Vrolijke beltonen, maar niemand neemt op

,,Ik dacht dat het jongetje ook dood was, maar toen bewoog hij opeens zijn arm.'' ,,Een van de treindeuren vloog bij de buren dwars door het raam.'' De aanslagen in Madrid in de woorden van ooggetuigen, opgetekend door verschillende journalisten.

Een koor van mobiele telefoons klonk gisterochtend vanuit de verlaten treinwagons. Er was niemand om ze te beantwoorden. De eigenaren waren dood of hadden gewond de wagon verlaten. Sommigen op eigen benen, de meesten weggesleept door medepassagiers die meer geluk hadden dan zij, of door reddingswerkers. Lopend tussen het puin op zoek naar overlevenden negeerden de hulpverleners de vrolijke beltonen.

Ook Luisa Guitierez probeerde gisteren om de paar minuten haar man te bereiken. Nicolas Guitierez was die ochtend juist extra vroeg vertrokken voor de eerste werkdag bij zijn nieuwe werkgever. Om een goede indruk te maken, had hij nog grappend bij zijn vertrek gezegd. Luisa Guitierez had hem een kus gegeven en gezegd dat ze die avond uit zouden gaan, zodat hij zijn verhaal over de dag kon vertellen. Gistermorgen liep Luisa Guitierez in de chaos langs het spoor. Om de paar minuten probeerde ze haar man te bereiken. Het toestel ging wel over, maar werd niet opgenomen.

Een man die angstig naar de mobiele telefoon van zijn dochter belde, die in een van de treinen had gezeten, kreeg om half negen wel een politieman aan de telefoon. Hij begreep meteen wat dat betekende.

Sara Pedro, 14 jaar, stond op het punt om naar school te gaan, toen ze een enorme explosie hoorde uit de richting van het nabijgelegen spoor. ,,Ik keek net uit het raam toen ik een tweede knal zag'', vertelde ze. ,,We doken weg en toen we weer naar buiten keken, zagen we lichamen op de grond liggen en mensen onder het bloed die verdwaasd rondliepen.'' De rust waarmee Sara Pedro haar verhaal deed was bedrieglijk, ze had een kalmeringsmiddel gehad. ,,Een van de treindeuren vloog bij de buren dwars door het raam.''

De buurtbewoners konden niet veel doen. Een hek scheidt de meeste flats van het spoor. Hulpverleners schreeuwden dat ze water nodig hadden en dekens. Maar de flatbewoners konden de spullen alleen maar vanaf de balkons over het hek gooien. Maribel Alonso vertelde hoe ze vanaf haar balkon een naakte man zag liggen, helemaal zwartgeblakerd. ,,Ik dacht dat het jongetje naast hem ook dood was, maar toen bewoog hij opeens zijn arm.''

Het moeilijkst waren, volgens een van de overlevenden, de tien tot vijftien minuten tussen de explosies en de komst van de reddingswerkers. ,,We hoorden overal sirenes, maar ze kwamen maar niet'', zei een vrouw die in een treinstel zat dat niet getroffen werd.

Het leek een slagveld, vertelde een ander, een oorlogsgebied. Hij zag mensen met armen die slap langs hun lichaam hingen, ledematen die verspreid over het terrein lagen. ,,Ik zag drie dode mensen op het spoor liggen'', zei Juan Carlos Márquez, een van de passagiers. Van de hulpverleners had hij latex handschoenen gekregen en was aan de slag gegaan. ,,We probeerden de minst gewonden te helpen en deden wat we konden voor de rest.''

Volgens Antonio Villacañas, die ook in een van de treinen zat maar zelf niet werd getroffen, was er sprake van totale paniek. ,,Overal in de wagons en verspreid langs het spoor lagen lichamen, sommige waren verkoold en zaten vast aan hun stoel.''

Een zakenman stond rillend naast het spoor. Hij keek verdwaasd naar zijn schoenen, waar bloedspatten op zaten. Zijn jas was hij kwijt, die had hij gebruikt als een deken voor een vrouw die verderop lag en haar benen kwijt was. Even later was er een reddingswerker gekomen die de jas over het hoofd van de vrouw legde. Ze was dood.

Carmen Gomez stond gisteravond huilend bij de ingang van een van de ziekenhuizen. Ze wachtte op een vriendin, die op zoek was naar haar dochter. ,,Ik had het ook kunnen zijn, mijn dochters reizen met dezelfde trein, maar ze gaan een half uur later van huis. Het voelt alsof een van mijn eigen kinderen gedood is.''

In het Gregorio Maranon ziekenhuis ligt de 60-jarige Virginia Androne, uit Roemenië. Een van de ramen in het treinstel waarin ze zat, was bovenop haar gevallen. Haar gezicht zit vol schrammen en met haar linkeroor hoort ze nauwelijks nog iets. ,,Links en rechts van me lagen dode mensen'', zei ze met een gebroken stem. ,,En mijn man weet niet waar ik ben. Hij weet niet hoe hij me moet vinden.''

Het was al donker toen Luisa Guitierez bij de expositiehal aankwam die is ingericht als mortuarium, aan de rand van de stad in de buurt van het vliegveld. De hele dag was ze tevergeefs blijven zoeken naar haar man, blijven hopen dat ze hem zou terugvinden. Ze durfde niet zo goed naar binnen. Zolang ze niet zeker wist dat hij dood was, kon ze blijven dromen dat hij nog leefde.

Dit artikel is gebaseerd op verslagen van AP, AFP en Reuters en artikelen in The Times, The Guardian, Die Süddeutsche Zeitung, The Washington Post en El Mundo.