabaronnen, maar die zijn allemaal een stuk minder interessant dan de oorspronkelijke, na ongeveer twintig jaar nauwelijks gedateerde serie.

Hoofdpersoon van De Incal is John Difool, `privé-detective klasse B'. Al vanaf het eerste plaatje begint het absurde avontuur waarin hij het zal opnemen tegen het ultieme kwaad en uiteindelijk kennismaakt met God. Difool heeft daar eigenlijk helemaal geen zin in. Het liefst zit hij in relaxcentrum `Nuits de Paris', met een glas whisky, een sigaartje, wat psychedelische drugs en een prostituee. Maar helaas, hij heeft per ongeluk `De Incal van het licht' in zijn bezit gekregen en nu is hij verzeild geraakt `in één of andere klotezooi van letterlijk kosmische afmetingen!'

De Incal licht hem in over de superkrachten die hij nu bezit en wat hem te wachten staat. Samen met de superhuurling de Metabaron (wiens dochter Solune is ontvoerd), Kill (half mens, half hond), de koningin van Amok, haar tweelingzus de rattenkoningin Animah en Deepo (een stenen vogel die kan praten omdat hij ooit de Incal ingeslikt heeft) gaat Difool op zoek naar de Incal van het duister. Samen zijn de Incals de enige kans om weerstand te bieden aan de zich almaar uitbreidende macht van de technopriesters.

Met behulp van het Duister hebben deze technopriesters verschillende `Eieren der duisternis' ontwikkeld. Deze zwarte, zwevende eieren ter grootte van een flink ruimteschip zijn in staat om de energie van hele zonnestelstels op te zuigen. Zo samengevat klinkt het als het zoveelste verhaal waarin een antiheld het moet opnemen tegen schier onoverwinnelijke krachten om uiteindelijk het universum te redden. Toch is De Incal geen rechttoe-rechtaan, goed-versus-kwaadverhaal. Er worden voortdurend zijwegen ingeslagen. Zo is er een verhaallijn over een onoverwinnelijke robot die live-beelden van zijn missie uitzendt naar kijkers in het hele universum. Of de episode waarin John afreist naar de Mont-planeet om daar hun `proto-koningin' te bevruchten. Het gevolg daarvan is dat alle generaties Monts zullen lijken op Difool. Ondanks deze vertakkingen raakt de eindstrijd nooit ver op de achtergrond. Alle opdrachten en gevechten brengen Difool dichter bij het overwinnen van de technopriesters.

Voortdurend speelt zich nog een andere strijd af in De Incal namelijk tussen de actiegerichte, krankzinnige fantasie van Jodorowsky en de meer religieuze, naar harmonie neigende stijl van Moebius. Dat Moebius verantwoordelijk is voor die religieuze dimensie wordt duidelijk uit zijn latere werk, zoals De Wereld van Edena. Jodorowsky is berucht om zijn met absurde woorden en krachttermen doorspekte proza, dat het verhaal een stuwende kracht geeft. Zelfs als we lezen: `dat zal eerst wel een semi-sluiting worden om de bovenste aristo-lagen van de stad te sparen', wekt dat geen onbegrip. Of als wordt aangekondigd dat `de gigantische technopolarisators in actie komen', is Jodorowsky weliswaar lekker aan het stoeien met woorden uit een ander melkwegstelstel, maar desalniettemin goed te volgen. Het moet een hele klus zijn geweest om die tekst opnieuw te vertalen, maar Kees Beentjes heeft dat adequaat gedaan. De Incal is een absolute must voor sciencefictionliefhebbers, maar omdat het verhaal het genre overstijgt en Moebius' tekenwerk spectaculair is, is het iedereen aan te raden.

Jodorowsky en Moebius: De Incal. De avonturen van John Difool. Oog & Blik, 310 blz. €55,–